| 1 |
|
Schroefstraal tegen kademuur, stroomsnelheid- en erosiemetingen
Prototypemetingen van stroomsnelheden en erosie van bodembeschermingen voor kademuren belast door schroefstralen
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 2 |
|
Vulnerability of Bangladesh to climate change and sea level rise
Concepts and tools for calculating risk in integrated coastal zone management. This summary document highlights the main analyses and findings of the technical and institutional components of
the pilot study, which are reported in separate documents.
In subsequent chapters attention will be paid to the problems addressed, the approach followed, the results obtained and the conclusions and recommendations drawn.
Chapter 2 introduces the worldwide climate change problem and concern, and discusses the consequences for Bangladesh in more detail. The general IPCC approach - which formed the starting point for the Bangladesh pilot study -- was adapted in accordance with the specific conditions and concerns for Bangladesh. An overview of the approach followed is presented in chapter 3, while more
details can be found in chapters 4 and 5. These chapters present main components of the impact analysis: the assessment of primary physical effects; and the impacts on human and eco-systems.
Special reference is made to the establishment of the vulnerability profile of Bangladesh in chapter 7. This chapter introduces a new methodology to integrate the impacts on natural and human systems and to account for the capability of Bangladesh to implement responsive strategies. Such strategies and problems with their implementation are discussed in chapter 6. Chapters 8 and 9, finally, give the conclusions and recommendations.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 3 |
|
Zoet water in het Schelde-estuarium: veranderingen in de saliniteit
|
[PDF]
|
| 4 |
|
Projectnota/MER Keersluis Ramspol (Ramspol II): Voorontwerp nota dijkversterkingen, Deel 1 : Hoofdtekst
In 1991 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat opdracht gegeven voor het uitvoeren van een milieu-effecten studie gecombineerd met een technische haalbaarheidsstudie voor een beweegbare kering ter plaatse van Ramspol. De totale studie is beschreven in de "Projectnota/MER keersluis Ramspol 2" [1].
In de rapportage "Voorontwerp keersluis Ramspol" [2] komen alle onderzochte aspecten van de keringstypen uitgebreid aan bod.
Achter de keersluis Ramspol ligt 188 km waterkeringen verdeeld over vier dijkringen. Onder maatgevende omstandigheden wordt de veiligheid van deze waterkeringen beïnvloed door de ontwerpwaterstanden achter keersluis Ramspol. De combinatie van doorstroomopening en beheer- en sluitingsregime is van invloed op deze waterstanden.
Deze "Voorontwerpnota dijkversterkingen" geeft een technische en financiële onderbouwing voor de benodigde dijkversterkingen. Op basis van deze informatie zijn de effecten bepaald en beoordeeld door werkgroep Milieu.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 5 |
|
Verslag van de stormvloed van 19 en 20 december 1993
Een actieve, maar kortdurende stormdepressie veroorzaakte met name in het noordelijke kustgebied aanzienlijke verhogingen van de waterstanden, zodat daar vrij hoge waterstanden gemeten werden.
Tijdens de stormvloed zijn de stormvloedkeringen in de Oosterschelde en de Hollandse IJssel niet gesloten.
Het waarschuwingsbureau van de SVSD is tijdens de stormvloed bezet geweest van 19 december 21h30 tot 20 december 03h30.
Duinvoetafslag deed zich aileen op Texel, Vlieland en Ameland voor. De overige kustbeheerders hadden geen duinvoetafslag van enige betekenis te melden.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 6 |
|
Verslag van de stormvloed van 28 januari 1994
Een actieve stormdepressie veroorzaakte in het gehele kustgebied aanzienlijke verhogingen van de waterstanden, zodat daar vrij hoge waterstanden gemeten werden. Tijdens het passeren van de stormvloed werd de Stormvloedkering in de Oosterschelde eenmaal en Stormvloedkering in de Hollandse IJssel tweemaal gesloten.
Het waarschuwingsbureau van de SVSD is bemand geweest van 28 januari 00h00 tot 29 januari 01h00.
Gemiddeld genomen was de duinafslag over de gehele kust groot. De grootste afslag deed zich voor aan de kust van Zuid-Holland.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 7 |
|
Verslag van de stormvloed van 13 en 14 maart 1994
Een actieve stormdepressie veroorzaakte in het noordelijke kustgebied aanzienlijke verhogingen van de waterstanden, zodat daar vrij hoge waterstanden gemeten werden. Tijdens het passeren van de stormvloed werden de Stormvloedkeringen in de Oosterschelde en de Hollandse IJssel niet gesloten.
