| 1 |
|
Kruinhoogten in het benedenrivierengebied
De invloed van de stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg op de kans op overbelasting van de dijkringen in het benedenrivierengebied.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 2 |
|
Beleidsanalyse Tolkamer
Een studie met belanghebbenden om de voor- en nadelen van een coupure in de waterkering in Tolkamer duidelijk en overzichtelijk te maken ten behoeve van een keuze voor een alternatief zonder coupure, met coupure of met coupure en fiets- en voetgangersbrug.
De probleemstelling is dat, door de versterking van de waterkering voor Tolkamer, de relatie tussen Tolkamer en de rivier wordt verbroken, hetgeen een negatieve invloed heeft op de belevingswaarden en de rekreatieve aantrekkelijkheid en daarmee op de belangen van Tolkamer. Er dient een keuze te worden gemaakt voor een uit te voeren alternatief, op basis van een objektieve vergelijking van de verschillende alternatieven.
|
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 3 |
|
Risico-analyse Keersluis en Coupures te Schoonhoven
In het kader van de dijkverbetering c.q. -verzwaring langs de rivieren worden momenteel studies uitgevoerd naar de veiligheid van bestaande dijken. Nagegaan wordt hierbij in hoeverre de dijken voldoen aan de (nieuwe) richtlijnen.
Ook van de waterkeringen rond de Krimpener-/Lopikerwaard wordt nagegaan of deze voldoen aan de ontwerpnormen. In het dijkvak "Schoonhoven" in de Krimpenerwaard, aan de noordzijde van de Lek, bevinden zich een keersluis en twee coupures. In figuur 1 is een situatietekening gegeven met de keersluis, de coupures en het achterliggende stadsdeel van Schoonhoven.
De waterkering rond dijkring Krimpener-/Lopikerwaard bevat ook nog andere kunstwerken; deze worden in onderhavige analyse buiten beschouwing gelaten.
Doelstelling van dit rapport is om via een risico-analyse inzicht te verschaffen in de invloed van de keersluis en de coupures op de veiligheid van het achterliggende gebied. Er wordt geen uitspraak gedaan over de normstelling.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 4 |
|
Ligging van de Kustlijn
|
[PDF]
|
| 5 |
|
Definitie van waterkering en kustlijn: "De basiskustlijn"
|
[PDF]
|
| 6 |
|
Breedte-hoogte verhouding lage grensprofielen
|
[PDF]
|
| 7 |
|
Stormschade Houtribdijk
|
[PDF]
|
| 8 |
|
Verslag van de stormvloed van 14 februari 1989
Verslag van de stormvloed van 14 februari 1989.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 9 |
|
Verslag van de stormvloed van 25 en 26 januari 1990
Verslag van de Stormvloed van 25 en 26 januari 1990.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 10 |
|
Verslag van de Crocus-stormvloedperiode 26 februari t/m 2 maart 1990
De combinatie van hoog springtij en een aantal achtereenvolgende stormen leidde in de week van 26 februari tot en met 2 maart (crocusvakantie) tot een uitzonderlijk aantal opeenvolgende stormvloeden. Er kwamen hoogwaters voor met een frequentie van eenmaal per 7 a 25 jaar. In Vlissingen traden 4 hoogwaters op die behoren tot de 20 hoogste van deze eeuw. De stormvloedkering in de Oosterschelde werd 4 maal gesloten.
Het waarschuwingsbureau van de Stormvloed-waarschuwingsdienst (SVSD) is tijdens de stormvloedperiode 94 uur bemand geweest. Uit de SVSD geschiedenis van de laatste 35 jaar is geen stormvloedperiode te vinden, die zo langdurig is geweest. De langste stormvloedduur stond met 85 uur op naam van de stormvloedperiode van 12 tot 15 november 1977. Over vrijwel de gehele kust trad - vaak sterke - duinafslag op. In de afgelopen 20 jaar was ongeveer 5 maal eerder sprake van vergelijkbare a1slag, de laatste maal tijdens de jubileumstormvloed van 1 en 2 februari 1983. Duinafslag is overigens geen maat voor de structurele kustachteruitgang. Er treedt vaak ook een (gedeeltelijk) herstel van de afslag en de tijdelijke achteruitgang na een storm op.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 11 |
|
Formule, tabelle e diagrammi per il dimensionamento dei rivestimenti in Gabioni e Materassi Reno
Design manual for Gabions and Reno Mattresses by Macaferri under influence of wave action
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 12 |
|
Coastal Protection and Dune Management in The Netherlands
Because dunes protect a large part of The Netherlands against coastal flooding and inundation, it is
vital to guarantee the strength of these natural sea defenses. Besides sea defense, dunes have other
functions. Sandy shorelines and dunes are frequently eroded. A legal framework has been developed
that guarantees the required safety-level of dunes and protects the dune environment as well. Erosion
of the coastline is compensated by artificial beach nourishment.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 13 |
|
Plaatbekleding van open colloïdaal beton, proefproject Breskens
In september 1989 is een proefvak aangelegd op een zeedijk in het Waterschap het Vrije van Sluis nabij Breskens. Het betrof hier een plaatbekleding van open collo"idaal beton.
