| 1 |
|
Een kustuitbreiding tussen Hoek van Holland en Scheveningen
Onze bijdrage bestaat uit drie hoofdelementen: ten eerste willen we enkele hoofdpunten van de Rapportage van de Stuurgroep Borgman van kanttekeningen voorzien als bijdrage tot een adequate meningsvorming over kustuitbreiding. Ten tweede willen we trachten om een aantal wezenlijke
uitgangspunten waarop de Rapportage van de Stuurgroep Borgman stoelt nader te analyseren en bij te stellen in het licht van de aktuele beleidsvoornemens op Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau, de ruimtelijke ordening betreffende. En voorts om de effekten van de duidelijk betere algemeen economische ontwikkeling en vooruitzichten, dan die welke ten tijde van de voorbereidingen van de Stuurgroep Borgman golden, de haalbaarheid van kustuitbreiding na te gaan. Verder wordt in deze analyse ook rekening gehouden met nieuwe inzichten en feiten m.b.t. de te verwachten aanlegkosten van de kustuitbreiding en wordt ook de zogenaamde referentievariant uit de Rapportage van de Stuurgroep Borgman geactualiseerd.
I Terwille van de aansluiting bij het Rapport Borgman worden de analyses en berekeningen toegepast" op de zogenaamde BALK- of WIG-variant in het Rapport Borgman. Deze variant sluit tevens het meest aan bij het rapport Tjalma en de ideeen van Waterman.
Ten derde willen we een poging doen om de spin-off effekten van een groot waterstaatkundig werk als een kustuitbreiding te inventariseren en taxeren. Dit doen we tegen de achtergrond van de malaise in de natte waterbouwsektor om duidelijk te maken welke perspektieven er voor deze sektor in het buitenland zouden kunnen ontstaan als 'off-spring' van de kustuitbreiding voor Zuid-Holland. De sektor zou aanleiding kunnen vinden, als men overtuigd is van de potentiele marktmogelijkheden elders, om de kustlocatie als een proefprojekt op de thuismarkt te beschouwen en overeenkomstig dit belang de overheid een aanbod te doen m.b.t. de aanlegkosten: 'public-private partnership' in optima forma.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 2 |
|
Nationaal kader Kust: Naar een veilige, sterke en mooie Noordzeekust
Het Deelprogramma Kust van het Deltaprogramma (verder aangeduid als Deltaprogramma Kust) heeft tot doel te verkennen wat nodig is voor een toekomstbestendige kust, die het aangrenzend binnenland duurzaam en (kosten)efficiënt verdedigt tegen overstroming vanuit zee en die tevens ruimte biedt aan behoud en ontwikkeling van functies in de kust. Het Deltaprogramma Kust doet dit door de lange termijn veiligheidsopgaven voor de kust optimaal te verbinden aan ruimtelijke opgaven. Een breed gedragen streefbeeld van de kust zal richting geven aan de op te stellen beleidstrategieën hoe op lange maar ook op de korte termijn gewerkt gaat worden aan een klimaatbestendige en mooi ingerichte kust. Dit vraagt om een wisselwerking met andere deelprogramma’s, met name Waddengebied, Zuidwestelijke Delta en Rijnmond/- Drechtsteden, waar deze raken aan de Noordzeekust.
De tijdshorizon van 2100 en verder is daarbij een bijzondere uitdaging. Bij de provinciale en nationale kustvisies zal men moeten omgaan met onzekerheden door uit te gaan van verschillende scenario’s voor klimaatverandering en ruimtelijk-economische ontwikkeling (zie paragraaf 2.3). Verschillende klimaatscenario’s werken door in de snelheid van zeespiegelstijging, en leiden daarmee tot verschillende veiligheidsopgaven voor de kust. Ruimtelijk-economische scenario’s zullen gevolgen hebben voor de mate van ruimtedruk op de kust. Het Nationaal Kader Kust moet hierbij houvast bieden. Er is voor gekozen om hiertoe een aantal bouwstenen voor een Nationale Visie Kust te schetsen (hoofdstuk 2). Deze bouwstenen bevatten een aantal principes om opgaven voor veiligheid en ruimtelijke kwaliteit te vertalen in beleid en uitvoering. Op deze wijze wil dit Nationaal Kader een basis bieden voor de opstelling van integrale lange termijn kustvisies en/of strategische agenda’s per provincie en ook daarvoor een inspiratiebron zijn.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 3 |
|
Is Geluk haalbaar? Onderzoek naar de financiële haalbaarheid van kustuitbreiding en verkenning van de mogelijkheden voor PPS
Op basis van uitgevoerde analyse en beantwoording van de onderzoeksvragen zijn de onderzoekers van mening dat een eventuele kustuitbreiding tussen Hoek van Holland en Scheveningen financieel haalbaar is, Voorwaarde is wel dat op het nieuwe land de mogelijkheid wordt geboden voldoende aantallen woningen te realiseren. De residuele waarde van woningontwikkeling is op zich toereikend voor bekostiging van de benodigde investeringen en onderhoud van de kustuitbreiding. Het betreft hier wel aanzienlijke aantallen woningen. Ter illustratie, 1.600 ha kustuitbreiding kost 0,9 tot 1,2 miljard euro, hetgeen 12.000 tot 22.000 woningen vereist. 3.000 ha kustuitbreiding kost 1,9 tot 2,7 miljard euro en vereist 22.000 tot 48.000 woningen. Vanzelfsprekend geldt dat bij geringere omvang van de kustuitbreiding minder woningen noodzakelijk zijn voor de financiële haalbaarheid.
