| 1 |
|
Technisch rapport Klei voor dijken
De redenen voor het uitvoeren van het onderzoek zijn gelegen in het feit dat voor de beoordeling van de kwaliteit van klei altijd is uitgegaan van de kennis en ervaring uit het verleden. Dit betekent dat vooral gekeken werd naar de samenstelling van de lutum- en zandfracties. Bij vergelijking van de
eisen die daarvoor door verschillende beheerders werden gehanteerd, kwamen echter grote verschillen aan het licht. Daarnaast speelde steeds vaker de vraag in hoeverre niet-natuurlijk afgezette kleisoorten, zoals Euroklei en tarragrond, gebruikt kunnen worden voor de dijkenbouw.
Het onderhavige rapport is een Technisch Rapport waarin de resultaten van verschillende onderzoeken zijn samengebracht en één en ander in een logische context is geplaatst. Het doel van het rapport is inzicht te geven in de eigenschappen van klei die voor de dijkbouw van belang zijn en richting te geven in een eenduidige beoordeling van klei. Op grond van de te vervullen functies en de materiaaleigenschappen zijn eisen afgeleid en worden aanbevelingen gedaan voor het gebruik van klei in dijken.
Het rapport is primair opgesteld voor de direct betrokken technici bij het ontwerpen en het beheren van dijken. Daarnaast is getracht ook voor de geïnteresseerde niet-technici inzicht en informatie te geven over de problematiek rond het toepassen van klei in dijken.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 2 |
|
Technisch rapport voor het toetsen van boezemkaden
In dit Technisch Rapport is de kennis gebundeld, die is opgedaan bij het onderzoek naar de veiligheid van boezemkaden in ons land. Aanleiding tot dit onderzoek was de doorbraak van een kade langs een zijtak van het Noordzeekanaal in januari 1960, die tot gevolg had dat een woonwijk in de polder Oostzaan inundeerde en de bevolking geëvacueerd moest worden.
In een tijd, dat de ramp door de overstromingen als gevolg van de stormvloed van 1 februari 1953 nog levendig was, maakte dit grote indruk en het was voor de minister van Verkeer en Waterstaat aanleiding om opdracht te geven tot een algemeen onderzoek naar de veiligheid van de boezemkaden in Nederland.
Dit was de directe aanleiding voor de vorming van de Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen, die thans is uitgegroeid tot een algemeen adviesorgaan voor de waterkeringen en als zodanig is genoemd in de Wet op de Waterkering.
Nadat een onderzoeksprogramma was opgesteld is veel onderzoek verricht naar de toestand van de kaden. Gebleken is dat veel kaden onvoldoende veiligheid bieden en verbeterd moeten worden. Op verschillende plaatsen is dit reeds gebeurd. Door de boezemkaden worden in toenemende mate vele belangen, zoals wegen, bedrijven en woningen beschermd tegen inundatie. De kaden hebben vaak minimale afmetingen, zijn opgebouwd uit weinig weerstand biedende grondlagen en worden constant belast door een waterstand die slechts weinig varieert.
Bovendien neemt de te keren waterhoogte toe door de periodiek vereiste peilverlagingen in de beschermde en nog steeds inklinkende polders. De kaden zullen daarom periodiek opnieuw moeten worden getoetst op de vereiste hoogte en stabiliteit. Door de intussen tot stand gekomen schaalvergroting van de beherende waterschappen kunnen deze dit onderzoek thans zelf ter hand nemen dan wel begeleiden. Het Technisch Rapport kan daarbij goede diensten bewijzen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 3 |
|
Technisch rapport Geotechnische classificatie van veen
In het voorliggende technische rapport is een classificatiesysteem voor veen gegeven.
Dit classificatiesysteem is afgestemd op de geotechnische eigenschappen van veen, die van belang zijn voor de aanleg en toetsing van onze waterkeringen. Met name een belangrijk deel van onze boezemkaden zijn aangelegd op een veenondergrond. Op basis van de in dit technisch rapport gegeven classificatie, kan een eerste afschatting worden gemaakt van sterkte en samendrukbaarheid. Daarnaast kan op basis van deze classificatie een veenmonster worden toegevoegd aan een proefverzameling.