Het waarschuwingsbureau van de SVSD is bemand geweest van 13 maart 13h00 tot 14 maart 03h00.
Gemiddeld genomen was de duinafslag over de gehele kust zeer gering. Alleen aan de Noord-Hollandse kust bij Bergen aan Zee en op Vlieland werd enige kustafslag geconstateerd.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 8 |
|
Handreiking beleidsanalyse: Een methode voor het ontwikkelen en beoordelen van alternatieven in de planvorming van de dijkversterking
Handreiking voor de visie-ontwikkeling voor dijkversterkingsprojecten conform aanbevelingen commissie Boertien
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 9 |
|
Handreiking constructief ontwerpen: Onderzoek en berekening naar het constructief ontwerp van de dijkversterking, inclusief bijlagen
De 'handreiking ruimtelijk ontwerpen' beschrijft het ontwerpproces dat al begint in de visie-ontwikkeling. Daar is een vormgever bij nodig. Die moet goed weten welke veiligheidseisen, LNC-eisen en andere maatschappelijke eisen er aan een dijktraject gesteld worden. Omgekeerd moet de opdrachtgever bij het kiezen van een architect goed weten wat voor vlees hij in de kuip heeft, is het een 'Ruisdael' of een 'Picasso'.
|
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 10 |
|
Handreiking Inventarisatie en waardering LNC-aspecten: Een methode voor beschrijving van en betekenistoekenning aan de LNC-aspecten bij de dijkversterking
Een methode voor beschrijving en betekenistoekenning van de LNC-aspecten in de planvorming van de dijkversterking. De inventarisatie is de beschrijving van LNC volgens geijkte methoden. De waardering in het tweede deel van de handreiking is daarentegen grotendeels een stap in het onbekende. Per projekt moet worden bepaald welke waarde aan de bij de inventarisatie gevonden organismen en objekten moet worden toegekend. Voor een klein deel is houvast te vinden in de lijsten van bedreigde soorten, monumenten, natuurreservaten en beschermde dorps- en stadsgezichten. Die bezitten een reeds geautoriseerde waarde. Echter, aan verreweg de meeste levende wezens en dingen in het landschap is nog geen waarde toegekend volgens een officiele procedure. Voor elk traject en projekt moet dat dus nog gedaan worden. Omdat waarde een eigenschap is die wordt toegekend en die dus niet zelfstandig door een organisme of een landschapselement wordt ontwikkeld, is waarde per definitie subjectief. Dit is geen diskwalificatie maar het vergt daardoor wei de inbreng van zoveel mogelijk betrokken personen (subjecten) om voldoende maatschappelijk draagvlak te verkrijgen. De TAW doet voor deze moeilijke stap een hand reiking in de vorm van parameters waardoor de in een dijktraject aangetroffen LNC aspecten getalsmatig kunnen worden uitgedrukt. Deze parameters, zoals zeldzaamheid of kenmerkendheid zijn eigenschappen van het rivierdijken landschap en zijn uitgekozen omdat ze bruikbaar worden geacht als maat voor het bijzondere, eigene en kwetsbare. Deze parameters houden het proces doorzichtig en toetsbaar. De waardetoekenning ontkomt echter niet aan een laatste stap van subjectieve keuze.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 11 |
|
Handreiking Ruimtelijk ontwerpen: Dijkversterking als ontwerpopgave
De handreiking heeft een tweetal invalshoeken, waardoor de opbouw wordt bepaald. De eerste invalshoek is die van het dijkontwerp. Wat zijn de eisen die aan een goed ruimtelijk ontwerp gesteld kunnen worden? Op welke zaken moet gelet worden? Paragraaf 2, Aspecten van het dijkontwerp, is hieraan gewijd. In paragraaf 3 wordt aan de orde gesteld dat deze invalshoek niet genoeg oplevert om alleen daarmee goede plannen te maken. Een voorbeeldenboekje is niet te maken. Er is minstens een leidende gedachte nodig waarmee de veelheid aan aspecten op één lijn gebracht kunnen worden. In paragraaf 4 wordt een dergelijke benadering gegeven. Daarbij past de relativering, dat het om visies gaat en niet om objectieve waarheden. Paragraaf 5 gaat over mogelijke andere visies.
