| 1 |
|
Engagement is populisme voor mensen met een diploma
Coreferaat van Slingelandtlezing Rick van der Ploeg.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 2 |
|
Spelsimulaties 'revisited': Serious gaming in de publieke sector
In 1995 heeft Bestuurskunde aandacht besteed aan een voor de bestuurskunde wat ‘exotisch’ onderwerp, namelijk ‘spelsimulaties’. Het betreffende themanummer bestond uit vier bijdragen onder gastredactie van prof. Jac Geurts (e.a.), hoogleraar Beleids- en Organisatiewetenschappen in Tilburg. Inmiddels zijn we meer dan een decennium verder. Een interessante vraag is of spelsimulaties (gaming, beleidsexercities) hun weg in de bestuurs- en beleidskunde en in de beleidspraktijk hebben gevonden. Welke inzichten over de relatie tussen beleid en spelsimulaties blijven overeind en welke zijn toe aan een opfrissing of herziening? En, misschien nog interessanter, welke aspecten uit het visionaire beeld over ‘virtueel oefenen met beleid’ zijn (of zullen op korte termijn worden) waargemaakt?
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 3 |
|
Spelen met complexiteit: Serious gaming voor besluitvorming over ruimtelijke infrastructuren
Het gebruik van computergametechnologie voor serieuze doeleinden staat sinds enkele jaren volop in de belangstelling. Wat is de betekenis van serious gaming voor beleidsontwikkeling: meer van hetzelfde of een doorbraak? Aan de hand van de serious game SimPort-MV2 laten we zien hoe serious gaming een bijdrage kan leveren aan de besluitvorming over complexe ruimtelijke infrastructuren. Naar onze mening bieden serious computergames meer en betere mogelijkheden om infrastructuurbesluitvorming te begrijpen en te managen als complexe adaptieve systemen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 4 |
|
Marktwerking in infrastructuren: Betekenis van versplintering voor publieke waarden
Zonder dijken, (spoor)wegen, riolering, energie- en drinkwatervoorziening zou Nederland niet kunnen bestaan. Deze infrastructuren zijn niet alleen belangrijk voor het leveren van diensten, ze vormen de voorwaarde voor economische, culturele en sociale bloei van een land of regio. De laatste vijftien jaar is in alle vitale infrastructuren een zekere mate van marktwerking ingevoerd, variërend van een lichte benchmark tot volledige privatisering. Dit artikel betoogt dat – naast andere bedoelde en onbedoelde consequenties – de introductie van de marktwerking heeft geleid tot versplintering, zowel in het aantal en soort van actoren als in het aantal beleidsniveaus.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 5 |
|
Regie in de haarvaten van de stad: Een essay over het regisseren van microbeslissingen
|
[PDF]
|
| 6 |
|
Framing en reframing in het klimaatdebat
Klimaatonderzoekers zijn graag geziene sprekers. Aan het eind van elke voordracht volgt steevast die vraag: ‘is het waar?’ Kennelijk overtuigt de wetenschap niet, ondanks alle publicaties en onderzoeksrapporten. In dit artikel verkennen we waarom de wetenschap niet weet te overtuigen.
We doen dat aan de hand van vier veelgebruikte frames in het klimaatdebat en het spel van framing en reframing dat zij oproepen. We eindigen met enkele algemene aanbevelingen aan wetenschappers, beleidsmakers en practitioners die met dit spel worden geconfronteerd en geven een mogelijke invulling voor het klimaatdebat.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 7 |
|
(Serious) gaming in de publieke sector: meer dan een trukendoos?
