| 1 |
|
Prof. dr. H.C. van Straaten
Dr. H.C. van Straaten aanvaardde 25 november 1959 het ambt van gewoon hoogleraar in de afdeling der Algemene Wetenschappen om onderwijs te geven in de economie, met een rede, getiteld „Over het nemen van economisch verantwoorde beslissingen".
Henricus Carolus van Straaten werd 22 oktober 1920 te Amsterdam geboren. Hij doorliep in deze stad het Sint-lgnatiuscollege, waar hij in 1938 het eindexamen gymnasium-/? aflegde. Vervolgens wijdde hij zich aan de studie in de economie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam; in 1947 slaagde hij cum laude voor het doctoraal examen. Het onderwerp van zijn doctoraal scriptie was ,,Beschouwingen bij de mark en de Duitse betalingsbalans van 1914 tot 1939".
In 1957 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit te Groningen op het proefschrift, getiteld ,,Inhoud en grenzen van het winstbegrip" ; zijn promotor was prof. dr. j. L. Meij. In januari 1946 trad hij in dienst bij de Koninklijke Manufactuur Industrie M. J. van de Waal en Co. N.V. te Amsterdam, waar hij sedert januari 1955 de functie van adjunct-directeur bekleedde. Van 1949 t o t eind 1954 was hij commissaris bij de Nederlands Amerikaanse Brei [Maatschappij N.V. te Amsterdam; daarna economisch adviseur van genoemde vennootschap. Hij was tot voor kort bestuurslid van het Productiviteits Centrum van de Kleding Industrie.
Hij heeft gedurende enkele jaren de schriftelijke cursus bedrijfseconomie verzorgd voor het Nederlands Instituut van Accountants. Van zijn hand verschenen enkele publikaties.
|
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 2 |
|
Prof. ir. J.P.W. Houtman
Ir. J.P.W. Houtman aanvaardde 15 juni 1960 het ambt van gewoon hoogleraar in de afdeling der Scheikundige Technologie om onderwijs te geven in de scheikundige aspecten van de kernreactor, met een rede, getiteld „Kernprocessen en Chemie".
Johannes Paulus Willem Houtman werd op 16 december 1917 te Salatiga (Indonesië) geboren. Na in 1934 aan het Vrijzinnig Christelijk Lyceum te Den Haag het einddiploma H.B.S.-B te hebben behaald, ving hij aan de Technische Hogeschool te Delft de studie voor scheikundig ingenieur aan. Hij legde zowel liet candidaats- als het ingenieursexamen met lof af. In 1940 studeerde hij af bij prof. dr. ir. H.I. Waterman op het onderwerp „Bereiding van hoogmoleculaire isobuteenpolymeren". Bovendien maakte hij bij prof. dr. G.Meyer een scriptie over het onderwerp „Berekening van gasevenwichten". Van 1939 tot 1944 was hij verbonden aan de Technische Hogeschool te Delft, tot 1940 als assistent van prof dr. ir. H.I. Waterman, daarna van dr. ir. P.M. Heertjes, toenmaals lector in de scheikundige technologie.
In de periode 1942 tot 1944 werkte hij tevens aan een research-opdracht voor Scholtens' Chemische Fabrieken te Foxhol. Van 1944 tot 1948 was hij verbonden aan het Koninklijke/Shell Laboratorium te Amsterdam, waar hij ingeschakeld werd bij de fundamentele en process research. Van 1948 tot 1956 vertoefde hij in Indonesië, waar hij te Bandung als hoogleraar in de chemische technologie doceerde aan de Technische Faculteit van de Universiteit van Indonesië.
Na zijn terugkeer in Nederland aanvaardde hij een betrekking bij de Staatsmijnen; hij werd gedetacheerd bij de KEMA te Arnhem voor het verrichten van onderzoekingen op het gebied van de kernenergie, Van zijn hand verschenen verschillende publikaties; ook heeft hij enige octrooien op zijn naam staan.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 3 |
|
Prof. J. de Groot
J. de Groot, arts, aanvaardde 11 november 1959 het ambt van buitengewoon hoogleraar in de afdeling der Algemene Wetenschappen om onderwijs te geven in de arbeidshygiëne en de arbeidsfysiologie, met een rede, getiteld „Mens en techniek".
