| 1 |
|
Parkeren+
De naam van het project Parkeren+ is De Loge. De naam is tot stand gekomen om de bezoeker een theatrale beleving te geven van een entree en als gast te worden ontvangen.
Om tot nieuwe betekenissen te komen zullen we geprivatiseerde ruimtes zoals parkeergarages anders moeten benaderen. Parkeergarages behoren meestal niet tot de openbare ruimte. Hier ligt een kans om juist deze private toegangsgebieden open te stellen, om tot nieuwe uitgangspunten komen.
Ik wil laten zien dat door middel van gecomprimeerd parkeren er een extra programma gecreëerd kan worden om tot een levendige/stedelijke parkeergarage te komen. Die gezien mag worden in de openbare ruimte van de stad.
Met als vraagstelling: Hoe kunnen we een parkeergarage ontwerpen die niet als autonoom object functioneert, maar als katalysator? Waarbij onder katalysator wordt verstaan; een stedelijke levendigheid, met stimulans tot sociale veiligheid.
Het is een ontwerp wat een netwerk neerlegt voor zowel de infrastructuur als voor de ontmoetingsplek. Het kan op de verschillende niveaus ervaren worden als een publiek domein.
Het heeft als essentie om openbare ruimte terug te geven aan de stad en aan de mens als voetganger.
Als kwaliteit het verschillende toelaatbare schalen heeft zoals mobiliteit, landschap en stedelijkheid. Het verweven ligt in het sociale netwerk als een theater ervaring zien en gezien worden. Juist het zien en gezien worden als tussenschakel werkt tussen de verschillende schalen;
Waar is het ontwerp generiek en waar specifiek voor Utrecht.
De tunnel en het systeem zijn generiek en kunnen worden toegepast één of twee keer per binnenstad. Per binnenstad zal de maat van schaal anders zijn, toespitst op de vraag of beschikbaar oppervlak. De vlonderstructuur is cultuur historisch gezien gekozen, specifiek voor de stad Utrecht zelf.
Tot slot is een stedelijke ontwikkeling in het voorstel het uitgangspunt geweest, dat zich verhoudt tot de historische stad en hierdoor zijn verankerde identiteit behoud. Parkeren hoeft geen norm te zijn waar we ons aan dienen te houden, het kan mogelijkheden bieden tot perspectief. De interpretaties van het verleden zoals, sociaal en politiek kunnen onderbouwd worden in de toekomst.
Het heeft een discussie los gemaakt waarin een andere verdeling van m² kan worden opgezet. Het is efficiënt door de boxen en het dubbelgebruik van de tunnels door auto’s en voetgangers. De kwaliteit is dat mobiliteit, architectuur en stedenbouw tot een diepe mall tot een ruimtelijk opzet komen. En de bovenliggende openbare ruimte als kwaliteit terug geeft aan de stad.
|
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 2 |
|
Heronwikkeling nieuw KEMA hoofdkantoor
Een herontwerp voor een nieuw hoofdkantoor voor KEMA in Arnhem in een leegstaand on gewaardeerd jaren 80 gebouw
|
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 3 |
|
Draagvlak voor Retail & Maatschappij? Een nieuwe aanbodsvorm bij de herontwikkeling van lokale winkelvoorzieningen; een wijkwinkelcentrum in combinatie met een multifunctionele accommodatie.
"Het gaat niet goed met de buurt- en wijkwinkelcentra. Wanneer er niets gebeurt treedt een neerwaarts spiraal in werking met alle gevolgen van dien" is een veelgehoorde uitspraak die in veel gemeentelijke detailhandelsnota's is terug te vinden. De problematiek rond de buurt-/wijkwinkelcentra wordt door veel partijen inmiddels breeduit gesignaleerd, een oplossing en een aanpak voor het probleem zijn wegens de complexiteit niet direct voorhanden. Buurt- /wijkwinkelcentra spelen een essentiële rol in het woon- en leefklimaat in wijken en buurten. Naast een economische functie vervullen deze vaak ook een sociale functie in het woongebied. Wanneer een buurt-/wijkwinkelcentrum dreigt te sluiten, dan komt daarmee direct de leefbaarheid van de woonomgeving op buurt- en wijkniveau onder druk te staan.
