| 1 |
|
Grondbeleid als marktinterventie
|
[PDF]
|
| 2 |
|
Analyse van woonlocatiekeuze met een discreet keuzemodel
|
[PDF]
[PDF]
|
| 3 |
|
Stagnation in housing production: another success in the Dutch `planner's paradise'?
|
[PDF]
|
| 4 |
|
Instrumentarium locatieontwikkeling. Sturingsmogelijkheden voor gemeenten in een veranderde marktsituatie
|
[PDF]
|
| 5 |
|
Wetenschappelijk programma. Enkele highlights
|
[PDF]
|
| 6 |
|
Vernieuwend ruimtegebruik
|
[PDF]
|
| 7 |
|
Reflectie op kernvragen Blok grondprijzen voor tijdelijke commissie Huizenprijzen
|
[PDF]
|
| 8 |
|
Improving risk communication to Dutch municipal councils concerning land development projects
|
|
| 9 |
|
Lage grondprijzen corporatiewoningen en staatssteun
In deze bijdrage brengen we in kaart hoe de Nederlandse praktijk van lage grondprijzen voor corporatiewoningen zich verhoudt tot de Europese regelgeving over staatssteun. Is de huidige praktijk toelaatbaar en zo nee, hoe kan wel worden voldaan aan de Europese regels?
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 10 |
|
Contracting for better places: a relational analysis of development agreements in urban development projects
|
[PDF]
|
| 11 |
|
Grond in beweging: effectiviteit en efficiëntie van het Enschedese actieve grondbeleid
|
[PDF]
|
| 12 |
|
Knelpunten gebiedsontwikkeling: de rol van Europese richtlijnen
|
[PDF]
|
| 13 |
|
't Vaneker
|
[PDF]
|
| 14 |
|
Investigating financial feasibility of urban development, and the demand for additional data
|
[PDF]
|
| 15 |
|
Factoren, veranderingen, sturing: Raadsenquête grondbeleid gemeente Enschede
|
[PDF]
|
| 16 |
|
Werken aan vitale wijken
Dit onderzoelc gaat over de vitaliteit van wijken . Dit begrip wordt gehanteerd in onder andere het Grote Steden Beleid. Er is echter geen overeenstemming over de exacte betekenis van het begrip vitaliteit. Dit onderzoek besteedt daarom aandacht aan de volgende vragen:
Is vitaliteit te operationaliseren?
Is op vitaliteit te sturen?
Er wordt hierbij geconcludeerd dat het begrip vitaliteit slechts gedeeltelijk te operationaliseren is. Sturen op vitaliteit is als gevolg daarvan niet mogelijk. Het streven naar vitaliteit biedt wel een positieve invalshoek waarmee in wijken aan de slag kan worden gegaan. Werken met het begrip vitaliteit kan de beleidsdiscussie ondersteunen. Op basis van de beschikbare literatuur, de beleidsnota's op basis van de gesprekken met beleidsambtenaren moet worden vastgesteld het op dit moment niet mogelijk is om vitaliteit te operationaliseren, meetbaar te maken. Dit geldt zowel voor de verschillende aspecten van vitaliteit als de onderlinge processen. Er is bij de verschillende auteurs en professionals wel consensus over de breedte van het verschijnsel vitaliteit en over het gegeven dat de vele aspecten elkaar beinvloeden. Het is echter nog met mogelijk om overeenstemming te krijgen over de begrippen en over de onderlinge verbanden. De benaderingswijze waarbij aspecten zijn vastgesteld maakt het wel mogelijk om op het kwalitatieve vlak uitspraken te doen over vitaliteit. De aspecten geven in combinatie met hun (vermoede) onderlinge verbanden de essentie van vitaliteit goed weer. In een wijk kan het daarbij zijn dat er (ook) andere aspecten een belangrijke rol vervullen, met de onderscheiden aspecten kan vitaliteit wel hanteerbaar worden gemaakt. Een kwantitatieve invulling kan echter niet aan alle aspecten worden gegeven. Bij een aantal aspecten is er sprake van problemen niet betrekking tot de (objectieve) meetbaarheid ervan. Het is daarnaast met voldoende mogelijk om vanuit de aspecten een score te geven voor de vitaliteit van een wijk.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 17 |
|
Analyse van woonlocatiekeuze met een discreet keuzemodel
De samenleving in Nederland individualiseert steeds meer. Deze maatschappelijke ontwikkeling en de aanzienlijke welvaartsstijging maken het voor de consument mogelijk om meer wensen te realiseren. Dit geldt ook voor de keuzen ten aanzien van het wonen. De overheid stelt in de Vierde Nota voor de ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) zich het volgende doel: "Het bevorderen van zodanig ruimtelijke en ecologische condities dat:
• de wezenlijke strevingen van individuen en groepen zoveel mogelijk tot hun recht komen;
• de diversiteit, samenhang en duurzaamheid van het fysieke milieu zo goed mogelijk waarborgen." [VROM, 1993]