Jan de Groot werd 28 maart 1917 te Arnhem geboren, Na in 1934 eindexamen afd. H.B.S.-B te hebben afgelegd aan het Christelijk Lyceum te Arnhem ving hij aan de Rijksuniversiteit te Utrecht de studie in de medicijnen aan. In 1941 legde hij het artsexamen af, waarna hij gedurende een aantal maanden huisartspraktijk waarnam. In februari 1942 trad hij in dienst bij de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst te Voorburg. In december 1942 ging hij in de functie van assistent-bedrijfsarts over naar de Bedrijfsgeneeskundige Dienst van de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken N.V. en aangesloten bedrijven, van welke dienst hij in 1950 tot hoofd benoemd werd.
Van zijn hand verscheen een aantal publikaties.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 4 |
|
Prof. ir. J.W. Alexander
Ir. J. W. Alexander aanvaardde 6 januari 1960 liet ambt van gewoon hoogleraar in de afdeling der Elektrotechniek om onderwijs te geven in de elektronica, met een rede, getiteld „Elektronica en de praktijk".
Johan Willem Alexander werd geboren te 's-Gravenhage op 11 maart 1903. In deze plaats volgde hij ook het middelbaar onderwijs. Na het behalen van het einddiploma H.B.S.-B in 1921, ving hij de studie aan voor elektrotechnisch ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft. In 1926 studeerde hij af, waarna hij gedurende twee jaar werkzaam was als assistent van prof jhr. dr. G. J. Elias.
In 1928 trad hij in dienst van de N.V. Philips te Eindhoven. Aanvankelijk was hij werkzaam op het Natuurkundig Laboratorium; in 1935 werd hij geplaatst bij het Apparatenfabriek Laboratorium. In 1939 ging hij over naar de N.V. Philips' Telecommunicatie Industrie te Hilversum, waar hij in 1946 werd benoemd tot chef elektrische ontwikkeling radio. In 1948 volgde zijn benoeming tot hoofdingenieur/procuratiehouder en werd hij chef voor de elektrische en mechanische ontwikkeling radar en militaire radio. Van 1946 tot 1958 was hij redacteur van het Tijdschrift van het Nederlands Radio Genootschap.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 5 |
|
Prof. ir. H.R. van Nauta Lemke
Ir. H. R. van Nauta Lemke aanvaardde 30 september 1959 het ambt van gewoon hoogleraar in de afdeling der Elektrotechniek om onderwijs te geven in de regeltechniek, met een rede, getiteld „Scheppen, Waarnemen, Regelen".
Hans Rudof van Nauta Lemke werd 22 november 1924 te Palembang geboren. In 1946 ving hij de studie voor elektrotechnisch ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft aan. In 1950 studeerde hij af bij prof. dr. ir. J. P. Schouten op het onderwerp ,,De berekening van de impedantie van een antenne in een golfgeleider van rechthoekige doorsnede".
In hetzelfde jaar trad hij in dienst bij de N.V. van der Heem in Den Haag, Eerst werd hij geplaatst op het Televisie-laboratorium (afd. antennes); vervolgens op het laboratorium Elektronische apparaten. In 1955 werd hij aangesteld tot hoofd van laatstgenoemd laboratorium. Op dit laboratorium werden vooral ontwikkelingen gedaan op het gebied der servo- en regeltechniek en de toepassing van halfgeleiders (voornamelijk voor militaire doeleinden). Tevens was hij adviseur voor de fabricage van transistoren. In 1955 bracht hij met een groep academici een studiebezoek aan de Verenigde Staten van Amerika. Tijdens dit bezoek verbleef hij vijf maanden aan het Massachusetts Institute of Technology, waar hij onderwerpen op het gebied van de regeltechniek en halfgeleiders bestudeerde.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 6 |
|
Prof. ir. F.C.A.A. van Berkel
Ir. F.C.A.A. van Berkel aanvaardde 9 december 1959 het ambt van gewoon hoogleraar in de afdelingen der Werktuigbouwkunde en der Scheikundige Technologie om onderwijs te geven in het vak chemische werktuigen, met een rede, getiteld „ D e veiligheid in de chemische industrie".
Franciscus Cornelius Adrianus Antonius van Berkel werd 14 juli 1927 te Eindhoven geboren. Na in 1946 aan het Gymnasium Augustinianum in deze plaats het einddiploma gymnasium-/? te hebben behaald, vatte hij aan de Technische l-logeschool te Delft de studie voor werktuigkundig ingenieur op. In 1951 studeerde hij met lof af bij prof. ir. L. H. de Langen op de onderwerpen ,,Compressoren en koeltechniek" en ,,Chemische Werktuigen".
