| 1 |
|
Addendum bij de Leidraad Zee- en Meerdijken t.b.v. het ontwerpen van meerdijken
De eind 2007 vastgestelde Leidraad Rivieren geeft voor het eerst invulling aan het begrip “robuust ontwerpen”. Bij een eerste toepassing op een aantal dijkversterkingsprojecten in dit kader zijn echter vragen omtrent de toepassing van de Leidraad Rivieren ontstaan. Het “addendum op de Leidraad Rivieren t.b.v. het ontwerpen van rivierdijken” (2008) vormt de beantwoording op deze vragen en geeft daar waar nodig aanscherpingen op de Leidraad Rivieren voor robuust ontwerpen.
De ontwerpbelasting en ontwerpregels van meerdijken zijn gegeven in de Leidraad Zee- en Meerdijken (1999). Hierin wordt echter niet gesproken over robuust ontwerpen. In de ontwerppraktijk in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma komen in 2008 echter vragen naar voren over invulling van het concept robuust ontwerpen voor meerdijken.
In de Leidraad Zee- en meerdijken wordt verder niet specifiek ingegaan op de mate van zeespiegelrijzing en te hanteren scenario’s (deze kwamen pas in 2000 beschikbaar), en de ontwikkelingen in de spuicapaciteit van het spuimiddel in de Afsluitdijk (ES2). Evenmin wordt
iets gezegd over de toename in de opwaaiing en de bodemdaling. Deze aspecten zijn echter wel van wezenlijk belang en worden daarom in dit addendum expliciet gemaakt om zo tot een eenduidig
ontwerpinstrumentarium te komen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 2 |
|
Systematisch onderzoek zeedijken proefprofiel Wierum
|
[PDF]
|
| 3 |
|
Robuuste dijken in de Oosterschelde, ondanks de zandhonger: Een verkenning van alternatieven voor klassieke versterking
|
[PDF]
|
| 4 |
|
De dijk van de toekomst ?: Quick scan doorbraakvrije dijken
Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat presenteert eind dit jaar in het ontwerp Nationaal Waterplan de hoofdlijnen van het waterveiligheidsbeleid voor de 21e eeuw. Een van de vragen die voorligt is of de veiligheidsnormen aanpassing behoeven. Een andere vraag is hoe de gevolgen van een ramp te beperken zijn. Als onderdeel van deze discussie hebben verschillende partijen de vraag gesteld of het mogelijk is een dijk te maken die praktisch niet kan doorbreken, zodat een catastrofale overstroming is uitgesloten. Zo'n doorbraakvrije dijk neemt weliswaar meer ruimte in beslag en kost meer geld, maar daartegenover staat een groot voordeel: de dreiging van een overstromingsramp met enorme schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting valt weg. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft gevraagd inzichtelijk te maken of het concept van doorbraakvrije dijken realistisch is: welke aanpassingen vereist het doorbraakvrij maken van onze dijken, hoeveel ruimte is daarvoor nodig en hoe hoog zijn de kosten? Deze vragen zijn op hoofdlijnen beantwoord via deze quick scan.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 5 |
|
Sea dikes northern part of Vietnam
The coastal areas of Vietnam are repeatedly hit by devastating storms and typhoons. Protective sea dikes are overtopped or breached frequently, with the resulting flooding causing damage to agriculture land, loss of life and crops, and destruction of infrastructure. In the coastal area of the five northern provinces of the Red River Delta, 361 kilometres dikes will be upgraded, assisted by the World Food Program, project number 5325. This project is the follow-up of the WFP project number 4617, which was focused on 7 provinces along the Central Coast.
As a result of the strong similarity in physical nature between the Netherlands and Viet Nam on water related issues, the Ministry of Agriculture and Rural Development of the Socialist Republic of Vietnam has requested to the Ministry of Transport, Public Works and Water Management of the Netherlands for technical assistance on flood control issues. As a first step the Dutch Ministry has sent in November 1995 two representatives, mr. Anne van Urk and mr. Ale van der Hoek, to discuss many flood control and water management issues in Viet Nam, on which cooperation can take place. One of the issues with the highest priority was to get a second opinion on the sea dike designs as to be used in the WFP program. So as a second step in the program a mission visited Vietnam, from 26 March to 12 April 1996, in order to evaluate the existing designs and execution options for the five coastal provinces of the Red River Delta.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 6 |
|
Andries Vierlingh, Tractaet van dyckagie (eds. J. de Hullu en A.G. Verhoeven)
Transcriptie uit 1920 van het manuscript van Andries Vierlingh uit 1579 over het ontwerp en de aanleg van dijken. Zijn werk is hoofdzakelijk uitgevoerd in West Brabant. De publicatie uit 1920 is later heruitgegeven door de VBKO (Vereniging van Waterbouwers).