In dit onderzoek wordt een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de winkelvoorziening in de directe leefomgeving met daarin een vernieuwende rol voor de buurt- en wijkwinkelcentra. Allereerst wordt onderzoek verricht naar de problematiek van de buurt- /wijkwinkelcentra om vervolgens in te gaan op de mogelijkheden van een nieuw concept waarbij het buurt-/wijkwinkelcentrum wordt gecombineerd met een multifunctionele accommodatie (MFA). Een MFA kan worden gezien als een vorm van functieclustering waarbij verschillende maatschappelijke- en commerciële voorzieningen op buurt- en wijkniveau worden gecentraliseerd onder één dak of op één locatie. Het kan hierbij gaan om scholen, gezondheidscentra maar ook om sociaal-culturele accommodaties zoals een muziekschool of een buurthuis.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 4 |
|
Procesmanagement van Transformatie
Procesmanagement van Transformatie
Het procesverloop van een transformatieproces is complexer proces dan een nieuwbouwproces omdat een bestaand gebouw of complex een aantal gebouwspecifieke randvoorwaarden met zich meebrengt. Dit vergroot de kans op onvoorziene omstandigheden waardoor een transformatieproces moeilijker beheersbaar wordt dan een nieuwbouwproject.
Dit onderzoek heeft het transformatieproces in kaart gebracht brengen met als doel het transformatieproces in de toekomst adequaat te kunnen beheersen. Voor dit onderzoek zijn de volgende probleem- en doelstelling geformuleerd:
Probleemstelling:
Welke verschillen bestaan er tussen het nieuwbouwproces en het transformatieproces en op welke wijze kunnen sturingsmiddelen worden ingezet om de risico’s van een transformatieproces tot een minimum te beperken?
Doelstelling:
Dit onderzoek heeft als doel het transformatieproces in kaart te brengen waarmee de potentiële risico’s gealloceerd en beheersbaar gemaakt kunnen worden en moet leiden tot een checklist.
Uit het onderzoek is gebleken dat er meer overeenkomsten dan verschillen bestaan tussen het nieuwbouwproces en het transformatieproces. Het zijn echter de verschillen die de belangrijkste risico's veroorzaken tijdens een transformatieproces. Met name de initiatieffase en de definitiefase zijn wezenlijk anders dan bij het nieuwbouwproces gebruikelijk is. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een aantal extra onderzoeken en specifieke kennis die nodig is om de juiste informatie omtrent het te transformeren pand in kaart te kunnen brengen en te kunnen analyseren. Transformatie en herbestemmen is omgaan met cultureel erfgoed, oude gebouwen, oude(re) bouwstijlen en verouderde materialen die al een leven achter zich hebben.
Belangrijke conclusies uit dit onderzoek zijn:
• Het gaat in de initiatieffase - naast de bij nieuwbouw gebruikelijke haalbaarheidsonderzoeken - met name om extra haalbaarheidsonderzoeken op het gebied van bouwkundige aspecten, bouwhistorische aspecten, procedurele aspecten en de mogelijke kansen of beperkingen indien het een monumentaal pand betreft. Deze onderzoeken zijn' specifiek gericht op de locatie én het reeds bestaande pand.
• De aanvraagprocedures bij transformatie verlopen niet anders dan de gebruikelijke aanvraagprocedures bij nieuwbouw. De informatie die echter nodig is om een bouwaanvraag te kunnen indienen is lastiger' te verzamelen vanwege ontbrekende - of onbekende - informatie over het bestaande pand. Bovendien dient de aanvraag te voldoen aan het op dat met vigerende bouwbesluit. Een oud gebouw kan veelal niet aan alle eisen voldoen (daglicht, verdiepingshoogte et cetera). Hiervoor dient vrijstelling te worden aangevraagd.
• Bij transformatie is per definitie sprake van een functiewijziging. Deze functiewijziging kan mogelijke bestemmingsplanwijzigingen met zich meebrengen, hetgeen een belangrijk verschil is met het nieuwbouwproces.
• Uit het onderzoek is gebleken dat het genereren van de juiste informatie veelal onderschat wordt, waardoor onnodig budgetten worden opgesteld en beslissingen worden genomen op basis van aannames.