In 1951 trad hij in dienst bij de Algemene Kunstzijde Unie N.V. te Arnhem, waar hij werkzaam was als ontwerp-ingenieur in diverse afdelingen en als chef technische dienst/ research-ingenieur bij het proefbedrijf voor synthetische vezels. In deze jaren werkte hij aan spinbadhuishoudingssystemen, cellofaanfabricage, aan de opzet van de AKU-Terlenkafabriek en aan diverse bedrijfsonderwerpen van het Nylon- en Enkalon-produktiebedrijf.
In 1958 werd hij gedetacheerd bij de N.V. Chemische Industrie AKU-Goodrich als projectleider voor de te bouwen fabriek en als tijdelijk bedrijfsleider voor de aanloopperiode van deze fabriek. Begin 1958 was hij gedurende een termijn van ca. drie maanden gedetacheerd bij Goodrich Chemical in Cleveland, Ohio.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 7 |
|
Prof. dr. ir. J.C. Vlugter
Dr. ir. J.C. Vlugter aanvaardde 14 oktober 1959 het ambt van gewoon hoogleraar in de afdeling der Scheikundige Technologie om onderwijs te geven In de scheikundige technologie, met een rede, getiteld „Het dynamische karakter van de chemische industrie".
Johannes Cornells Vlugter werd 7 maart 1905 te Rotterdam geboren. Hij begon zijn studie aan de Technische Hogeschool te Delft in 1922; in 1927 behaalde hij met lof het diploma van scheikundig ingenieur. Nadat hij korte t i jd in de praktijk werkzaam was geweest, werd hij privé-assistent van prof. dr. ir. H. I. Waterman. In deze functie hield hij zich in het bijzonder bezig met het onderzoek en de synthese van vloeibare brandstoffen.
In 1932 promoveerde hij aan de Technische Hogeschool te Delft tot doctor in de technische wetenschap op het proefschrift, getiteld ,,Chemische samenstelling van hoogmoleculaire minerale oliën"; zijn promotor was prof. dr. ir. H. I. Waterman, in 1934 trad hij in dienst van het Koninklijke/Shell Laboratorium te Amsterdam. Hij was op tal van plaatsen werkzaam, o.a. bij de fabrieksinstallaties te Pernis en Stanlow, Engeland, in de raffmaderij van de British Petroleum Cy in Iran, bij het Thornton Research Centre bij Liverpool en op het hoofdkantoor van de B.P.M. te 's-Gravenhage.
Hij is jarenlang voorzitter geweest van de afdeling Chemische Techniek van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. Thans is hij lid van het Directorium van de ,,Fédération Européenne du Génie Chimique". Van zijn hand verscheen een groot aantal publikaties, deels in samenwerking met anderen.
|
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 8 |
|
Prof. dr. ir. B.M. Wepster
Dr. ir. B.M. Wepster aanvaardde 4 november 1959 het ambt van gewoon hoogleraar in de afdeling der Scheikundige Technologie om onderwijs te geven in de theoretische organische scheikunde, met een rede, getiteld „De theorie van de praktijk der organische scheikunde".
