De snef groeiende luchtvaartsector in Nederland krijgt te maken met ruimtegebrek. Elk jaar stijgt het
aantal vliegbewegingen en alle prognoses geven dezelfde explosieve groei voor de komende 15 tot 20
jaar. Het ruimtegebrek manifesteert zich in eerste instantie in de vorm van geluidshinder. Het grootste
deel van alle vliegbewegingen in Nederland concentreert zich op Schiphol. Echter de beschikbare ruimte van Schiphol is gering. AI bij het hUidige aantal vliegbewegingen loopt Schiphol tegen de opgelegde geluidsgrenzen op. Schiphol is dus nu op een punt gekomen dat verdere groei zeer moeilijk is.
Momenteel worden er studies gedaan over hoe de groei van de Nederlandse luchtvaart in goede banen
geleid kan worden. (T.N.L.I. =: Toekomst Nederlandse Luchtvaart Infrastructuur). Een mogelijke nieuwe locatie voor uitbreiding van de luchtinfrastructuur is de Noordzee. Hierbij wordt gedacht aan het
realiseren van een kunstmatig eiland voor de kust.
Het onderwerp van dit onderzoek is de verbinding tussen de satellietluchthaven in de Noordzee en de
kust. In het eerste algemene gedeelte van het afstudeerwerk staat het ontwerp van de verbinding centraal. Gezien het prille stadium waarin de luchtvaartinfrastructuurstudies zich bevinden zijn bij de
ontwerponderdelen de afstand eiland tot kust, de rijsnelheid van de shuttle en het type verbinding
(zinktunnel, boortunnel en brug) variabel gehouden. Op basis van de gedane aannamen is er een ontwerp van de shuttleverbinding gemaakt. Dit ontwerp bestaat uit de volgende aspecten: vereiste capaciteit van de verbinding (aantal sporen), de rijsnelheid van de shuttle, een bepaling van het doorsnedeprofiel van tunnel of brug en kostenramingen afhankelijk van type en lengte.
Voornaamste uitgangspunten bij dit onderzoek zijn:
• type verbinding is een railverbinding geschikt voor HST en le
• lengte zeegedeelte in eerste instantie 15km
• maximale overstaptijd van 45 minuten, resulterend in een maximale rijtijd van 15 minuten
• gehanteerd wordt hier het RAND1 scenario voor het jaar 2025 voor het aantal
passagiersbewegingen en tonnage vracht per jaar
capaciteitbepaling shuttleverbinding:
Naast het noodzakelijke heengaande en teruggaande spoor is na evaluatie van het aantal te vervoeren
passagiers per jaar gebleken dat er een extra spoor nodig is. Dit derde spoor dient als reserve spoor voor onderhoud en kan volledig operationeel functioneren ten tijde van calamiteiten op een van de andere sporen rijsnelheid shuttle:
Uitgaande van een totafe trajectafstand van 35 km (15 km zee en 20 km land) is, rekening houdend met de acceleratie en deceleratiekarakteristieken van het beschouwde materieel, een minimale rijsnelheid van 160 km/uur noodzakelijk. Varianten waarbij het eiland verder uit de kust ligt vereisen hogere shuttlesnelheden.