In 1990 is voorts een proefvak aangelegd op het talud van een winterdijk in het rivierengebied.
In dit vak, op de Waalbandijk te Ochten in het Polderdistrict Betuwe, wordt de be- en doorgroeiing van een open plaatbekleding door natuurlijke vegetatie onderzocht.
In 1990 zijn bovendien proeven uitgevoerd naar het onder water penetreren van breuksteen met collo'idaal beton ten behoeve van een mogelijke toepassing als waterdichte onderwater-
taludbekleding in een kanaal. In 1991 zijn in dit verband nog aanvullende proeven uitgevoerd ter optimalisatie van de betonmengsels in relatie met het type breuksteen. Tenslotte is medio 1991 een proefvak aangelegd langs het IJsselmeer.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 14 |
|
Luchtfotos kust Noord Nederland
Series of areal pictures of the northern coast of North Holland (Bergen) with groynes (strandhoofden) and beach nourishments. Noorderhaaks, Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland and Schiermonnikoog. Picture date: 15 Oct 1990
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 15 |
|
Kustverdediging na 1990: Beleidskeuze voor de kustlijnzorg
Op basis van een aantal overwegingen, de adviezen en het gevoerde overleg, komt de regering tot de slotsom dat de kustachteruitgang gestopt moet worden. Zij kiest voor duurzaam handhaven van de veiligheid en voor duurzaam behoud van functies en waarden in duingebieden. Deze I<euze voor het alternatief Handhaven houdt in, dat de kustlijn tenminste gehandhaafd blijft op de plaats waar die in 1990 ligt. Waar de kust bestaat uit dijken zal «Handhaven» altijd handhaven op de huidige plaats betekenen. Waar de kust een duinenkust is, is enige nuancering nodig. Het kan zijn dat door plaatselijk de kustlijn van een kustvak te verschuiven, handhaving van de kust met minder inspanning mogelijk is. De kustlijn van een duinenkust heeft van nature een zekere beweeglijkheid, die hoort bij de wisselende krachten van de zee. Er moet ruimte voor die bewegingen zijn. Ais die ruimte er is, kan de kust efficient verdedigd worden. Dit betekent dat de kustlijn binnen zekere marges gehandhaafd moet worden. Ruime beweeglijkheid kan worden toegestaan aan de meeste uiteinden van de Waddeneilanden, met als beperking dat de eilanden wei als een geheel moeten blijven bestaan. Waar ruimte wordt gegeven aan de natuurlijke beweeglijkheid van de kustlijn, zal ook het duinfront enige beweeglijkheid te zien geven. Dit kan een belangrijke impuls zijn voor de dynamiek van het beheer waar de natuurbeschermingsorganisaties om vragen. Toelaten van verstuiving op een aantal plaatsen en de vorming van een enkele slufter zijn mogelijk. De regering vindt dat de keuze voor het handhaven van de kust bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling van onze samenleving. Door de nuancering die de regering aan Handhaven geeft, blijven ook de dynamische charme en de kwaliteit van onze natuurlijke duinenkust tot in lengte van jaren bestaan. De keuze voor zandsuppleties als belangrijkste middel voor kustverdediging past daar geheel in. Handhaven mag op deze manier «Dynamisch Handhaven» genoemd worden.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 16 |
|
A new coastal defence policy for the Netherlands
Translation of two Dutch governmental reports about the decision to maintain the Dutch coastline by means of artificial beach nourishment and to maintain the coastline of 1990 (so in fact compensate all erosion by artificial beach replenishment).