Bartholomeus Meindert Wepster werd 8 september 1920 te Dordrecht geboren, Na in 1937 het eindexamen H.B.S.-B te hebben afgelegd aan de Gemeentelijke H.B.S. in deze plaats, studeerde hij aan de Technische Hogeschool te Delft, waar hij in april 1946 het diploma van scheikundig ingenieur met lof verwierf. Op 4 juni 1947 promoveerde hij aan deze hogeschool met lof tot doctor in de technische wetenschap op het proefschrift, getiteld ,,Onderzoekingen over sterische beïnvloeding van mesomerie". De promotor was prof. dr. ir. P.E. Verkade. Van september 1942 t o t september 1948 werkte hij als student-assistent, later als hoofdassistent aan de Technische Hogeschool te Delft, Een beurs van de British Council stelde hem in het studiejaar 1946/'47 in staat aan het University College te Londen te werken, bij prof, C. K. Ingold, hoogleraar in de organische scheikunde. Per 1 september 1948 werd hij benoemd tot lector in de afdeling der Scheikundige Technologie om onderwijs te geven in de theoretische organische chemie. Van zijn hand verscheen een groot aantal publikaties.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 9 |
|
Afscheid van prof. dr. C.A. Lobry van Troostenburg de Bruyn, TH Delft (2)
Prof. dr. C.A. Lobry van Troostenburg de Bruyn heeft op 23 juni 1960 eervol ontslag gekregen wegens het bereiken van de 70 jarige leeftijd als buitengewoon hoogleraar aan de TH Delft in de kennis en het onderzoek van bouwstoffen.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 10 |
|
Afscheid van prof. ir. T.H. van Wisselingh, TH Delft (1)
Op 5 juli 1960 heeft prof. ir. T.H. van Wisselingh een rede gehouden ter gelegenheid van zijn afscheid als buitengewoon hoogleraar in de aanleg en exploitatie van wegen en de verkeerseconomie.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 11 |
|
Afscheid van prof. ir. T.H. van Wisselingh, TH Delft (2)
Op 5 juli 1960 heeft prof. ir. T.H. van Wisselingh een rede gehouden ter gelegenheid van zijn afscheid als buitengewoon hoogleraar in de aanleg en exploitatie van wegen en de verkeerseconomie.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 12 |
|
Prof. ir J.J.C. van Lier
Ir. J.J.C. van Lier aanvaardde 24 februari 1960 het ambt van buitengewoon hoogleraar in de afdeling der Werktuigbouwkunde van de TH Delft om onderwijs te geven in de energievoorziening door middel van stoom, met een rede, getiteld „De electrische energievoorziening".
Johannes Joseph Canisius van Lier werd op 28 oktober 1925 te 's-Hertogenbosch geboren. Na in 1943 het einddiploma H.B.S.-B met 6-jarige cursus aan het Lyceum te 's-Hertogenbosch te hebben behaald, volgde hij aan de M.T.S. in deze plaats de lessen In de afdeling Machinebouw. De oorlogshandelingen van 1944/'45 brachten hem er toe zijn opleiding af te breken en zich vanaf februari 1945 voor te bereiden op de studie aan de Technische Hogeschool te Delft. In 1948 behaalde hij het candidaatsexamen in de afdeling der Werktuigbouwkunde. Daarna was hij achtereenvolgens drie maanden werkzaam in Zweden en drie maanden in Zwitserland op het gebied van zijn hoofdvak, stoomketels.
In februari 1950 behaalde hij het diploma van werktuigkundig ingenieur na een opdracht te hebben volbracht bij de Firma J. F. Scholten & Zn. te Enschede. De daar ontworpen eigen krachtinstallatie werd dienovereenkomstig uitgevoerd. In 1950 trad hij in dienst van de Gebr. Stork & Co, waar hij werkzaam was op het projectenbureau. In november 1951 ging hij over naar de Nederlandse Siemens Mij., waar hij belast werd met de opbouw van een speciale afdeling voor warmtekrachtinstallaties.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 13 |
|
Prof. ir. A.L. Bouma
Ir. A. L. Bouma aanvaardde 18 mei 1960 het ambt van buitengewoon hoogleraar in de afdeling der Weg- en Waterbouwkunde van de TH Delft om onderwijs te geven in de toegepaste mechanica, met een rede, getiteld „Stijfheid en sterkte van schalen".
Adolf Lubbertus Bouma werd 12 oktober 1920 te Wormerveer geboren. Hij volgde middelbaar onderwijs aan de Rijks-H.B.S. te Groningen, waar hij in 1938 het einddiploma H.B.S.-B behaalde. Vervolgens studeerde hij aan de Technische Hogeschool te Delft, waar hij in 1948 met lof het diploma van civiel-ingenieur verwierf.
Op 1 maart 1949 trad hij als ingenieur in dienst bij de Werkgroep Gewapend Beton en Staalconstructies T.N.O. te Rijswijk. Na de fusie van deze werkgroep met het voormalig Bouwmaterialen-instituut T.N.O. op 1 november 1954, ging hij over naar het gecombineerde instituut T.N.O. voor Bouwmaterialen en Bouwconstructies. Bovendien was hij sedert april 1949 in de afdeling der Weg- en Waterbouwkunde van de TH Delft werkzaam als assistent voor de toegepaste mechanica, later voor bijzondere bouwconstructies en de plasticiteitsleer. Sedert 1 september 1956 was hij belast met een onderwijsopdracht in de toegepaste mechanica.