Bij het plannen van ruimtelijk beleid is het noodzakelijk dat de overheid inzicht heeft in de werkelijke strevingen van individuen en groepen. In hoeverre de overheid daadwerkelijk aan alle strevingen tegemoet kan komen met het waarborgen van diversiteit, samenhang en duurzaamheid van het fysieke milieu zal dan pas blijken. Voor het plannen van woonlocaties is inzicht vereist in de volgende punten:
• welke karakteristieken van de (toekomstige) consument zijn relevant;
• wat zijn de locatie voorkeuren van de (toekomstige) consument;
• vertaling van deze voorkeuren naar een gewenst locatie aanbod;
• wat is de mate waarop een gegeven locatie aanbod aansluit op het gewenste locatie aanbod.
In dit onderzoek zal worden ingegaan op een methode om de behoefte aan woonlocatie types inzichtelijk te maken. Met behulp van een discreet keuze model kan de kans op de keuze voor een woonlocatie type worden voorspeld. Door gebruik te maken van multinomiale logistische regressie worden de relevante karakteristieken voor de woonlocatiekeuze van een consument geselecteerd. De opdracht is als volgt geformuleerd: "Analyse van woonlocatiekeuze met een discreet keuzemodel." Doel van dit onderzoek is: Het creëren van een methode om op gemeentelijk en regionaal niveau bij de ontwikkeling van woonlocaties het aanbod af te kunnen stemmen op de vraag van de consument.
|
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 18 |
|
Improving institutions for green landscapes in metropolitan areas
Dutch city dwellers take accessible green areas for granted. They might easily forget that considerable resources and regulations have been applied to protect and improve these areas. This dissertation considers the implications if, in line with the neo-liberalization of the state, this approach changes. A multi-theory approach based on Grounded Theory was developed as a methodological basis to the investigation. The limited applicability of Transaction Cost Theory was also explored. The analysis addresses why in many cases, cross-subsidizing green areas with built developments is not a viable financing solution. It explains why a combination of hierarchical and network-oriented approaches works best in practice. It investigates tensions between strategic spatial planning, operational spatial planning, and operational land development and their consequences for green metropolitan areas. It also explains why "Slow Planning" can help to preserve dynamic green areas near cities, and why this requires incremental institutional change.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 19 |
|
Contracting for better places: a relational analysis of development agreements in urban development projects
Large-scale urban development projects aim to create better places in underused or deteriorated areas. For their realisation, cooperation between planning authorities and market parties is indispensable. This book focuses on the development agreements that these parties close. It follows from the relational contract theory that, as the projects evolve over time, these agreements have to promote relational values such as trust and flexibility. In four interesting cases – Battery Park City and Hudson Yards (both in New York City), Zuidas (Amsterdam) and King’s Cross Regent Quarter (London) – the contents, meaning and function of real-life development agreements of focal projects are studied and criticized. The conclusions have a case-specific as well as a more general character. This book is of value for academics as well as practitioners as It conducts some pioneering work in a field that has not been subject of much research yet.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 20 |
|
Taxing land for urban containment: reflections on a Dutch debate
Excessive land use regulations aimed at containing urban sprawl have been criticised, because they may overcompensate for the external effects of uncontrolled greenfield development and contribute to stagnation in house building. Taxes on building in green spaces may be an instrument for balancing urban growth and the protection of the landscape. This paper discusses development tax and puts it in the context of other planning instruments. It reviews a recent policy debate in the Netherlands
relating to the introduction of an open space tax and the research into this tax . It also investigates the policy process, which resulted in the tax not being introduced. Finally, conclusions are drawn as to whether the taxation of development may be a useful instrument to complement other planning measures.
|
[PDF]
[Abstract]
|