De tweede invalshoek, complementair aan de inhoudelijke, is die van het planproces. Dat moet goed in elkaar steken. Paragraaf 6 sluit de boog vanuit het begin van de handreiking: de waterschappen hebben een belangrijke rol als opdrachtgever en zijn zich vanuit die positie bewust van de betekenis van het maken van een plan. De handreiking moet op projectniveau en bij de uitvoering van dienst kunnen zijn. Enerzijds door intensieve gedachtenwisseling met de waterschappen aan de hand van nieuw te ondernemen projecten, anderzijds door nader onderzoek moet de handreiking die positie verkrijgen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 12 |
|
Handreiking Visie-ontwikkeling: Keuzen en afbakening van het werkterrein van de dijkversterking
In deze handreiking wordt een aantal overwegingen gegeven voor de inhoudsopgave van een Visie-ontwikkeling. Daarnaast wordt in een voorbeeld de Visie-ontwikkeling nader uitgewerkt. Op basis van deze notitie kan een discussie gevoerd worden over de wenselijkheid en de inhoud van een Visie-ontwikkeling in het planproces van de dijkversterking. Dit is geen praktische handreiking, waarin het opstellen van een Visie-ontwikkeling van a tot z omschreven is.
De handreiking begint met een algemene probleemstelling en omschrijving van de Visieontwikkeling. Door het aanduiden welke uitspraken in een Visie-ontwikkeling horen, wordt een aanzet voor de inhoudsopgave gegeven. Vervolgens wordt dat middels een voorbeelduitwerking (zuidelijke Lekdijk tussen Nieuwpoort en Vianen) uitgewerkt. Op basis van een gemeenschappelijk terreinbezoek door een aantal bij de dijkversterking betrokken partijen, een korte verkenning van beschikbare gegevens en een eerste verkenning van de ingreep zijn een aantal relevante zaken genoteerd op kaarten.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 13 |
|
Berm breakwater structures: The Mortavika breakwater - a harbour exposed to severe weather
It will be impossible to replace all the ferry routes with regular roads. However, looking at the social
economic benefits, one will soon discover that it will pay to shorten the ferry routes as much as possible. One way of shortening the ferry links is to challenge the forces of the nature and actually place the ferry harbour out towards the open sea.
The Mortavika Harbour has been placed at the outermost point of Rennesoy, andis part of the Rennesoy- Mainland Connection (RENFAST). The paper describes the hydraulic investigations programme which was required to ensure an acceptable level of service and safety and even structural integrity of the ferry terminal. The paper also includes a description of the berm-breakwater which was constructed and experiences from the construction period.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 14 |
|
Design plan Oosterschelde Storm-surge barrier: Overall design and design philosophy
The 10 year struggle of the Rijkswaterstaat (State Department of Public Works) and contractors with the task to build a permeable sea defence structure in the Oosterschelde, has been registered in sixteen successive project reports which contain thousands of documents. These documents are sometimes complete part-project papers and sometimes not more than minutes of a meeting or time-scaled diagrams. This documentation contains all elements which belong to a design report and a project plan. That in this way a successful construction project did come about, does not lessen the need of the PGS (Management Team Oosterschelde Project) for an integrated design plan. In this design plan, the conSistency of the design is visible and can be tested, even for those who were not participants in the project. Because of the fact that the construction was designed while it was being built, the design plan was ready only when work was finished. And since writing of it had to take place during construction, often priority was given to construction instead of writing. Therefore writing of the design plan was more difficult than if it had been done before construction started. In the knowledge that this reversed procedure should not be repeated, the PGS is satisfied that a design plan did come about atal!.
The report will provide the manager of the storm-surge barrier, and those who are interested, with an insight into the chosen starting-points. It is hoped that the report will also be an encouragement and a comfort to all those who may be involved with similar constructions in the future. Encouragement to make a design plan and a project plan before construction starts, and the comfort that when necessary it can also be done without these. But then it becomes crucial to have the commitment of all participants in the project to work closely together with mutual trust.