Pas tijdens de uitvoering van de transformatie komen de “verborgen gebreken” / maatafwijkingen et cetera veelal aan de orde en blijkt dat de werkelijkheid lang niet altijd in overeenstemming komt met de aangetroffen werkelijkheid, met alle (negatieve) gevolgen ten aanzien van planning en budget. Het goed in kaart brengen van het reeds bestaande gebouw door middel van bouwtechnische opnamen en het inmeten van de bestaande situatie zijn de factoren die kunnen bijdragen aan het succes van een transformatie.
Uit dit onderzoek zijn een drietal oorzaken gedestilleerd die in grote mate van invloed zijn op het ontstaan van risico's tijdens een transformatieproces:
1. Te weinig informatie verzameld in de beginfase;
2. Ontbreken van kennis oude bouwstijlen en restaureren;
3. Kennis van transformatieprocessen ontbreekt bij veel partijen;
Checklist
Om een transformatieproces in beter beheersbaar te maken, is voor dit onderzoek een "Checklist Transformatie" opgesteld. Met behulp van deze checklist wordt per fase van het bouwproces aangegeven welke aspecten van belang zijn om een transformatieproces adequater te kunnen beheersen. Enerzijds zijn met de checklist de specifieke verschillen tussen het nieuwbouwproces en het transformatieproces in kaart gebracht, van initiatief tot en met de realisatiefase. Anderzijds zijn de gevolgen van het feit dat het juist om een transformatie project gaat per fase inzichtelijk gemaakt.
Belangrijk is dat met dit onderzoek en deze checklist juist tot het besef moet leiden een transformatieproces geen nieuwbouwproces is, maar een specifiek proces met eigen aandachtspunten. Zeker in de beginfasen van het transformatieproces – zullen een fors aantal extra investeringen en werkzaamheden moeten worden gedaan, waarvan de voordelen soms pas tijdens de realisatiefase tot uiting zullen komen.
Herbestemmen in de praktijk
Tijdens het afstudeeronderzoek is specifiek onderzoek gedaan naar de transformatie van monumentale gebouwen en cultureel erfgoed. Er is een belangrijk verschil te onderkennen voor het transformeren van een kantoorgebouw uit de ’70 er jaren of een school uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. In dit artikel wordt alleen ingegaan op de herbestemming van monumentale panden en complexen die vanwege een monumentale status of vanwege het bijzondere karakter – de moeite van het behouden waard zijn. De afgelopen jaren is hier met Redres veel ervaring opgedaan met onder andere de herbestemming van een leerlooierij uit 1866 naar appartementen en maisonnettes, een Zeepziederij uit 1914 naar kantoren en een opleidingscentrum en de restauratie van een steenfabriek uit de jaren ’20.
Van uitleggebieden naar inbreidinglocaties
De stedenbouwkundige opgave verschuift de komende jaren van de uitleggebieden [greenfields] naar de inbreidinglocaties [brownfields]. Deze (achterstands) locaties kennen veelal een grote complexiteit, met vervuiling, moeilijke bereikbaarheid en soms ook bijzondere industriële gebouwen. Juist deze gebouwen kunnen de identiteit van een gebied versterken; ze zijn herkenbaar en bieden houvast voor nieuwe ontwikkelingen.
Door het vinden van een nieuwe krachtige bestemming ontstaat er weer een bron van inkomsten waardoor het gebouw of complex weer in zijn “levensonderhoud” kan voorzien en hierdoor zelf in staat is de levensduur aanzienlijk te verlengen. "Behoud door ontwikkeling" en "Vernieuwing door verandering" zijn uitgangspunten om het erfgoed tot zijn - of haar -recht te laten komen.
“Verweesde” [industrie]juwelen bieden vaak sfeer en ruimte en zijn fantastische tijdiconen die ook vaak geschikt zijn te maken voor een andere, nieuwe bestemming. Dit lijkt eenvoudig, maar is het in de praktijk allesbehalve. De herontwikkeling - of herbestemming - van een bestaand gebouw is veel complexer dan de ontwikkeling van nieuwbouw in de "groene weide".