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 17 |
|
Taluds van losgestorte materialen: Stabiliteit van lage dammen en overgangsconstructies bij stortsteen onder golfaanval, deel V, verslag modelonderzoek
Dit verslag beschrijft de stabiliteit van een aantal stortsteenkonstrukties die afwijkt van een recht doorgaand talud zonder overslag . De konstrukties zijn dammen met een lage kruin, geknikte stortsteen taluds en stortsteen taluds met een glad boventalud. Uitgangspunt daarbij zijn de resultaten van M 1983 deel I (twee stabiliteitsformules) en van M 2006, het bermonderzoek . Voor de lage dammen zijn 31 proeven uitgevoerd. Bij de analyse zijn ook de resultaten van een aantal andere (buitenlandse) onderzoeken betrokken . Voor de overgangskonstrukties zijn in totaal 18 proefseries uitgevoerd, waarbij elke proefserie bestond uit 2-6 stappen met opklimmende golfhoogte. Lage dammen kunnen worden onderverdeeld in drie typen, reef type konstrukties, traditionele konstrukties met de kruin boven swl en konstrukties met de kruin beneden swl. Voor aIle drie typen zijn ontwerpformules en/of ontwerpgrafieken afgeleid. Voor de overgangskonstrukties zijn eveneens relatief eenvoudige ontwerpgrafieken bepaald.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 18 |
|
Onderzoek naar de mogelijkheid van afsluiting van de Oosterschelde met een gedeeltelijk geprefabriceerde stormvloedkering. Deelrapport 1: milieuaspecten en morfologische ontwikkelingen
Dit deelrapport handelt over de eisen zoals die in de periode november 1974 - mei 1976 vanuit het milieu en de visserij zijn geformuleerd voor de constructie van een stormvloedkering in de mond van de Oosterschelde. Deze eisen zijn geformuleerd en onderbouwd -op basis van de toen beschikbare kennis- in nota DDM/75-72, „Milieu-randvoorwaarden voor het gedempte getijgebied in de Oosterschelde" (J.M.J. Terwindt, november 1975). Tevens zijn deze eisen samengevat in de nota „Stormvloedkering Oosterschelde, eindrapport" (Rijkswaterstaat, mei 1976). Op de keuze voor het uiteindelijke compartimenteringsmodel C3 (met Philipsdam en Oesterdam) met verbeterd Kanaal door Zuid-Beveland wordt in dit deelrapport niet ingegaan. Deze keuze is uitvoerig onderbouwd,
in het „Rapport Commissie Compartimentering Oosterschelde" (april 1975) en het hieraan voorafgaande „Rapport van de ad-hoc werkgroep Oosterschelde" (september 1974). Tevens kan verwezen worden naar de aan het eerste rapport ten grondslag liggende deelrapporten „De
waterhuishoudkundige aspecten van de compartimentering van de Oosterschelde" (april 1975) en „De milieukundige aspecten van de compartimentering van de Oosterschelde" (Commissie Compartimentering Oosterschelde, werkgroep Milieu, november 1975). Een beschrijving van de consequenties van de bouw van een stormvloedkering in de Oosterschelde, in vergelijking met de alternatieven „open Oosterschelde" (A-3) en „gesloten Oosterschelde" (D-4) is gegeven in het rapport „Analyse Oosterschelde Alternatieven" (Rijkswaterstaat, mei 1976). Een uitvoerige beschrijving van een deel van de milieuconsequenties van de bouw van een stormvloedkering is gegeven in „Protecting an Estuary from Floads - a Policy analysis of the Oosterschelde, Volume III- Assessment of Long-run ecological Balances (R-2121/3-neth, J.H. Bigelow, J.C. de Haven, C. Dritzer, P.
Eilers, J.C.H. Peeters, april 1977) and Vol. IV - Assesment of Algae Blooms, a potential ecological Disturbance (R-2121/4 neth, J.H. Bigelow, J.G. Bolten, J.C. Havens, april 1977); deze rapporten zijn geschreven in een samenwerkingsverband van Rijkswaterstaat en RAND-corporation (U.S.A.). In figuur 2.1 is aangegeven hoe de hiervoor genoemde rapporten ten opzichte van elkaar en in de tijd geplaatst moeten worden.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 19 |
|
Onderzoek naar de mogelijkheid van afsluiting van de Oosterschelde met een gedeeltelijk geprefabriceerde stormvloedkering. Deelrapport 6: caissons gefundeerd op putten
op de kering uitgeoefende belastingen door een puttenfundering afgeleid naar de draagkrachtige lagen van het pleistoceen. Bij het onderhavige ontwerp caissons op putten zjn de caissons op drie punten opgelegd:
- aan de Oosterscheldezijde op twee putten voor het opnemen van horizontale krachten;
- aan de zeezijde een centrale betonnen paal voor het opnemen van verticale belastingen.