Hij is redacteur van de W.G.S.-mededelingen, iater de I.B.C.-mededelingen, het orgaan van de Werkgroep Gewapend Beton en Staalconstructies, resp. het Instituut T.N.O. voor Bouwmaterialen en Bouwconstructies. Als secretaris van de commissies ,,Schaaldaken" en ,,Platen en balkroosters" van het Fonds voor experimenteel betononderzoek, ingesteld door de Betonvereniging, verrichtte hij veel theoretisch en experimenteel onderzoek.
Van zijn hand verschenen verscheidene publikaties.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 14 |
|
Prof. D. Polder
D. Polder, phys. drs., aanvaardde 2 december 1959 het ambt van buitengewoon hoogleraar in de afdeling der Technische Natuurkunde om onderwijs te geven in de theoretische natuurkunde, met een rede, get i t e ld „ D e vruchten en de wortels van het onderzoek van de vaste stof".
Dirk Polder werd op 23 augustus 1919 te 's-Gravenhage geboren. Na in 1936 te 's-Gravenhage het eindexamen H.B.S.-B te hebben afgelegd, liet hij zich inschrijven aan de Rijksuniversiteit te Leiden in de faculteit der wis- en natuurkunde. In 1939 legde hij het candidaatsexamen af met als hoofdvakken de natuur- en scheikunde, gevolgd in 1941 door het doctoraal examen met als hoofdvak natuurkunde.
Van 1939 t o t 1943 was hij werkzaam als assistent bij het Kamerlingh Onnes Laboratorium te Leiden. In 1943 ging hij over in dienst van de N.V. Philips als theoretisch fysicus bij het Natuurkundig Laboratorium te Eindhoven. In 1950 vertrok hij naar Engeland waar hij de functie aanvaardde van „Senior lecturer" en vervolgens van „Reader in physics" aan het H.H. Wills Physics Laboratory van de University of Bristol. In 1955 keerde hij in zijn oude functie bij het Natuurkundig Laboratorium te Eindhoven terug. Van zijn hand verscheen een groot aantal publikaties.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 15 |
|
Prof. dr. D. Johnson
Dr. techn. D. Johnson aanvaardde 17 februari 1960 het ambt van gewoon hoogleraar In de afdeling der Werktuigbouwkunde om onderwijs te geven in de energievoorziening door middel van stoom, met een rede, getiteld „ On Practice and Theory and vice versa in Steam Boiler Technics".
Dag Johnson werd op 12 augustus 1909 te Drammen in Noorwegen geboren. Hij studeerde van 1931 t o t 1935 aan de Technische Hogeschooi van Noorwegen, waar hij het diploma van werktuigkundig ingenieur met lof verwierf. In 1949 promoveerde hij aan de Technische Hogeschool van Noorwegen tot doctor in de technische wetenschap op een proefschrift, getiteld ,,Heat transfer and pressure drop in turbulent fluid flow in tubes".
In 1937 vond zijn wetenschappelijk werk op het gebied van de watercirculatie in stoomketels erkenning door toekenning van de gouden medaille van Z.M. Koning Hakon VII. Van 1935 t o t 1937 was hij als ingenieur-assistent werkzaam aan de Technische Hogeschool van Noorwegen op het laboratorium voor Thermodynamica. Vervolgens ging hij over in dienst van de Norwegian Society of Steamboilerowners, waar hij belast was met het controleren en ontwerpen van stoomketels, stoom- en warmteverbruikende installaties en koelmachines. In 1939 trad hij in dienst van de Norsk Hydro Rjukan Plant, een stikstof-kunstmestbedrijf, waar hij zich bezig hield met de problemen van warmterationalisering en warmte-besparing. In 1941 werd hij overgeplaatst naar het hoofdkantoor van deze maatschappij te Oslo, in 1949 gevolgd door zijn benoeming tot hoofdingenieur, afdeling werktuigbouwkunde. In 1950 aanvaardde hij het ambt van hoogleraar aan de Technische Hogeschool van Noorwegen te Trondheim op het gebied van stoomketels, verbranding, stoomturbines en warmte-economie in de industrie. In de jaren 1953 t o t 1955 legde hij zijn werkzaamheden tijdelijk neer om op te treden als technisch directeur van de Raufoss Ammunition Factory. Van zijn hand verscheen een groot aantal publikaties.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 16 |
|
Prof. dr. ir. J. F. Besseling
Dr. ir. J.F. Besseling aanvaardde 2 maart 1960 het ambt van gewoon hoogleraar in de afdeling der Werktuigbouwkunde om onderwijs te geven in de technische mechanica, met een rede, getiteld „Theorie en berekening in de technische mechanica".
