| 1 |
|
Oud & vertrouwd: zelfstandig oud worden in je eigen wijk
Nederland gaat de komende jaren in verdubbeld tempo vergrijzen, dit heeft tot gevolg dat er een steeds grotere fysieke druk komt te liggen op de bestaande verzorgingshuizen en dat de beroepsbevolking te klein wordt om de groter wordende groep ouderen te verzorgen. Daarom dient er gezocht te worden naar een woonvorm en omgeving waarin ouderen zelfstandig kunnen wonen en onderdeel blijven van de samenleving.
Dit project biedt hier een oplossing voor, namelijk: ouderenhuisvesting in combinatie met een servicecentrum/zorgkruispunt. Dit is ontworpen in de wijk Oud-Charlois in Rotterdam zuid. Het gebouw is een combinatie van bestaande bouw en nieuwbouw.
|
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 2 |
|
Bepaling afvoerrelatie inlaatwerk Wijk bij Duurstede tussen de Lek en de Kromme Rijn
Deelstudie van het afstudeerproject uitgevoerd als stage.
Ten behoeve van waterkwantiteitsstudies in de provincie Utrecht is het van belang te weten hoeveel water er door het inlaatwerk Wijk bij Duurstede, dat de verbinding vormt tussen de Lek en de Kromme Rijn, ingelaten wordt. Daarom is een relatie gelegd tussen de geregistreerde water- en schuifstanden en het te berekenen debiet. Ook is een computerprogramma ontwikkeld waarmee het debiet berekend kan worden bij invoer van water- en schuifstanden. Het inlaatwerk is in 1865 in de Lekdijk gebouwd. Het heeft drie identieke inlaatopeningen van circa 18 meter lengte en 1,60 meter breedte, met in elke opening twee motorisch bediende stalen schuiven. Via een kwelkom en een stuw stroomt het water de Kromme Rijn in. De waterstanden worden gemeten met behulp van vlotters en evenals de schuifstanden vastgelegd op een schrijver. In de buitenwaterstand treden schommelingen op, onder andere door de scheepvaart op de Lek, deze schommelingen zijn voor de debietberekening ongewenst. Daar bij de debietberekening wordt uitgegaan van de door de vlotter waargenomen waterstand, en de vlotter de schommelingen sterk gedempt weergeeft vormen deze schommelingen echter geen probleem voor de debietberekening. De vlotter staat te dicht bij het inlaatwerk. De onnauwkeurigheid die hierdoor ontstaat in de debietberekening is ondervangen door middel van het invoeren van een correctiefactor. De waterstandsregistratie in de kwelkom, aan de benedenstroomse zijde van het inlaatwerk, werkt niet als het peil beneden de N.A.P. +2,70 m zakt. Het verdient aanbeveling deze vlotter aan te passen zodat alle optredende waterstanden geregistreerd worden, aangezien deze nodig zijn voor de debietberekening.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 3 |
|
Proefeiland IJburg: Bepaling theoretisch zandtraject tijdens sproeiproces
Om aan de blijvende vraag naar woningen te kunnen voldoen is de Gemeente Amsterdam al sinds 1979 plannen aan het maken voor een mogelijke uitbreiding in , oostelijke richting. Onderdeel van deze uitbreiding is de wijk IJburg, die zich uit zal strekken in het IJmeer. Hiertoe zal zo'n 600 hectare land gewonnen (opgehoogd) moeten worden, waarop dan circa 18.000 woningen een plaats zullen vinden. Om een beter inzicht te verkrijgen in de stabiliteit, werkmethode en kosten is gekozen voor de aanleg van een proefeiland van 360 bij 160 m op bodemniveau. Onderdeel van de uitvoering van dit proefeiland is het sproeien van zand onder water om zo een ophoging te creëren van de bodem tot aan de waterlijn. Het sproeien werd uitgevoerd met behulp van een speciaal voor dit project ontwikkeld sproeiponton met het doel:
• de mengselstroom over een grote breedte (12 m) te verspreiden;
• de mengselstroomsnelheid dermate te verlagen dat het sproeiproces nauwkeurig beheerst kon worden en het ontstaan van erosiekuilen op de bodem werd tegengegaan.