Het valt moeilijk te ontkennen dat spelsimulaties, of serious games, intrigerende instrumenten zijn om te experimenteren en te leren; niet alleen als didactiek of voor bedrijfs- en managementtrainingen maar ook in het kader van beleids- en organisatieontwikkeling in de publieke sector. Ondanks de huidige aandacht voor (serious) gaming is de ontstaansgeschiedenis van gaming voor beleid relatief onbekend. In het themanummer in 1995 ontbreekt een stevige terugblik. Daardoor kan het misverstand ontstaan dat serious gaming een recent en nieuw fenomeen is. Inzicht in de ontwikkeling van gaming voor beleid is van belang om de (on)mogelijkheden van serious gaming voor beleid in perspectief te plaatsen. In deze bijdrage verkennen we de historische en theoretische fundamenten van gaming voor beleid en bestuur.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 8 |
|
Van tekentafel naar bestuurlijke implementatie: Gamen met bestuurders in de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie
In deze bijdrage laten we zien dat gaming een effectieve methode is om een socio-technisch systeemontwerp, zoals een nieuw informatiesysteem, financieringsstelsel of besturingsmodel integraal uit te proberen en te testen voorafgaand aan de vaststelling of invoering ervan. We bespreken twee cases waarin gaming op deze wijze is gebruikt: de validatie en implementatie van het Baten en Lasten Stelsel (BLS) in de Rechtspraak op 1 januari 2005 en een nieuw intern besturingsmodel binnen het Openbaar Ministerie (OM) op 1 januari 2007. De centrale vraag is of en op welke wijze gaming heeft bijgedragen aan de validatie en implementatie van deze genoemde systemen. Daarnaast laten we zien hoe we door middel van evaluatie verschillende soorten beleidsrelevante inzichten uit een spelsimulatie kunnen verkrijgen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 9 |
|
Hoe écht is een virtuele crisis? De rol van serious gaming in crisis- en rampenbestrijding
In het Bestuurskunde themanummer over ‘spelsimulaties’ in 1995 werd een visionair beeld geschetst van het experimenteel oefenen van ‘virtual reality’. In dit artikel analyseren we of deze toekomstvisie is uitgekomen. Wat is de rol van serious gaming in crisismanagement en rampenbestrijding? Hoe écht is zo’n virtuele crisis nu precies? We laten we aan de hand van het gedachtegoed van Karl Weick en de game Dijk Patrouille zien dat gaming een betekenisverlenende methode is. Een virtuele crisis blijkt ‘echter’ dan we vaak beseffen. En in de nabije toekomst kan serious gaming mogelijk ook ingezet worden om crisisbesluitvormers te trainen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 10 |
|
Bestuurskunde en bestuur: Een verstoorde relatie?
Paul Frissen, hoogleraar in Tilburg en decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB), heeft na vijf dienstjaren het redactievoorzitterschap van Bestuurskunde overgedragen aan Hans de Bruijn, hoogleraar aan de TU Delft. In het decembernummer van 2009 reflecteerde hij op de toestand van de Nederlandse bestuurskunde:‘Bestuurskundigen hebben een kenobject dat terugpraat.’ De dialoog tussen wetenschappers en practitioners is onmisbaar voor de bestuurskunde, maar deze dialoog staat onder druk. Frissen wijt het haperen daarvan in belangrijke mate aan de wetenschap zelf, waarin internationaal publiceren de eenzijdige norm voor kwaliteit lijkt te zijn geworden. Wetenschappers besteden hun tijd liever aan het schrijven van Engelstalige publicaties dan aan het deelnemen aan het publieke debat met vakgenoten in eigen land en taal. Saillant detail daarbij is dat de gemiddelde publicatie in een Engelstalig journal 1,7 maal wordt gelezen – en waarschijnlijk niet door practitioners, want die hebben veelal geen toegang tot deze bladen.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 11 |