Herontwikkelen in ontwikkeling
Toch wordt transformatie van bestaande panden naar een nieuwe functie nog niet als gemeengoed gezien. Het onbekend zijn met deze materie, de beperktere rendementen en de onbekendheid met het mogelijke afzetrisico dragen ook bij aan de conservatieve houding van de vastgoedwereld. Het loont in veel gevallen al snel om de bestaande panden te slopen en te vervangen voor nieuwbouw. Bovendien zijn de risico’s meteen tot het minimum beperkt. Maar wat nu als het bestaande gebouw een bijzonder pand is, of “erger” nog: een monumentaal pand? Slopen is dan veelal geen optie. Wat zijn de risico’s? Wat zijn de te verwachten rendementen? Zowel het gebouw, als ook het rendement komen onder druk te staan vanwege vele onbekende factoren. Veel marktpartijen lopen anno nu nog steeds met een wijde boog om transformatieprojecten heen.
Herbestemmen, herontwikkelen of transformeren is een daadwerkelijk ander proces dan het nieuwbouwproces. Bij transformatie is het bestaande object uitgangspunt waar binnen de contouren van het gebouw de transformatie moet plaatsvinden. Daarnaast wordt – afhankelijk van de status – onderzocht welke mogelijkheden er zijn het pand aan te passen of uit te breiden aan de nieuwe bestemming. Bij nieuwbouw daarentegen, wordt gestart met een “nieuw velletje papier” en zijn het bestemmingsplan, de aanpalende bebouwing, het programma van eisen van de opdrachtgever en de keuze van de architect van invloed op het nieuwe ontwerp.
Voortborduren op iets bestaands heeft ook voordelen. De nieuwe invulling geeft meteen weer herkenning en draagt bij aan de zogenaamde citybranding van het object. Dit aspect is juist voor omwonenden heel belangrijk en wordt nog vaak onderschat.
Een ander belangrijk verschil tussen transformatie en nieuwbouw is dat bij nieuwbouw de bestemming – in veel gevallen – duidelijk is: (wonen, werken, winkelen et cetera), terwijl bij transformatie veelal eerst gezocht moet worden naar een gebruiker én een passende bestemming. Immers: niet elke bestemming past in een te transformeren pand.
Zoals gesteld: afgelopen jaren is Andriessen werkzaam geweest met het herbestemmen van monumentaal erfgoed in Nederland. Interessant hierbij is inhoeverre de checklist in de praktijk toepasbaar is geweest. De checklist was bedoeld voor de projectmanager | opdrachtgever die tijdens het transformatieproces geconfronteerd wordt met de “grillen” van de bestaande voorraad. Bij dit onderzoek is uitgegaan van de volgende randvoorwaarden:
• Een bestaand (monumentaal) pand altijd getransformeerd wordt;
• Slopen- nieuwbouw geen issue is;
• De transformatie altijd financieel haalbaar is;
• Er altijd een goede invulling gevonden wordt.
In de praktijk blijkt dat juist déze randvoorwaarden de gróótste invloed hebben op het al dan niet succesvol transformeren van een bestaand gebouw. Dit betekent ook dat de initiatieffase en de wijze waarop deze verloopt van cruciaal belang is voor een succesvolle transformatie. In het volgende overzicht zijn een aantal belangrijke verschillen (niet uitputtend) uiteengezet.
1. Intentie betrokkenen
In de praktijk kan gesteld worden dat er veel meer nuance verschillen zijn, dan in welke checklist of model dan ook kunnen worden benoemd. De slágingskans van een herbestemming vooral afhangt van de intentie van alle betrokken partijen om het te transformeren gebouw te behouden. Dit betekent dat juist in de initiatieffase essentieel is voor een succesvol verloop van de transformatie. Het bekende rekensommetje op de achterkant van een sigarenkistje leert dat de optie slopen versus nieuwbouw in 9 van de 10 gevallen veruit de meest rendabele optie is, zeker gezien vanuit opbrengsten.