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 7 |
|
Dijk en meer : eindrapportage verkenning Toekomst Afsluitdijk
Na 75 jaar is de Afsluitdijk toe aan en flinke opknapbeurt, concludeert het kabinet in de Watervisie uit 2007. Het kabinet wil weten of er, als er dan toch opgeknapt moet worden niet méér kan. Of een betere veiligheid te combineren valt met bijvoorbeeld natuur, duurzaam opwekken van energie of betere verbindingen voor wegverkeer en scheepvaart. Acht consortia zijn uitgenodigd een visie op de toekomst van de Afsluitdijk te ontwikkelen. Vier daarvan zijn gevraagd deze verder uit te werken. In deze eindrapportage melden Rijkswaterstaat en de provincies Noord-Holland en Friesland, gezamenlijk uitvoerder van de verkennning, de resultaten.
|
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 8 |
|
Kruinhoogteberekening en versterkingsalternatieven voor de dijk te Terschelling
In deze nota wordt de dijk te Terschelling qua hoogte getoetst aan het vereiste veiligheidsnivo, uitgaande van de herziene basispeilen, herziene randvoorwaarden voor de golfrandvoorwaarden voor de golfaanval en aktueel gemeten bestaande kruinhoogten.
Daar waar de dijk niet voldoet worden alternatieven gegeven voor de benodigde dijkversterkingen
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 9 |
|
Over het berekenen van deltaprofielen
Beschrijving van de rekenmethode voor dijken en dijkprofielen in Zeeland conform de richtlijnen van de Deltacommissie. Berekening van dijkhoogten, bermbreedte, taludhelling.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 10 |
|
Plan voor geavanceerde toetsing van Zwartemeerdijk
De Zwartemeerdijk aan de zuidoostkant van de Noordoostpolder heeft volgens de derde toetsronde een te zwakke bekleding. Deze bekleding bestaat uit klinkers op klei/keileem, overgroeid met gras. Het onderhavige rapport is een plan om een geavanceerde toetsing uit te voeren waarin ook de reststerkte van de dijk wordt meegewogen. De reststerkte is de tijd tussen het ontstaan van schade aan de bekleding en het uiteindelijk doorbreken van de dijk. De geavanceerde toetsing kan uitgevoerd worden met een probabilistisch rekenmodel op basis van Deltagootproeven, dat ontwikkeld is in het kader van het onderzoeksprogramma Sterkte en Belastingen Waterkeringen, namelijk SBW-reststerkte. Dit maakt het mogelijk om de faalkans van de dijk te berekenen, rekening houdend met de steenzetting, klei/keileemlaag en de zandkern.
Het rapport geeft ook een overzicht van de benodigde eigenschappen van de dijk en de bekleding. Op basis van de Leidraad Grondslagen voor Waterkeringen (TAW 1998) is een criterium afgeleid waar de berekende faalkans aan moet voldoen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 11 |
|
Pilotstudie innovatieve dijken Lauwersoog : ervaringen meerwaardebepaling innovatieve waterkeringen voor de pilotlocatie Lauwersoog
Bij Lauwersoog komen een aantal functies bij elkaar: haven, visserij, toerisme, natuur, maar ook waterveiligheid. De waterkering vormt een belangrijk element in het gebied. In dit rapport worden de ervaringen met het bepalen van de meerwaarde van innovatieve waterkeringen voor de pilotlocatie Lauwersoog beschreven. Het Deltaprogramma Waddengebied wil de ervaringen in de pilotstudie gebruiken in brede gebiedsbijeenkomsten, waarin samen met lokale stakeholders wordt gezocht naar geschikte waterveiligheidsstrategieën in het Waddengebied die zich naast waterveiligheid ook richten op doelstellingen voor natuur en voor de ruimtelijke kwaliteit. Uit de pilotstudie Lauwersoog kwam naar voren dat het belangrijk is dat afwegingscriteria locatiespecifiek zijn en afgestemd zijn op de kenmerken en randvoorwaarden en de opgaven, plannen en wensen voor het gebied. Op basis van de ervaringen is de werkwijze voor het bepalen van meerwaarde geschematiseerd. Het is belangrijk dat zowel stakeholders als experts worden betrokken in het proces.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 12 |
|
Leidraad Zee- en Meerdijken, basisrapport
Achtergrondrapport bij de Leidraad Zee- en Meedijken van 1999
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 13 |
|
Natuurvriendelijke waterkeringen langs de Westerschelde: Handreiking voor integraal beheer
In dit rapport staat een integrale benadering van het beheer van zeedijken centraal. Aandachtspunten zijn behoud van cultuurhistorische waarden en behoud en ontwikkeling van natuurwaarden, waaronder die in de getijdezone (litoraal) en de vegetaties van zoutplanten in het supra-litoraal. In dit rapport wordt geen aandacht besteed aan onderwaterbestortingen, onder meer omdat deze relatief weinig aansluitend aan de dijken in de Westerschelde voorkomen en hier andere factoren bepalend zijn voor de flora en fauna. Het integraal beheer is een relatief nieuw aspect in de benadering van zeeweringen, die primair tot doel hebben het land tegen overstromingen te beschermen. Het plangebied is de Westerschelde.