Gezien de benodigde grote aantallen woningen is voorwaarde dat de woningontwikkeling op het nieuwe land geen of beperkte concurrentie ondervindt van eventuele woningprogramma’s op het bestaande land. Dit vereist een eenduidige planologische visie van alle betrokken overheden op het gebied inclusief de kustbreiding. Indien deze sturing niet aanwezig is, wordt het risico om voldoende opbrengsten te genereren zodanig hoog, dat het niet waarschijnlijk is dat het bedrijfsleven bereid is risicodragend te participeren.
Een derde voorwaarde is dat het woningprogramma optimaal wordt gepositioneerd en afgestemd op de meest aantrekkelijke doelgroepen, zijnde in het bijzonder de jongere senioren en samenwonenden jonger dan 35 jaar. Bovendien dient het aanbod gelijke tred te houden met de vraag en is fasering van woningontwikkeling een belangrijk aandachtspunt. Het verdient aanbeveling hiertoe optimaal gebruik te maken van de ervaringen en competenties van private ontwikkelaars door hen zo vroeg mogelijk in de planontwikkeling te betrekken.
Een vierde voorwaarde is adequate ontsluiting van het nieuwe land. Vooralsnog is aangenomen dat aanpassing van het bestaande regionale netwerk op het bestaande land niet bekostigd hoeft te worden uit de ontwikkeling van de gebiedsontwikkeling, hetgeen in lijn is met gangbare financieringsmodellen van vergelijkbare projecten. Het verdient aanbeveling nader te onderzoeken met behulp van regionale vervoersmodellen welke aanpassingen noodzakelijk zijn. De eerste indruk is dat met name aanpassingen nodig zijn om de uitbreiding bij Hoek van Holland beter te ontsluiten.
Theoretisch bestaat de mogelijkheid een eventuele kustuitbreiding te bekostigen uit woningontwikkeling op het bestaande land. Dit zou echter ten koste moeten gaan van de glastuinders. Dit zal naar verwachting aanzienlijke weerstanden oproepen bij deze sector, nog los van het feit dat de vereiste uitplaatsingsmogelijkheden relatief beperkt zijn. Ook private ontwikkelaars zien weinig heil in deze optie.
Andere functies zijn verkend als mogelijke kostendragers zoals bijvoorbeeld grootschalige bedrijvigheid, glastuinbouw, toerisme (met eventuele grootschalige attracties), recreatie en natuur, doch het is niet de verwachting dat deze functies een significante bijdrage zullen leveren aan de bekostiging. Wel dient aangetekend te worden dat de functies natuur, recreatie en toerisme een absolute meerwaarde hebben ten aanzien van de positionering van de woningontwikkeling alsmede kunnen bijdragen aan het publieke en maatschappelijke draagvlak. Voor de goede orde, de oppervlakte van de kustuitbreiding kan grotendeels bestemd worden voor natuur (zeker 65% tot 80%) ondanks de omvangrijke woningprogramma’s.
Een eventuele kustuitbreiding kan gefaseerd uitgevoerd worden maar dit is niet noodzakelijk. Weliswaar worden in geval van fasering de financieringskosten minder maar daar staat tegenover dat het efficiënter is de werkzaamheden in één keer uit te voeren en dat een volledig gerealiseerde kustuitbreiding bijdraagt aan de kwaliteitsbeleving van de toekomstige gebruikers.
Aangetekend dient te worden dat een financiële bijdrage van de overheid bij aanvang van de werkzaamheden het benodigde aantal woningen en dus het risicoprofiel aanzienlijk kan reduceren. Een bijdrage die dan ook als wenselijk doch niet noodzakelijk wordt beschouwd door een eventuele private partner. Legitimatie van de bijdrage is gelegen in het feit dat een eventuele kustuitbreiding gepaard gaat met een aantal publieke taken zoals in het bijzonder versterking van de kustverdediging maar ook onder meer de openbare ruimte en openbare voorzieningen en mogelijkerwijs de ontsluitende infrastructuur.
Gegeven het feit dat een eventuele kustuitbreiding financieel haalbaar is, is een PPS ook kansrijk. Een PPS die meer kansrijk wordt als de overheid risicodragend participeert eventueel in combinatie met een financiële bijdrage en bij voorkeur via één loket namens de overheid.
Kortom, een eventuele kustuitbreiding tussen Hoek van Holland en Scheveningen biedt perspectief. Meer dan voorheen, zoals eerdere studies uitwezen, omdat de twee belangrijkste variabelen voor een financiële haalbaarheid zich positief hebben ontwikkeld de laatste jaren. Enerzijds lagere kosten voor landaanwinning en anderzijds hogere opbrengstpotentie door toenemende schaarste op de woningmarkt en dientengevolge
prijsontwikkeling.
Aanbevolen wordt dan ook het onderzoek voort te zetten met een maatschappelijke kosten-batenanalyse en een verdere uitwerking van de PPS.
|
[PDF]
[Abstract]
|