Gemakshalve wordt overigens vaak “vergeten” dat de exacte herbouw van het overbodige, gesloopte gebouw, zowel financieel als ook uitvoeringstechnisch onhaalbaar is. De toegepaste bouwmethodieken zijn zo ambachtelijk dat er in Nederland geen vakman (meer) te vinden is die dergelijke bouwkunsten nog bezigen kan, maar dit terzijde.
een bestaand gebouw moet dan ook van dusdanige architectonische kwaliteit zijn óf een monumentale status moet om voor transformatie in aanmerking te komen. Bovendien moet altijd gezocht worden naar een financieel draagkrachtige invulling om de transformatie mogelijk te maken en het gebouw voor de komende 25 tot misschien wel 50 jaar een tweede of derde leven te geven.
Betrokken partijen
1. Eigenaar gebouw / gebouwdelen of complex
2. Ontwikkelaar of initiatiefnemer(s)
3. Visie Gemeente
4. Adviseurs gebouweigenaar
5. Adviseurs ontwikkelaar of initiatiefnemer(s)
2. Transformeren naar wat?
Bij transformatie, gaat het, in vergelijking met nieuwbouw, om ouderwetse gebouwen en scholen, kantoorgebouwen of fabrieken, die specifiek gebouwd zijn voor het vervullen van één functie. In geval van technische gebreken, functieverlies, strengere regelgeving, nieuwe mode of een veranderende levensstandaard moeten gebouwen kunnen worden aangepast. Na verloop van tijd zal aanpassen niet meer tot het gewenste resultaat leiden, waardoor - na leegstand - sloop en nieuwbouw ter plaatse zich aandienen. Het gebouw is onbruikbaar geworden -voor het oorspronkelijke doel – komt leeg te staan en hierdoor in een nieuwe levensfase. Leegstand wordt in het algemeen gezien als een bedreiging voor monumentale gebouwen en gebouwcomplexen. Immers wanneer de eigenaar geen mogelijkheden meer ziet tot instandhouding, dan treed veelal verval en verloedering op van het gebouw en de omgeving. Om aan leegstand - en dus de verloedering - een einde te maken is – naast sloop - herbestemming een optie.
De optie sloop is dan ook de grootste concurrent van de mogelijkheid tot transformatie. Maar indien er sprake is van een “monumentale status” (Rijksmonument, Provinciaal Monument, Gemeentelijk Monument of beschermd stadsgezicht) is sloop geen optie. Voor monumentale objecten is herbestemmen soms eenvoudig, vanwege de aard, de locatie en omdat bepaalde monumenten geliefd zijn en gemakkelijker een nieuwe bestemming kunnen verkrijgen.
Maar voor kerken, kloosters, scholen, gevangenissen, kazernes, fabrieken en dergelijke is dat niet het geval. Deze gebouwen zijn destijds voor een specifiek doel gebouwd, hebben vaak veel m² en m³. Dit houdt in dat vorm en inrichting van het bestaande gebouw bepalend zijn voor de nieuwe bestemming. Als de oorspronkelijke functie dan ook nog verloren gaat, is het niet eenvoudig een andere functie voor te vinden. Zeker niet wanneer uit cultuurhistorisch perspectief de aanpassingen aan het gebouw tot een minimum beperkt moeten blijven.
3. Vraag- en aanbod van Erfgoed
Bij nieuwbouw wordt marktconform ontwikkeld, dat wil zeggen dat getracht wordt om aan de wensen van de markt te voldoen, met als doel zo min mogelijk leegstand. Bij transformatie daarentegen, moet gezocht worden naar een bestemming die veelal niet “zomaar” voorhanden is. Bovendien is de markt van vraag- en aanbod van bijzondere gebouwen bijzonder complex, waardoor interessante initiatiefnemers / investeerders niet snel in beeld (kunnen) komen. Ook het feit dat het hier om een nichemarkt gaat en de vraag naar deze objecten zeer gering is, speelt hier een rol.
4. Selectie adviseurs
Zoeken naar adviseurs die specifieke kennis hebben van transformatie, restauratie en omgaan met bestaande gebouwen. In praktijk betekent dit dat er maar een beperkt aantal architecten echt is toegespitst op deze ontwerpvraagstukken. Hetzelfde geldt voor uitvoerende partijen. Werken met bestaande monumentale gebouwen is een ánder vak dan vierkante meters kalkzandsteenblokken wegzetten in een vinexwijk.
