Abstract
In september 1994 heeft men in Noord-Holland te maken gehad met wateroverlast. De waterstanden op de boezems stegen tot onacceptabele hoogten en enkele boezemkades dreigden te bezwijken. Deze wateroverlast was een gevolg van overvloedige regenval en beperkte lozingscapaciteit. Een mogelijke oplossing om te hoge waterstanden te voorkomen is het inzetten van een inundatiepolder. Door de zeespiegelrijzing en de verwachte toename van de neerslag in de toekomst zal de waterafvoer in natte periodes van de polders naar de boezem worden vergroot. Om ontoelaatbare boezemwaterstanden te voorkomen, kunnen inundatiepolders worden ingezet. Het effect van deze polders op de waterstand is nog niet onderzocht. Tevens is nog weinig bekend over de hydraulische vormgeving van het aflaten van boezemwater in een inundatiepolder. De doelstelling van dit afstudeeronderzoek was tweeledig en luidde: * Inzicht verschaffen in de effecten van een inundatiepolder op de boezemwaterstanden in een kritieke situatie. Hierbij wordt gekeken naar: de situering van een inundatiepolder, het begintijdstip van inunderen en welk type kunstwerk (zijdelingse overlaat of regelbare schuif) het meest geschikt is. * Onderzoeken op welke manier een inundatiepolder het best gemodelleerd kan worden (- of twee-dimensionaal), kijkend naar het effect op de boezem. Met behulp van het stromingspakket SOBEK RURAL is een -dimensionaal boezemmodel opgezet. Hierbij is gebruik gemaakt van de modules channel flow en rainfall runoff. Aan de hand van dit model zijn simulaties gedaan om het effect van een inundatiepolder te onderzoeken. Door de inundatiepolder ook in de twee-dimensionale module overland flow te schematiseren en te koppelen aan het -dimensionale boezemmodel kon het effect van de schematisatie van de polder geanalyseerd worden. Het blijkt dat een inundatiepolder, hydraulisch gezien, op een strategisch goed gepositioneerd punt moet liggen. Het begintijdstip van inunderen is van wezenlijk belang. Indien een polder te vroeg wordt ingezet, kan de polder vol zijn op het moment van de piekbelasting op de boezem. Als inlaatkunstwerk blijkt een regelbare schuif het meest geschikt, vooral door zijn regelbaarheid en geringere afmetingen t.o.v. de zijdelingse overlaat. Het is wel belangrijk dat er bij het ontwerp van de inundatiepolder een goed draaiboek van de regelbare schuif gemaakt wordt en dat de verantwoordelijkheden vastliggen op papier. De wijze van modelleren van een inundatiepolder in een -dimensionale schematisatie blijkt goed te voldoen om de effecten op de boezemwaterstand te onderzoeken. Voorwaarde is wel dat de inundatiepolder vrij diep is, zodat het inlaatdebiet niet wordt beloed.
|