Tijdens de voorbereiding was het verschijnsel van het ontstaan van een sedimentatiestroom over de bodem al gesignaleerd, maar in de overgang van de voorbereiding naar de uitvoering is de informatie hierover verloren gegaan. Tijdens de uitvoering heeft men aan de hand van dieptepeilingen het verhaaltraject van het ponton toch weten te bepalen en te sturen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 4 |
|
Werken aan vitale wijken
Dit onderzoelc gaat over de vitaliteit van wijken . Dit begrip wordt gehanteerd in onder andere het Grote Steden Beleid. Er is echter geen overeenstemming over de exacte betekenis van het begrip vitaliteit. Dit onderzoek besteedt daarom aandacht aan de volgende vragen:
Is vitaliteit te operationaliseren?
Is op vitaliteit te sturen?
Er wordt hierbij geconcludeerd dat het begrip vitaliteit slechts gedeeltelijk te operationaliseren is. Sturen op vitaliteit is als gevolg daarvan niet mogelijk. Het streven naar vitaliteit biedt wel een positieve invalshoek waarmee in wijken aan de slag kan worden gegaan. Werken met het begrip vitaliteit kan de beleidsdiscussie ondersteunen. Op basis van de beschikbare literatuur, de beleidsnota's op basis van de gesprekken met beleidsambtenaren moet worden vastgesteld het op dit moment niet mogelijk is om vitaliteit te operationaliseren, meetbaar te maken. Dit geldt zowel voor de verschillende aspecten van vitaliteit als de onderlinge processen. Er is bij de verschillende auteurs en professionals wel consensus over de breedte van het verschijnsel vitaliteit en over het gegeven dat de vele aspecten elkaar beinvloeden. Het is echter nog met mogelijk om overeenstemming te krijgen over de begrippen en over de onderlinge verbanden. De benaderingswijze waarbij aspecten zijn vastgesteld maakt het wel mogelijk om op het kwalitatieve vlak uitspraken te doen over vitaliteit. De aspecten geven in combinatie met hun (vermoede) onderlinge verbanden de essentie van vitaliteit goed weer. In een wijk kan het daarbij zijn dat er (ook) andere aspecten een belangrijke rol vervullen, met de onderscheiden aspecten kan vitaliteit wel hanteerbaar worden gemaakt. Een kwantitatieve invulling kan echter niet aan alle aspecten worden gegeven. Bij een aantal aspecten is er sprake van problemen niet betrekking tot de (objectieve) meetbaarheid ervan. Het is daarnaast met voldoende mogelijk om vanuit de aspecten een score te geven voor de vitaliteit van een wijk.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 5 |
|
Nadere analyse van langskrachten op schepen in sluizen met vul- en ledigingssystemen via hoofden, bodem of wanden.
Tijdens het schutproces van een sluis worden op de schepen in de kolk krachten uitgeoefend, welke in hoge mate bepaald worden door de waterbeweging in de sluiskolk. De krachten in langsrichting bestaan uit een aantal componenten tengevolge van translatiegolven en bovendien bij vullen via openingen in de deuren uit een aantal componenten, veroorzaakt door de vulstraal.
In 1977 is een rekenprogramma TROS ontwikkeld, waarmee voor sluizen met een langs vul- en ledigingssysteem in de hoofden de langskracht ten gevolge van translatiegolven op één schip in de kolk berekend kan worden, zie Bosma 14] en Stelling [14]. Voor het ledigen van een dergelijke sluis kan de totale langskracht op een schip in de kolk dus met het rekenprogramma TROS bepaald worden.
De tijdens het vulproces optredende langskrachten tengevolge van de vulstraal kunnen in een model met een stationaire stroming bepaald worden. Deze langskrachten opgeteld bij de langskrachten tengevolge van translatiegolven tijdens het vulproces, berekend met TROS, geven de totale langskrachten tijdens het vulproces.
Deze procedure (in dit rapport aangeduid met "procedure TROS + vulstraal") om de totale langskracht tijdens vullen te bepalen is in Bosma [4J toegepast op de sluis te Wijk bij Duurstede. In deze sluis bevinden zich· hefdeuren.
Een doelstelling van deze studie is de toepassing van deze procedure op een sluis met puntdeuren en een vergelijking van langskrachten bepaald volgens deze procedure met langskrachten gemeten 1n een vorig modelonderzoek.
|
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 6 |
|
Het verval gekoesterd: Hergebruik ruïne steenfabriek "De Liesbosch" - Utrecht-Zuid
In de Utrechtse wijk Hoograven (Utrecht-Zuid) staat al decennialang een ruïne van een steenfabriek, vlakbij de splitsing van de Vaartse Rijn en het Merwedekanaal, even ten noorden van de A12. De steenfabriek, met de naam "De Liesbosch", stamt uit 1916, maar sinds 1983 resten er slechts vier muren.