|
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 15 |
|
Modelbeschrijving en gebruikershandleiding van PLONS: pc-model voor berekening van wateruitwisseling tussen natte strook en vaarweg, versie 1.0
Beschrijving van het programma PLONS voor het berekenen van de uitwisseling van water tussen een natte strook langs een vaarweg en die vaarweg. Ook de theoretische achtergronden worden gegeven.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 16 |
|
Validatie van PLONS: pc-model voor berekening van wateruitwisseling tussen natte strook en vaarweg
Toetsing van het programma PLONS (Positionering en lengteverdeling van openingen in een natte strookverdediging) aan praktijkmetingen uitgevoerd langs het kannal Wessem-Nederweert en langs den Zuid-Willemsvaart.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 17 |
|
Water tegen de dijk 1993: de toestand van de rivierdijken tijdens het hoogwater van december 1993
In december 1993 zijn in Rijn en Maas extreem hoge waterstanden voorgekomen. Bij Lobith steeg het water tot 16,39 meter boven NAP (25 december), bij Borgharen trad zelfs de hoogste afvoer van deze eeuw op met een bijbehorende waterstand van 45,90 meter boven NAP (22 december). Op de beide rivieren was tegelijkertijd sprake van een topafvoer. Dat kwam bijvoorbeeld bij het voorlaatste hoogwater in 1988 niet voor. Toen was er alleen sprake van een hoge Rijnafvoer. Door deze combinatie van topafvoeren werd van de rivierdijkbeheerders in het land van Maas en Waal in deze periode een zeer grote inspanning vereist. Het hoogwater heeft in het niet bedijkte gedeelte van Limburg voor veel wateroverlast gezorgd. In het bedijkte gedeelte van de Rijn, Waal, IJssel en Maas, waar zo'n 1500 kilometer dijk ligt, was er geen sprake van overstroming van de bandijken en schade op uitgebreide schaal achter of aan de dijk. Net als tijdens het hoogwater van maart 1988 is dit te danken aan de geringe windkracht en de gunstige windrichting die tijdens het hoogwater voorkwam. Daardoor is er geen golfoploop van betekenis geweest. Evenmin was er sprake van opstuwing vanuit de Noordzee en het IJsselmeer, hetgeen vooral van belang is geweest voor de waterstanden bij Kampen en Dordrecht.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 18 |
|
Vertical structure of the flow due to waves and currents - Laser-doppler flow measurements for waves following or opposing a current
Changes in the mean horizontal-velocity profile in combined wave-current motion, outside
the bottom boundary-layer, are essential for the correct prediction of cross-shore sediment
transport outside the surf zone and the transport of dissolved matter, e.g. Klopman (1992).
To be able to verify mathematical and numerical models (see Klopman, 1992) experimental
data is needed. This is especially the case with the vertical structure of the wave and
turbulence Reynolds stresses where data is lacking. For this reason, a laboratory experiment
was conducted to study the flow kinematics under combined wave-current motion, for waves
propagating in the current direction and for waves opposing the current.
The wave-current facility in which the tests have been carried out is equipped with two
computer-controlled wave boards, one generating waves and the other absorbing waves. Both
wave boards have active wave-absorption systems which eliminate spurious waves. A
constant discharge was provided by a flow-circulation circuit. Special care was taken in the
design of the inflow and outflow structures, in order to introduce the current smoothly into
the channel and to minimize unwanted reflections of the waves at the inflow and outflow.
Flow velocities were measured in one vertical cross-section of the channel, with two laserDoppler
velocimetry (LDV) systems, mounted at a fixed distance above each other. Water
surface elevations were measured with six resistance-type wave-height meters, and the
discharge was measured with an electro-magnetic flow (EMF) meter.
Tests were performed with mono-chromatic, bi-chromatic and random waves without current,
following the current and opposing the current. Also a test series was performed for a steady
current without waves.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 19 |
|
Technisch rapport voor controle op het mechanisme piping bij rivierdijken
Concept rekenregel voor piping bij rivierdijken.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 20 |
|
2-D model test of Dolosse Breakwater
The rational design diagram for Dolos armour should incorporate both the hydraulic stability and the structural integrity. The previous tests performed by Aalborg University made available such design diagram for the trunk of Dolos breakwater without superstructures (Burcharth et al 1992). To extend the design diagram to cover Dolos breakwaters with superstructure, 2-D model tests of Dolos breakwater with wave wall were done. Furthermore, Task IA will give the design diagram for Tetrapod breakwaters without a superstructure .. The more complete research results on Dolosse can certainly give some insight into the behaviour of Tetrapods armour layer of the breakwaters with superstructure. The main part of the experiment was on the Dolos breakwater with a high superstructure, where there was almost no overtopping" This case is believed to be the most dangerous one. The test of the Dolos breakwater with a low superstructure was also performed". The objective of the last part of the experiment is to investigate the influence of the method of placing and packing the blocks on the hydraulic stability. The Dolosse were more carefully put on the slope and the hydraulic stability of such slope was compared with that of the more randomly packed slope. The whole experiment was carried out in the period of August - November 1993 The analysis on the hydraulic stability has been finished while the stresses analysis is under way.
|
[PDF]
[Abstract]
|