Zeedijken vervullen diverse functies. Ze spelen in het landschap en het recreatiepatroon een grote rol. De rust en wijdsheid van een verblijf aan de dijk lokt plaatselijk veel recreanten. Watergebonden recreatie staat centraal. Cultuurhistorische waarden zijn vrij algemeen aanwezig. In de glooiing zijn vaak oude materialen uit het verleden aanwezig. Oude (landbouw)haventjes laten het voormalige gebruik van de kuststrook zien. De natuurwaarde wordt ontleend aan het bijzondere milieu op de dijk. Dit wordt primair bepaald door de hydralogische situatie, maar ook de mens speelt een grote rol door het beheer van het watersysteem en de materiaalkeuze bij de dijkbekleding. Er komen op het harde substraat in de getijdezone bijzondere levensgemeenschappen voor. Ze zijn nauw verwant met de flora en fauna langs de Atlantische rotskusten. In vergelijking met de Oosterschelde, waar in Nederland de hoogste natuurwaarden op hard substraat in de getijdezone worden gevonden, is de Westerschelde soortenarm. Toch vormt op nationaal niveau de Westerschelde een uitgestrekt (potentieel) habitat voor deze flora en fauna.
Op verscheidene plaatsen zijn tussen de stenen op de dijk (boven de hoogwaterlijn) zoutplanten aan te treffen. Vaak is het een pover restant van wat voor de dijkverzwaringen aanwezig was. Enkele soorten komen voor op de Rode Lijst van in Nederland bedreigde planten.
Dit onderzoek omvatte een inventarisatie en kartering van zowe! de natuur- als de cultuurhistorische waarden. Voor het eerste aspect is gebruik gemaakt van onderzoeksresultaten uit 1990 (litoraal). Daarnaast heeft een vegetatiekartering van rond 1980 als bron gediend (supra-litoraal). Informatie over cultuurhistorische waarden werd voornamelijk ontleend aan de diverse beheerders.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 14 |
|
Klei of beton voor zeedijksverhooging?
Verslag van de rede voor de Zeeuwse Wateschapsbond, overzicht van de toepassing van beton bij waterkeringen. Beschrijving van de Muraltmuur en de Muraltglooiing zoals toegepast in Zeeland.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 15 |
|
Leidraad Zee- en Meerdijken
De Leidraad Zee- en Meerdijken behandelt het dimensioneren van waterkeringen volgens de huidige veiligheidsbenadering gebaseerd op de gedachten van de Deltacommissie, waarbij de nieuwste inzichten op het gebied van de geotechniek en de constructieve waterbouwkunde zijn verwerkt. Dit geldt onder meer voor de berekening van golfoploop en -overslag en de bepaling van overslagdebieten.
Daarbij is de oude 2%-golfoploopeis vervangen door kritieke overslagdebieten. Daarnaast zijn nieuwe inzichten verwerkt ten aanzien van het geotechnisch dimensioneren van de waterkeringen en de omgang met objecten in de waterkering. Voor de dimensionering wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de eerder verschenen leidraden voor het ontwerpen van rivierdijken en andere waterkeringen. De Leidraad Zee- en Meerdijken is nadrukkelijk afgestemd op het rapport Grondslagen voor Waterkeren (1998).