In hoofdstuk 3 van dit deelrapport zijn de resultaten van een gevoeligheidsonderzoek naar de afmetingen en opleggingen van een dergelijk ontwerp weergegeven. De lengte van de caissons varieerde van 32 tot 60 m en er werden twee oplegsystemen een 3 vlaks- en een 4-vlaksoplegging in beschouwing genomen. De sterkteberekeningen zijn verricht volgens de eindige elementen methode.
Er is geen beoordeling ten aanzien van het bezwijkgedrag van de constructie gegeven, wel is gezocht naar maatgevende doorsneden. Stabiliteit en oplegreacties zijn vergeleken. De randvoorwaarden grondmechanische aspecten komen uit dit rapport slechts summier aan de orde. In de deelrapporten 3 en 4 Grondmechanische aspecten en Caissons op staal zijn die factoren uitgebreid geanaliseerd. De berekeningsresultaten van het gevoeligheidsonderzoek zijn in hoofdstuk 4 vermeld. In 4.5 wordt een overzicht van een aantal detailberekeningen van voorspanningen en wapenings hoeveelheden gegeven.
In hoofdstuk 2 wordt het in nederland voorhanden heimateriaal getoetst op bruikbaarheid en vervolgens wordt een aantal plaatsingsmethodieken besproken. Er is ook een uitgebreide analyse gemaakt van mogelijke paalconstructies t.b.v. de fundering aan de noordzeezijde en aan de oosterscheldezijde.
Hoofdstuk 6 geeft een beschouwing van mogelijke materialen voor de oplegconstructies tussen caissons en palen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 20 |
|
Kustverdediging na 1990 (Kustnota 1990): Technisch rapport 18: Berekeningsresultaten beleidsalternatieven
Vanuit een beschrijving van beleidsanalyse in algemene zin en de gebruikelijke terminologie en definiering ervan, wordt toegewerkt naar een specificatie van de voor de discussienota 'Kustverdediging na 1990'
gehanteerde beleidsanalytische aanpak. Hierin wordt de doelstelling van de studie uitgewerkt, wordt de uitgangssituatie gespecificeerd en worden de randvoorwaarden beschreven.
De gewenste ontwikkelingen ten aanzien van de kustverdediging en de relatie met de maatschappelijke funkties in het kustgebied worden vastgelegd in strategieen. Wanneer ook de maatregelen die deze strategieen konkreet maken worden ingevuld leidt dit tot (beleids) alternatieven.
Tevens wordt aangegeven welke ontwikkelingen de inspanningen die voor de kustverdediging de komende decennia nodig zijn, in hoofdzaak bepalen. Deze worden uitgedrukt in scenario's en betreffen vooral de hydrometeorologische randvoorwaarden (zeespiegel, klimaat) en de morfologische ontwikkelingen (gemiddeld, ongunstig).
Tot slot worden de criteria beschreven op basis waarvan de ontwikkelingen bij diverse beleidskeuzes kunnen worden vergeleken. Het betreft kosten, verliezen aan duinareaal, e.d.
Ten behoeve van de integrale analyse is het systeemanalytische model KUSTBEL (TR-17 ) ontwikkeld waarmee op relatief eenvoudige wijze voor de verschillende beleidsalternatieven de resulterende kustontwikkeling en de effecten daarvan op veiligheid en functies kunnen worden geanalyseerd en vergeleken.
De feitelijke uitvoering van de beleidsanalyse richt zich op de analyse van beleidsalternatieven aan de hand van concrete rekengevallen, die in KUSTBEL worden ingevoerd (uitgezonderd de strategie Zeewaarts).
Als onderdeel van de analyse is tevens een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om de invloed te kunnen inschatten van de onzekerheden die samenhangen met de beschikbare kennis en informatie.
|
[PDF]
[Abstract]
|