Tijdens dit afstudeerproject is een studie gedaan naar het hergebruik van die ruïne. Er is een wijktheater ontworpen, dat zowel in een buitenpodium als een gesloten zaal voorziet. Het nieuwe gebouw omarmt het oude bouwdeel en verwijst op talloze manieren naar het verleden. Het nieuwe en het oude deel vormen samen een symbiose.
|
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 7 |
|
Nieuwland: verbetering van wijk en woning: uitwerking
In het voorafgaande boekje 'Nieuwland; verbetering van wijk en woning' Delft, mei 1989, is een inventarisatie gemaakt van de eigenschappen en problemen van de na-oorlogse wijk Nieuwland in Schiedam. Dit is gedaan om een goed inzicht te verkrijgen alvorens naar oplossingen te zoeken. Kort samengevat waren de uitkomsten van het onderzoek: de grote hoeveelheid woningen met relatief lage huren heeft tot gevolg dat bevolkingsgroepen als migranten en uitkeringsgerechtigden aangetrokken worden. Dit effekt wordt versterkt door het aktieve stadsvernieuwingsbeleid in de voor-oorlogse delen van Schiedam en het feit dat vrijwel alle woningen beheerd worden door het Gemeentelijk Woningbedrijf. Verder heeft een groot deel van de mensen die de kwaliteiten van Nieuwland op zich waarderen de wijk noodgedwongen moeten verlaten omdat ze er geen anderssoortige, ruimere of luxer uitgeruste woning konden huren. Tot slot is er de grote groep ouderen voor wie de slechte toegankelijkheid van de portiek- en galerijblokken een steeds groter probleem zal worden. Voor de laatste groep vormt een verhuizing naar een andere wijk een te grote financiële en emotionele stap. Het feit dat Nieuwland in 1988 tot stadsvernieuwingsgebied is verklaard, laat zien dat het besef om in te grijpen in de ontwikkelingen ook bij de gemeente is doorgedrongen.
Door de struktuur van de verbeterregeling van na-oorlogse woningen bepalen Groot-Onderhouds beurten momenteel echter de aanpak in Nieuwland.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 8 |
|
Reduction of Aromatic Compounds (HDA) and Deep Hydrodesulfurization (HDS) in 1100 kt/a Automotive Gasoil (AGO)
|
[PDF]
|
| 9 |
|
Aanpak Moerwijk: Vernieuwing van een na-oorlogse wijk
Moerwijk is de eerste wijk die na de oorlog in Den Haag is gebouwd. Zoals in vele wijken uit deze periode verouderen de woningen en voldoet de stedebouwkundige structuur niet meer aan de hedendaagse wensen. Bewoners vinden dat de wijk achteruit gaat en actief beheer lijkt noodzakelijk om verval te voorkomen.
Deze werkuitgave behandelt een wijze van aanpakken die een nieuwe impuls voor deze verouderende wijk kan zijn. Door de problemen te analyseren, de kwaliteiten te erkennen en deze te plaatsen in huidige en toekomstige ontwikkelingen wordt een plan-van-aanpak ontwikkeld dat deze na-oorlogse wijk weer toekomst moet bieden.
'Aanpak Moerwijk' is de derde werkuitgave in de reeks 'Integrale Stadsvernieuwing'. Problemen in de steden worden tegenwoordig gekenmerkt door een groeiende complexiteit. De traditionele, beleidssectoren kunnen steeds minder vaak hiervoor een oplossing aandragen. Voor een integrale benadering zijn noch instrumenten, noch organisatievormen ontwikkeld.