|
Professionals versus managers? De onvermijdelijkheid van nieuwe professionele praktijken
Met enige regelmaat steekt het debat over de relatie tussen managers en professionals de kop op. Vrijwel altijd heeft dat debat eenzelfde toonzetting: professionele organisaties zijn overmanaged. Er zijn te veel managers, die bovendien hun managementlogica opleggen aan de organisatie. Deze managementlogica – productiecijfers, protocollen, processen, benchmarks – staat op gespannen voet met de professionele logica. Professie en professionele waarden worden weggedrukt. In dit artikel wordt de vermeende tegenstelling tussen professionals en managers kritisch verkend. Daarbij kijken we niet zozeer naar de managers (zoals wij beiden eerder deden), maar naar de professionals zelf. We maken duidelijk dat professionals als gevolg van diverse ‘maatschappelijke’ ontwikkelingen om tegenkracht vragen. Sterker, we laten zien dat een ‘professionaliteit-nieuwe-stijl’ nodig is. We geven aan waar die uit bestaat, en verkennen of professionals, zoals artsen, daar zelf – vooral via opleidingen – vorm aan geven.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 12 |
|
In het debat over marktwerking in infrastructuren ontbreken belangrijke argumenten: Vier illustraties uit de empirie
‘De duivel had een betere pers in de Middeleeuwen dan marktwerking in de 21ste eeuw’, schrijven Baarsma, Theeuwes en Koopmans (2010). Dit artikel geeft het marktwerkingsdebat rondom infrastructuren weer en stipt vier argumenten aan die node worden gemist. Dat was twintig jaar geleden al zo toen de voorstanders in de meerderheid waren. En die argumenten ontbreken nog steeds, nu de sceptici de overhand hebben. Door voorstanders worden alle positieve veranderingen opgehangen aan marktwerking; en de tegenstanders schrijven alle kwaad toe aan de liberalisering. Dit artikel laat zien dat achter de zwart-witbeelden een ingewikkelde en genuanceerde werkelijkheid ligt, die het onmogelijk maakt om ofwel alle verdiensten ofwel de zwarte piet toe te delen aan marktwerking. Marktwerking is geen panacee noch een ziekte. Het is een instrument dat, mits kundig gebruikt, bepaalde problematische situaties in een infrastructuursector kan verbeteren.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 13 |
|
'Huidig populisme is een correctie: Oude volkspartijen hebben hun werk niet goed gedaan' Interview met Mark Bovens, hoogleraar Bestuurskunde
Populistische partijen als de PVV, TON en de LPF worden vaak in een adem genoemd met een nieuwe culturele scheidslijn die tegenwoordig het Nederlandse politieke landschap verdeelt: die tussen de voor- en tegenstanders van het in ijltempo voortschrijdende proces van globalisering en europeanisering. Hebben we hier inderdaad te maken met een nieuwe scheidslijn? Of moeten we Geert Wilders en de zijnen eerder zien als de nieuwe spreekbuizen van een oude onderklasse? En waar in de huidige discussie over populisme minstens zoveel aandacht voor is: moeten we ons zorgen maken over de grote populariteit waarin deze nieuwe partijen en hun leiders zich tegenwoordig mogen verheugen?