Dit technisch rapport geeft tevens de beschrijving van de methoden voor het bepalen van de classificatieparameters en de geotechnische eigenschappen met betrekking tot samendrukbaarheid en sterkte.
Voor vele geotechnici zijn de beschreven methoden nieuw. Dit technische rapport moet dan ook worden gezien als een voorlopige aanbeveling, waarmee binnen de geotechnische advieswereld ervaring kan worden opgedaan. In overleg met de geotechnische advieswereld zal een definitieve richtlijn worden opgesteld. Deze definitieve richtlijn zal tevens worden gebruikt als ondersteuning van de ontwikkeling van een Nederlandse of Europese norm voor de classificatie van veen.
In dit technisch rapport wordt een eenduidige methode gegeven met betrekking tot de classificatie
van veen en het bepalen van de classificatieparameters en geotechnische eigenschappen in relatie
tot samendrukbaarheid en sterkte. Van alle genoemde methoden is een procedurebeschrijving
opgenomen.
Aan de hand van een uitgevoerde correlatiestudie worden voor veen representatieve waarden
gegeven voor sterkteparameters. In [CUR 1992] en [den Haan 1992a+b] zijn correlaties gegeven
tussen classificatieparameters en samendrukkingsparameters.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 4 |
|
Leidraad Zee- en Meerdijken, basisrapport
Achtergrondrapport bij de Leidraad Zee- en Meedijken van 1999
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 5 |
|
Addendum bij de Leidraad Zee- en Meerdijken t.b.v. het ontwerpen van meerdijken
De eind 2007 vastgestelde Leidraad Rivieren geeft voor het eerst invulling aan het begrip “robuust ontwerpen”. Bij een eerste toepassing op een aantal dijkversterkingsprojecten in dit kader zijn echter vragen omtrent de toepassing van de Leidraad Rivieren ontstaan. Het “addendum op de Leidraad Rivieren t.b.v. het ontwerpen van rivierdijken” (2008) vormt de beantwoording op deze vragen en geeft daar waar nodig aanscherpingen op de Leidraad Rivieren voor robuust ontwerpen.
De ontwerpbelasting en ontwerpregels van meerdijken zijn gegeven in de Leidraad Zee- en Meerdijken (1999). Hierin wordt echter niet gesproken over robuust ontwerpen. In de ontwerppraktijk in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma komen in 2008 echter vragen naar voren over invulling van het concept robuust ontwerpen voor meerdijken.
In de Leidraad Zee- en meerdijken wordt verder niet specifiek ingegaan op de mate van zeespiegelrijzing en te hanteren scenario’s (deze kwamen pas in 2000 beschikbaar), en de ontwikkelingen in de spuicapaciteit van het spuimiddel in de Afsluitdijk (ES2). Evenmin wordt
iets gezegd over de toename in de opwaaiing en de bodemdaling. Deze aspecten zijn echter wel van wezenlijk belang en worden daarom in dit addendum expliciet gemaakt om zo tot een eenduidig
ontwerpinstrumentarium te komen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 6 |
|
Leidraad bodemonderzoek in en nabij waterkeringen
leidraad bij geotechnisch-(sonderingen en boringen) en geologisch-(exploratieboringen en
seismischonderzoek) -onderzoek in en nabij waterkeringen. Gericht op nederlandse omstandigheden wordt gewezen op een aantal mogelijke negatieve gevolgen en worden aanbevelingen gedaan om deze te vermijden. De vormen van bodemonderzoek behandeld in deze leidraad zijn grondboringen, sonderingen, exploratieboringen, seismisch bodemonderzoek, alsmede proefheiïngen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 7 |
|
Toetsing uitgangspunten rivierdijkversterkingen - samenvattingen
Het onderzoek naar de uitgangspunten voor de rivierdijkversterking bestaat uit vier deelonderzoeken
en een integratie van de resultaten van de deelonderzoeken (zie ook Figuur S. 1):
i de wijze van bepaling van de vanuit de maatschappij gewenste veiligheid tegen overstroming, hetzij als norm voor het gehele gebied, hetzij gedifferentieerd per deelgebied, bijvoorbeeld per dijkring;
II de bepaling van de maatgevende belastingen voor de rivierdijken en maatregelen
om deze belastingen te verminderen;
m het constructief ontwerp van een stabiele beveiliging tegen overstroming;
iv de afstemming van de waterkeringsfitnctie van rivierdijken met andere functies en waarden en de bij die afstemming gebruikte procedures; en v de integratie van het onderzoek naar de verschillende aspecten tot mogelijke strategische keuzen en het presenteren van de effecten van deze keuzen.