5. Samenwerking partijen
Transformatieprojecten vragen naast een hele grote hoeveelheid IQ ook EQ. Juist de ambitie om een bestaand pand te transformeren naar een nieuwe bestemming voor een tweede leven draagt bij aan de samenwerking tussen alle betrokken partijen. Van monumentenambtenaar, opdrachtgever, architect en aannemer: allen moeten “iets” hebben met de bestaande context om er een succes van te maken.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 5 |
|
Publiek gebouw in voormalige opslagloods: transformatie van O.P.G. complex Utrecht-zuid
Herontwikkeling van O.P.G. complex Utrecht-zuid tot stedelijke kern met publieke functies. Hierin het transformeren van een opslagloods tot een publiek gebouw met o.a. bibliotheek, mediazaal, auditorium, expositie en grand-cafe.
|
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 6 |
|
Schieoevers: A new future in a postindustrial world - Creatieve economie en stedelijke herontwikkeling
Creatieve economie inzetten als middel tot revitalisatie van postindustriële gebieden heb ik gekozen als opgave voor mijn duale afstudeerproject aan de faculteit bouwkunde TU Delft.
In dit project is onderzoek gedaan naar de creatieve economie als middel om de Schieoevers te transformeren van een geïsoleerd gebied naar een industrie-wijk met werkplekken voor studenten en starters, woonvoorzieningen en stedelijke voorzieningen voor de stad. Hierin wordt een oplossing gevonden voor de slechte bereikbaarheid, tekort aan studentenwoningen en betaalbare werkplekken. Het project kan gezien worden als herontwikkelingsproject van de historische Schiehal in een woon-werk omgeving en als spinn-off project van de gehele Schieoevers.
|
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 7 |
|
Sportcomplex De Binckhorst
|
[PDF]
|
| 8 |
|
Mediaport Rotterdam
In 1989 the European television satellite Olympus is launched with an Ariane rocket. This event caused a transition in the audiovisual sector from a situation where every reception of television broadcasts is controlled from the land, to a situation where reception of broadcasts is possible, live from out of space. The competition between different audiovisual media becomes moreviolent. The technological developments also caused an increasing globalization of fi nancing, of production and of the public. The audiovisual sector tends to be a more European case, but it cannot, from itself, face the upcoming challenges spontaneously and on a desired moment in a satisfactory way. To achieve this international assignment, large-scale impulses are needed.
MediaPorT Rotterdam
The linkage between cinema and the city with the worlds biggest port is, fortunately enough, not new. Rotterdam is the host of the yearly International Film Festival Rotterdam (IFFR). After 30 years, this event has grown into the worlds second largest event of its kind. This international renowned event tracks more and more attention from the media, like other big events, suchas, the Rotterdam marathon, FFWD Danceparade, the Solero Zomercarnaval and many more. The city itself continues to be a regularly used dr for commercials, television programs and movies. The 1997 MTV Europe Music Awards were hold, not in Amsterdam, but in Rotterdam at Ahoy, which is also the place of the TMF Music Awards. The main scenery of Jackie Chansmovie Who am I, was again Rotterdam. Numerous international productions were completed and many new ones arrived in this filmic city.The massive journey of filmmakers to this Dutch city at the Maas didnt arise spontaneously. As though Rotterdam also noticed the potential of the launch of the Olympus satellite, the city set up the Rotterdam Film Fund (RFF) in 1995. This Fund invests about EUR 1.8 million in fi lmmakers, with the obligation that they spend the money in Rotterdam. This EUR 1.8 million funding is yearly raised in phases up till about EUR 3.6 million a year. The RFF helps fi lmmakers from fi nancing (interest-free loans) to post-production and assists free of charge with locations, facilities, local crew and permits. Almost every Dutch film being produced, has shoots or even whole productions planned in Rotterdam and its region. More and more audio-visual oriented companies are moving and have already moved to the city at the Maas. Since 1996 the film and audio-visual sector has been one of the spearheads of the socio-economic policy of the municipality of Rotterdam. Together with Ahoy, the Feyenoord stadium, the new Luxor theatre, the Lloydkwartier, the Van Nelle Fabriek and the polder of Zestienhoven acting as a reserve for extra national recording capacity and space for distribution satellite dishes, the Masterplan Central Rotterdam can upgrade Rotterdam to a true MediaPorT of Europe.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 9 |
|
Regioboulevard Roosendaal
De regioboulevard is een visie voor de herontwikkeling van de snelweg A58 tot een stadsweg met daaraan gekoppeld een divers stedelijk programma. Zowel in de lengte van de boulevard als in de breedte worden zowel bestaand als toekomstig programma aan elkaar gekoppeld. Het downgraden van de snelweg tot stadsweg zorgt ervoor dat de stad die nu in twee delen in gespleten weer een geheel wordt. De stad Roosendaal wordt beter bereikbaar en het leefklimaat verbetert sterk. De regioboulevard is in de visie programmatisch en stedenbouwkundig uitgewerkt en laat zien wat verwacht kan worden bij uitvoering van deze ingrijpende verandering. Daarnaast gaat de scriptie in op diverse soorten perifere detailhandel waarvan er al enkele in de regio te vinden zijn en van invloed zijn op consumentengedrag in heel West-Brabant en dus Roosendaal.