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 16 |
|
Grondslagen voor waterkeren
Dit document van de Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen (TAW), beschrijft (1) de systemen die leiden tot de noodzaak van waterkeren, (2) de systemen die de functie hebben om het water te keren of die daaraan gebonden zijn en waaraan ook een functie wordt toegekend, en (3) de besluitvormingssystemen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 17 |
|
Handreiking beleidsanalyse: Een methode voor het ontwikkelen en beoordelen van alternatieven in de planvorming van de dijkversterking
Handreiking voor de visie-ontwikkeling voor dijkversterkingsprojecten conform aanbevelingen commissie Boertien
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 18 |
|
Handreiking constructief ontwerpen: Onderzoek en berekening naar het constructief ontwerp van de dijkversterking, inclusief bijlagen
De 'handreiking ruimtelijk ontwerpen' beschrijft het ontwerpproces dat al begint in de visie-ontwikkeling. Daar is een vormgever bij nodig. Die moet goed weten welke veiligheidseisen, LNC-eisen en andere maatschappelijke eisen er aan een dijktraject gesteld worden. Omgekeerd moet de opdrachtgever bij het kiezen van een architect goed weten wat voor vlees hij in de kuip heeft, is het een 'Ruisdael' of een 'Picasso'.
|
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 19 |
|
Handreiking Inventarisatie en waardering LNC-aspecten: Een methode voor beschrijving van en betekenistoekenning aan de LNC-aspecten bij de dijkversterking
Een methode voor beschrijving en betekenistoekenning van de LNC-aspecten in de planvorming van de dijkversterking. De inventarisatie is de beschrijving van LNC volgens geijkte methoden. De waardering in het tweede deel van de handreiking is daarentegen grotendeels een stap in het onbekende. Per projekt moet worden bepaald welke waarde aan de bij de inventarisatie gevonden organismen en objekten moet worden toegekend. Voor een klein deel is houvast te vinden in de lijsten van bedreigde soorten, monumenten, natuurreservaten en beschermde dorps- en stadsgezichten. Die bezitten een reeds geautoriseerde waarde. Echter, aan verreweg de meeste levende wezens en dingen in het landschap is nog geen waarde toegekend volgens een officiele procedure. Voor elk traject en projekt moet dat dus nog gedaan worden. Omdat waarde een eigenschap is die wordt toegekend en die dus niet zelfstandig door een organisme of een landschapselement wordt ontwikkeld, is waarde per definitie subjectief. Dit is geen diskwalificatie maar het vergt daardoor wei de inbreng van zoveel mogelijk betrokken personen (subjecten) om voldoende maatschappelijk draagvlak te verkrijgen. De TAW doet voor deze moeilijke stap een hand reiking in de vorm van parameters waardoor de in een dijktraject aangetroffen LNC aspecten getalsmatig kunnen worden uitgedrukt. Deze parameters, zoals zeldzaamheid of kenmerkendheid zijn eigenschappen van het rivierdijken landschap en zijn uitgekozen omdat ze bruikbaar worden geacht als maat voor het bijzondere, eigene en kwetsbare. Deze parameters houden het proces doorzichtig en toetsbaar. De waardetoekenning ontkomt echter niet aan een laatste stap van subjectieve keuze.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 20 |
|
Handreiking Ruimtelijk ontwerpen: Dijkversterking als ontwerpopgave
De handreiking heeft een tweetal invalshoeken, waardoor de opbouw wordt bepaald. De eerste invalshoek is die van het dijkontwerp. Wat zijn de eisen die aan een goed ruimtelijk ontwerp gesteld kunnen worden? Op welke zaken moet gelet worden? Paragraaf 2, Aspecten van het dijkontwerp, is hieraan gewijd. In paragraaf 3 wordt aan de orde gesteld dat deze invalshoek niet genoeg oplevert om alleen daarmee goede plannen te maken. Een voorbeeldenboekje is niet te maken. Er is minstens een leidende gedachte nodig waarmee de veelheid aan aspecten op één lijn gebracht kunnen worden. In paragraaf 4 wordt een dergelijke benadering gegeven. Daarbij past de relativering, dat het om visies gaat en niet om objectieve waarheden. Paragraaf 5 gaat over mogelijke andere visies.
De tweede invalshoek, complementair aan de inhoudelijke, is die van het planproces. Dat moet goed in elkaar steken. Paragraaf 6 sluit de boog vanuit het begin van de handreiking: de waterschappen hebben een belangrijke rol als opdrachtgever en zijn zich vanuit die positie bewust van de betekenis van het maken van een plan. De handreiking moet op projectniveau en bij de uitvoering van dienst kunnen zijn. Enerzijds door intensieve gedachtenwisseling met de waterschappen aan de hand van nieuw te ondernemen projecten, anderzijds door nader onderzoek moet de handreiking die positie verkrijgen.
|
[PDF]
[Abstract]
|