Het onderzoek naar de effecten van de keuze van de veiligheid tegen overstroming en van mogelijke strategische keuzen voor de aanpak van dijkversterkingen is uitgevoerd volgens een beleidsanalytische methode.
De analyse is in een aantal stappen uitgevoerd. Maatregelen die kunnen leiden tot een vermindering van de ingreep van de dijkversterkingen op de omgeving van de dijk zijn geëvalueerd en geselecteerd met behulp van een aantal relevante criteria, bijvoorbeeld het effect van de maatregel op landschaps-, natuur- en cultuurhistorische waarden (LNC-waarden) en de kosten van de maatregel. Door combinatie van de geselecteerde maatregelen zijn strategieën geformuleerd.
De effecten van de verschillende waarden van de veiligheidsnorm, en een mogelijke regionale
differentiatie daarin, zijn zichtbaar gemaakt met behulp van een aantal criteria. De effecten van de verschillende strategieën zijn op een overeenkomstige wijze zichtbaar gemaakt. Het resultaat van de analyse wordt gepresenteerd in zogenaamde 'scorekaarten', waarin het effect van de keuze voor de veiligheidsnorm en van de verschillende strategieën voor de aanpak van dijkversterkingen wordt weergegeven. Door de beleidsmaker kan, na het wegen van de effecten, een keuze worden gemaakt.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 8 |
|
Toetsing uitgangspunten rivierdijkversterkingen, aanvullend rapport 1, Maatgevende afvoer Maas
Op verzoek van de Minister van Verkeer en Waterstaat heeft het Waterloopkundig Laboratorium
(WL) en het Europees Amerikaans Centrum voor beleidsanalyse (EAC-RAND) een studie
uitgevoerd naar de uitgangspunten voor de rivierdijkversterking. De studie werd begeleid door
de commissie 'Toetsing Uitgangspunten Rivierdijkversterkingen' (Commissie Boerden) en
moest onder meer een antwoord geven op de vraag of zich sinds het in gang zetten van het
lopende dijkversterkingsprogramma zodanige veranderingen in de uitgangspunten hebben
voorgedaan dat thans andere keuzes zouden worden gemaakt. Deze studie is uitgevoerd voor
het Nederlandse rivierengebied van Rijn en Maas.
Omdat in de beperkte onderzoekstijd niet op verantwoorde wijze ook de maatgevende afvoer
van de Maas kon worden onderzocht, heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat het WL
opdracht gegeven voor het uitvoeren van 'Aanvullend onderzoek maatgevende afvoer Maas'.Voor een effectieve inzet van een één-dimensionaal (1D) hydraulisch model moesten minimaal
twee volledige series dwarsprofielen beschikbaar zijn. Omdat wij niet (tijdig) over deze
gegevens konden beschikken, moest worden afgezien van simulaties met een lD-modellering.
De analyse van afvoergegevens had onder meer tot doel vast te stellen met welke nauwkeurigheid
de historische afvoeren zijn gemeten, zodat de piekafvoeren hiervoor kunnen worden
gecorrigeerd
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 9 |
|
Toetsing uitgangspunten rivierdijkversterkingen - eindrapport (commissie Boertien)
Het onderzoek 'Toetsing uitgangspunten rivierdijkversterkingen' geeft antwoord op de vragen van de Minister van Verkeer en Waterstaat, zoals verwoord in haar brief aan de Tweede Kamer der Staten Generaal van 24 juli 1992:
a. 'Zijn er elementen in de afweging die ten grondslag ligt aan de keuze van de norm, die nu zodanig veranderd zijn dat dat zou kunnen leiden tot een andere keuze?