|
[PDF]
[Abstract]
|
| 10 |
|
Complexiteit en samenwerking in Utrecht: een onderzoek naar de modulaire aanpak bij de herontwikkeling van stationsgebieden
De herontwikkeling van binnenstedelijke stationsgebieden is niet eenvoudig te realiseren. De continue veranderingen in het bestaande binnenstedelijke gebied, de verscheidenheid aan vastgoedfuncties gecombineerd met (spoor)wegeninfrastructuur, de aanwezigheid van veel betrokken actoren en hun belangen, de grootte van het gebied, de verschillende schaalniveaus en de wisseling van politieke machten bemoeilijken de herontwikkeling.
Een goed voorbeeld hiervan is het stationsgebied van Utrecht. De herontwikkeling bevindt zich thans in de realisatiefase, maar heeft een langdurige en moeizame periode van planvorming gehad. In eerste instantie werd de herontwikkeling geïnitieerd om middels de totaalaanpak van start te gaan. Echter zorgde de complexiteit en de lange duur van het project voor conflicten tussen de partijen, waardoor men uiteindelijk is overgegaan op de modulaire aanpak.
Hier rijst de vraag: “Op welke aspecten is bij de herontwikkeling van stationsgebied Utrecht de modulaire aanpak adequater dan de totaalaanpak en wat betekent die modulaire aanpak voor de samenwerking tussen de actoren?”. Om tot een antwoord te komen op deze vraag, is onderzoek gedaan naar de modulaire aanpak in verhouding tot de totaalaanpak in stationsgebied Utrecht.
|
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 11 |
|
Charlois United - Een voorbeeld van stedelijke herontwikkeling door middel van cultuur en sport
Dit afstudeerproject heeft zich gericht op de stedelijke herontwikkeling van Rotterdam Zuid. In het onderzoek is gekeken naar de betekenis van de Oldegaarde en het Zuiderpark in de stad en op lokaal niveau. De nadruk lag hierbij op ruimtelijke interventies in het publieke domein. Het project omvat een masterplan voor de ontwikkeling van de zuidrand van het Zuiderpark en een architectonische uitwerking van een sociaal cultureel gebouw binnen dit masterplan.
|
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 12 |
|
De herontwikkeling van het DSM terrein; naar een strategisch advies voor de ontwikkeling van het DSM terrein te Delft
Het doel van het onderzoek is het traceren van het (bewust of onbewust) gevolgde strategisch proces voor de herontwikkeling van het DSM terrein te Delft, en vervolgens het vormen van een strategisch advies voor de belanghebbende ‘Triple Helix’ actoren. Hiertoe wordt de kern van het onderzoek opgedeeld in het terugblikken op de DSM casus en vervolgens vooruit kijken (en tot een strategisch advies komen). De centrale vraag in dit onderzoek is Op welke wijze kan de strategie voor de herontwikkeling van het DSM terrein worden verbeterd?
|
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[PDF]
[Abstract]
|
| 13 |
|
Post-Exodus or the involuntary prisoners of architecture
Post-Exodus or the involuntary prisoners of Architecture, is a project about corrupt well intended top-down pretentions. A project about when utopia becomes dystopia. About when the built environment becomes out of tune with experienced and desired reality. Accumulating to the point of large scale vacancy and crisis. The focus of the project will be the case of the Kleiburg flat, the last untouched piece of Bijlmer ideology.