Johannes Ferdinand Besseiing werd 10 maart 1928 te Enschede geboren. Hij bezocht in deze plaats het Gemeentelijk Lyceum, waar hij in 1946 het einddiploma Gymnasium-/S verwierf. Vervolgens studeerde hij vliegtuigbouwkunde aan de Technische Hogeschool te Delft, welke studie hij op 13 november 1952 met lof voltooide. Tevoren was hij reeds van mei 1950 tot oktober 1951 assistent van prof. dr. Ir. A. van der Neut bij de onderafdeling der Vliegtuigbouwkunde. Op 1 december 1951 trad hij in dienst van het Nationaal Luchtvaartlaboratorium te Amsterdam, aanvankelijk als assistent-ingenieur, en na zijn afstuderen als ingenieur; zijn werkzaamheden lagen op het gebied van het sterkte-onderzoek. Gedurende de jaren 1953 en 1954 vervulde hij zijn militaire dienstplicht en was hij als lid van de (Militaire Keuringscommissie werkzaam aan de keuring van prototypen van militaire vliegtuigen van de N.V. Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker. In januari 1955 keerde hij terug tot zijn werk bij het Nationaal Luchtvaartlaboratorium in de sectie voor sterkte en materialen. In augustus 1957 trad hij toe als research associate tot de staf van het Department of Aeronautical Engineering van Stanford University in California. Hier maakte hij een ontwerp van een hypersone windtunnel met een maximum stuwtemperatuur van 2000 °C. Voorts verrichtte hij onderzoekingen op het gebied van kruip en plastische vervorming van metalen.
In 1959 behaalde hij de graad van Doctor of Philosophy met een proefschrift, getiteld ,,A theory of small deformations of solid bodies". Op 1 september 1959 volgde zijn benoeming tot Assistant Professor. Tijdens zijn verblijf in de U.S.A. trad hij op als adviseur van het Lincoln Laboratory van het M.I.T. en van de General Electric Company. Van zijn hand verscheen een aantal publikaties.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 17 |
|
Receptie prof. dr. J. Hoekstra, Technische Hogeschool Delft
Foto's van de receptie na de inaugurale rede bij Scheikundige Technologie van dr. J. Hoekstra op 8 november 1961.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 18 |
|
Receptie prof. ir. H. Wittenberg, Technische Hogeschool Delft
Foto's van de receptie na de inaugurale rede bij de faculteit Vliegtuigbouwkunde van ir. H. Wittenberg op 16 november 1961.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 19 |
|
Uitreiking van de generaal Snijders medaille aan prof. H.J. van der Maas van de Technische Hogeschool Delft (1)
De C.J. Snijders medaille wordt op 17 december 1962 uitgereikt aan prof. H.J. van der Maas door de Stichting Generaal Snijders Fonds. Prof. van der Maas ontvangt deze medaille met bijbehorende oorkonde voor zijn inspirerende toewijding, visie en vastberadenheid waarmee hij, toegerust met grote verstandelijke en organisatorische gaven, op voorbeeldige wijze de zaak van de Nederlandse luchtvaart dient. Ook roemt de Stichting zijn verdiensten op het gebied van de wetenschappelijke vorming van vliegtuigbouwkundige ingenieurs, en zijn onvermoeid en bezielend streven in het belang van de nationale luchtvaartindustrie.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|
| 20 |
|
Inaugurele oratie van dr. W. Prins benoemd tot gewoon hoogleraar aan de afdeling der Scheikunde van de Technische Hogeschool Delft
Inaugurele oratie op 10 januari 1962 van dr. W. Prins benoemd tot gewoon hoogleraar aan de afdeling der Scheikunde van de Technische Hogeschool Delft. Beelden van de receptie. Op twee beelden is prof.dr. W. Prins te zien samen met zijn vader Prof. dr. J.A. Prins.
|
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[JPG]
[Abstract]
1
|