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 14 |
|
Zin en onzin van het binaire denken: Nabeschouwing
De beschouwingen in dit themanummer gaan ver voorbij de eenvoudige, binaire denkschema’s waarin de staat tegenover de markt wordt gepositioneerd, de professional tegenover de manager en de polder tegenover daadkracht. In elk van de artikelen wordt de stevige tegenstelling tussen ‘zwart’ en ‘wit’ doorbroken, en blijkt achter de binaire redenering een veelkleurige werkelijkheid schuil te gaan. Het polderen is niet automatisch gebrek aan resultaat, managers zijn niet zo maar schuldig aan het beklemmen van professionals, en de markt is niet onverkort problematisch in het leveren van maatschappelijke voorzieningen. Sterker, managers, polderen en de markt kunnen een zegen zijn – voor de professional, een effectief bestuur, de publieke dienstverlening.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 15 |
|
Virtueel vangnet of functionele beleidsdroom? : publiek aandeelhouderschap als toezicht op de drinkwatersector
Publieke aandeelhouders worden geacht als vangnet te fungeren indien publieke belangen in de drinkwatersector ondanks de vele voorzorgsmaatregelen toch onvoldoende geborgd blijken. Vanuit deze gedachte is wettelijk vastgelegd dat drinkwaterbedrijven in publieke handen moeten blijven. Omdat aandeelhouders echter opvallend weinig interveniëren, is dit vangnet lastig te testen. Dit onderzoek richt zich op de omstandigheden waarbinnen publieke aandeelhouders momenteel hun rol vervullen. Door meningen en ervaringen van diverse direct betrokkenen hierover naast elkaar te leggen, ontstaat een beeld of en hoe aandeelhouders hun rol momenteel vervullen. Hoewel betrokkenen de rol van publieke aandeelhouders niet problematiseren, zijn er wel degelijk aanwijzingen dat deze vorm van extra toezicht, als het erop aankomt, in de huidige omstandigheden geen vangnet maar een beleidsdroom blijkt.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 16 |
|
Bestuurskundige oraties: waar gaan ze over?
Oraties horen bij het academisch ritueel. Het zijn werkstukken waar door de orator met veel zorgvuldigheid (en met plezier?) aan gewerkt is. Ze zijn persoonlijk en willen laten zien hoe de orator denkt over het vakgebied of over vraagstukken waar het vak betrekking op heeft. Het is daarom niet goed te begrijpen dat de oraties als zodanig in het wetenschappelijk debat nauwelijks een rol spelen. Het lijkt de moeite waard om oraties in samenhang te beschouwen om daarmee zicht te krijgen op ontwikkelingen in het denken in een bepaalde periode. Vandaar dat in deze bijdrage recente oraties met een bestuurskundige thematiek beschouwd worden. Hierbij gaat het vooral om het inhoudelijke denken in de oraties zichtbaar te maken en de daarin belangrijke invalshoeken te identifi ceren. Er is niet gestreefd naar een ‘volledigheid’ en de overgangen tussen de verschillende teksten worden inhoudelijk gelegd. Tijdstippen van verschijnen zijn hier niet ordenend: het is geen chronologie van oraties, maar een refl ectie op de verschillende inhoudelijke bijdragen. Dit review-essay is bovendien een begin om in komende afl everingen nieuwe oraties aan de orde te stellen. Naast een periodieke review in Bestuurskunde wordt bovendien overwogen om in het ‘Festival der bestuurskunde’ een sessie te wijden aan een bespreking van samenvattende inzichten uit oraties.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 17 |
|
Voorbij het binaire denken: Professionals, privatisering en de polder
Dit themanummer gaat over de staat van een drietal grote maatschappelijke debatten: privatisering en marktwerking, professionals en managers en de polderbesluitvorming in Nederland. Drie keer is sprake van een stevig onbehagen. Keer op keer wordt geconstateerd dat de klassieke professional over-managed is en hierdoor te veel ruimte en gezag moet inleveren. Privatisering en geloof in de markt hebben geleid tot marktwerking in voorheen publieke sectoren, en daarmee tot hogere kosten en lagere kwaliteit. De kredietcrisis heeft het failliet van dit geloof extra duidelijk gemaakt, zo is de gedachte. De polder en polderbesluitvorming lijken niet langer geschikt als besluitvormingsmodel in een snel veranderende wereld, met een oprukkend China en een verlies van representativiteit van de polderende organen. Naast onbehagen hebben de drie debatten nog iets gemeenschappelijk. De debatten worden in nogal zwart-wittermen gevoerd: het is de professional versus de manager, de staat versus de markt, daadkracht versus de polder. Het één staat tegenover het ander. Dat betekent dat de debatten niet alleen over opmerkelijke zaken gaan – de debatten zélf zijn opmerkelijk. Ze gaan gepaard met wat we ‘binair denken’ hebben genoemd.
|
[PDF]
[Abstract]
|