The project was done in the graduation lab 'Design as Politics' with the underlying theme 'In the Ghetto', in which a personal view on the definition of a ghetto was encouraged. In this project the ghetto is described as an urban area that resonates with negative associations, as a segregated area often associated with the social-economic-weaker section. Due to the unpopularity of the urban area, real-estate values drop, investors and project-developers stay away. Conditions deteriorate. For those who want to leave the ghetto but can not afford to do so, the ghetto becomes an urban prison.
The title of the project plays with the idea of architecture's ability to manifest dreams and desires. As the exodus took place and people moved towards the better, they left behind the old. The exodus was for those who could afford to leave; those unable to escape the undesired urban conditions where left behind. Post-Exodus focuses on these deprived areas, on these places of undesired architecture. It searches how to become a desired place once again, even when the means are limited.
The research investigates a South-American Prison situated in Bolivia, in the capital city of La Paz. In the old city center, on the old colonial spanish grid the prison of San Pedro stands. Hidden behind the stucco walls, upon passing the guarded gate, a unexpected vivid community is revealed; the self-regulating inmate population of San Pedro. The prison was inspired by the panopticon model (Pentonville, London) of Jeremy Bentham. Built around the nineteen hundreds, this ideological prison model proved to be one of unrealistic utopia. The penitentiary system could not live up to the build expectations. The conditions of the inmate population deteriorated inside the prison walls. Without a welfare state or governmental subsidies the prisoners where appointed to their own ability to take matters into their own hands. Escape was not an option, the solution had to come from within...
The do-it-yourself attitude of the prisoners resulted in an unique bottom-up transformation of the old prison model. Over time the prisoners slowly adapted the building to fit their basic needs, constantly fighting for their rights and defending every square inch. They held no nostalgia of the past, adapting to the new reality of their needs, adapting the build environment at best to survive. Over time San Pedro Prison developed its own logic, a mini-society with its own micro-economy, micro-policies, democratic elections, a prison real-estate market, cafes, restaurants, fitness area, sauna's, pool halls, tv corners, shops, dentist, churches, ceremony square, football competitions, tourism, workplaces, jobs and even more..
The San Pedro Prison inspires to look in a different way at the built environment we inhabit. It inspires to think in a different way about our attitude towards buildings. It inspires to think in a different way about architecture. It inspires to see how in the worst conceivable conditions, the prisoners of San Pedro where able to transform their built environment into a more favorable condition, to suit their lives and needs better. Transformation as a continues process, attuning to the ever changing times.
Kleiburg is dead, it's ideology faded in the face of reality. Time has changed, Kleiburg stood still.
If Kleiburg is not to parish in irrelevance it must once more become a part of our dreams and desires. Emergent societal trends and changes must then form the basis of its transformation. In times of financial crisis, unpredictability and uncertainty the means are limited. The answers must not be sought in the top-down financial power of big project developers but in the power of the ordinary people; the power of the people dwelling and working in and around Kleiburg. The design investigates a bottom-up approach, a do-it-yourself attitude, a gradual growth towards a new future. To clarify such a development a scenario was written in which the existing local social and urban fabric where extrapolated into the Kleiburg building. The initial conditions are dictated by the structural possibilities of the Kleiburg flat itself. The installation of the 'Gate' marks the presence of an underlying democratic process. Spatial hierarchy determines the relationship of space and influence of individuals/collectives on the built environment.
In a set of projects possibilities are designed, each design telling a different story, each story exploring a new theme, each theme adding to a bigger scale. By the time we look back at all the different designs we will witness the emergence of museum. A Bottom-Up-Museum symbolizing the deconstruction of the prestigious 'starchitect' object, reconstructed by ordinary people.
|
[PDF]
[Abstract]
|