b. Zijn er op technisch/wetenschappelijk gebied zodanig nieuwe inzichten dat die kunnen leiden tot andere uitkomsten van berekeningen?
c. Zijn er in de commentaren van de laatste tijd nieuwe elementen boven gekomen die eveneens tot een andere keuze of uitkomsten kunnen leiden en die niet in de voorgaande twee vragen zijn vervat?'Voor de beantwoording van de eerste vraag moeten de elementen worden genoemd die van
belang zijn bij de vaststelling van de veiligheidsnorm. De bepaling van een norm voor de veiligheid (gedefinieerd als de kans op een ernstige schade door overstroming) ligt in het maatschappelijke spanningsveld tussen de schade door overstroming (persoonlijk, materieel) enerzijds en de schade als gevolg van de rivierdijkversterkingen (verlies aan waarden en functies) en de kosten van dijkversterking anderzijds. Het antwoord op de tweede vraag luidt eveneens bevestigend. De nieuwe inzichten hebben betrekking op de bepaling van de maatgevende afvoer van de Rijn, de invloed van ijsdammen en het grondmechanisch ontwerp. Het antwoord op de derde vraag valt in vijf delen uiteen. Het gaat daarbij om de aspecten:
verlaging van de maatgevende hoogwaterstanden door maatregelen in het rivierengebied, 'uitgekiend' ontwerpen, de afstemming van de functie waterkering met andere functies en waarden van rivierdijken, de financiering van en de procedures voor het tot stand komen van dijkversterkingen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 10 |
|
Sandwip crossdam
Detailed design and hydraulic and morphological effect of the construction of the Sandwip closure dam in Bangladesh
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 11 |
|
Vulnerability of Bangladesh to climate change and sea level rise
Concepts and tools for calculating risk in integrated coastal zone management. This summary document highlights the main analyses and findings of the technical and institutional components of
the pilot study, which are reported in separate documents.
In subsequent chapters attention will be paid to the problems addressed, the approach followed, the results obtained and the conclusions and recommendations drawn.
Chapter 2 introduces the worldwide climate change problem and concern, and discusses the consequences for Bangladesh in more detail. The general IPCC approach - which formed the starting point for the Bangladesh pilot study -- was adapted in accordance with the specific conditions and concerns for Bangladesh. An overview of the approach followed is presented in chapter 3, while more
details can be found in chapters 4 and 5. These chapters present main components of the impact analysis: the assessment of primary physical effects; and the impacts on human and eco-systems.
Special reference is made to the establishment of the vulnerability profile of Bangladesh in chapter 7. This chapter introduces a new methodology to integrate the impacts on natural and human systems and to account for the capability of Bangladesh to implement responsive strategies. Such strategies and problems with their implementation are discussed in chapter 6. Chapters 8 and 9, finally, give the conclusions and recommendations.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 12 |
|
Interne notitie t.b.v. de subwerkgroep "Leidraad duinafslag". Stabiliteit van het grensprofiel tijdens een superstormvloed.
|
[PDF]
|
| 13 |
|
Beschouwing van een aantal berekeningsmethoden voor het dimensioneren van gesloten dijkbekledingen op wateroverdruk.
|
[PDF]
|
| 14 |
|
Veiligheidsbeschouwing sluis te Vlaardingen.
|
[PDF]
|
| 15 |
|
Leidraad cementbetonnen dijkbekledingen.
|
[PDF]
|
| 16 |
|
Inventarisatie markante verschijnselen aan rivierdijken opgetreden tijdens de hoge rijnafvoer van januari 1982.
|
[PDF]
|
| 17 |
|
Instructie TAW-metingen
|
[PDF]
|
| 18 |
|
Onderzoek naar duinafslag tijdens superstormvloed: Toetsing van de resultaten van het twee-dimensionale modelonderzoek door middel van onderzoek in een drie-dimensionaal model
|
[PDF]
|
| 19 |
|
Leidraad voor de toepassing van asfalt in de waterbouw
|
[PDF]
|
| 20 |
|
Rapport Voorwerkgroep probabilistische methode
|
[PDF]
|