De serie 'Integrale Stadsvernieuwing' stelt strategieën en analysen ter discussie, die kunnen leiden tot een bredere aanpak van de stedelijke problemen. Deze reeks is niet alleen bedoeld voor hen die zich beroepsmatig bezighouden met stadsvernieuwing, hetzij vanuit een wetenschappelijke belangstelling, dan wel in verband met hun praktijk op het gebied van beleidsvoorbereiding, planvorming en uitvoering. Ook de betrokkenen en belanghebbenden bij het stadsvernieuwingsproces kunnen door middel van deze reeks hun inzicht in de problemen en perspectieven van de stedelijke vernieuwing verdiepen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 10 |
|
Nieuwland: Verbetering van wijk en woning: onderzoek
Na WO II lag jarenlang de nadruk op de wederopbouw. Om het dringende tekort aan woonruimte snel op te heffen, werd de woningvoorraad, door middel van explosieve uitbreidingen, vergroot. De tijden van deze omvangrijke uitbreidingen liggen echter alweer enige jaren achter ons. Langzamerhand gaat men beseffen dat het beheer van deze naoorlogse wijken de grootste aandacht moet krijgen. Het feit dat de vroeg naoorlogse wijk Nieuwland in Schiedam anno 1988 tot stadsvernieuwingsgebied is verklaard, was voor ons de aanleiding om hier ons afstudeerwerk op te richten. In dit boekje bevinden zich de resultaten van een inventariserend onderzoek naar de ontwikkelingen en problemen in Nieuwland. Achtereenvolgens is gekeken naar de historie van de wijk, de bevolking, de woningvoorraad en de woningmarkt. Naar aanleiding van dit onderzoek worden enkele aanbevelingen gedaan en verder wordt er een aanzet gegeven voor de vervolgstudie.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 11 |
|
Scanning for velocity anomalies in the crust and mantle with diffractions from the core-mantle boundary
A novel method, based on differential arrival times of diffractions from the core-mantle boundary, swiftly scans for seismic velocity anomalies in the crust and mantle below an array of seismometers. The method is applied to data from the USArray and the large-scale structural features in the western United States are resolved. High lateral resolution is achieved, but structure is averaged over depth. As such, this method is complementary to surface-wave and tomographic body-wave methods, where averaging takes place in the lateral sense. Processing and data-volume requirements involved are minimal. Therefore, this method can be applied during the early stages of array deployment, before the necessary data is acquired to obtain accurate inversion images. The quick scanner can be used to identify features of interest, upon which the array could be refined.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 12 |
|
A modified delay-time method for statics estimation with the virtual refraction
Topography and near-surface heterogeneities lead to traveltime perturbations in surface land-seismic experiments. Usually, these perturbations are estimated and removed prior to further processing of the data. A common technique to estimate these perturbations is the delay-time method. We have developed the “modified delay-time method,” wherein we isolate the arrival times of the virtual refraction and estimate receiver-side delay times. The virtual refraction is a spurious arrival found in wavefields estimated by seismic interferometry. The new method removes the source term from the delay-time equation, is more robust in the presence of noise, and extends the lateral aperture compared to the conventional delay-time method. We tested this in an elastic 2D numerical example, where we estimated the receiver delay- times above a horizontal refractor. Taking advantage of reciprocity of the wave equation and rearranging the common shot gathers into common receiver gathers, isolated source delay times could also be obtained.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 13 |
|
Reflecties op het woondomein
De vraag naar de betekenis van het wonen staat onverminderd in de belangstelling. Het traditionele thema van de volkshuisvesting wordt langzamerhand vervangen door concepten als het woondomein, of het denken in termen van woon- en leefmilieus, woondiensten en leefstijlmanagement. In dit hedendaagse woondomein is sprake van een steeds aanwezig spanningsveld tussen het individu en de gemeenschap: tussen voortgaande individualisering en tegelijk de vraag naar (re)constructie van sociale samenhang.
Nu de bewoner zich heeft ontwikkeld tot een individuele woonconsument, is vrijheid om de eigen woonwensen te realiseren van meer belang geworden, net als het kiezen van een eigen levensstijl die ook in het wonen uitdrukking vindt. Meer dan voorheen is daarom reflectie nodig op de betekenis van het wonen, op de traditionele geografische kaders als ‘buurt’ en ‘wijk’, de habitus van de bewoner in termen van samenwonen en burgerschap, de veranderende context van de verzorgingsstaat en de
rol van woningcorporaties.
Woonassertiviteit is een concept waarin een aantal van deze (vaak ook tegenstrijdige) tendensen zijn samengebundeld. Naast het vakkundig bouwen voor een geliberaliseerde markt, hebben de woningcorporaties vooral ook als opdracht om bewoners, huurders, klanten en hun woondomein zodanig te faciliteren dat een eenvoudig ‘woon-consumentisme’ verdiept kan worden tot een dimensie waarin ook individuele en gezamenlijke verantwoordelijkheid ontstaat - ruimte biedend aan
nieuwe vormen van sociale en territoriale binding.
|
[PDF]
[Abstract]
|