· · · Institutional Repository



Home · About · Disclaimer · Terms of use ·
   Options
 
Faculty:
Department:
Type:
Year:

Veroudering van steenzettingen: doorlatendheid en stabiliteit van een ingezande filterlaag

Author: Van Vliet, F.
Mentor: D' Angremond, K. · Schiereck, G.J. · Stoutjesdijk, T.P. · Rigter, B.
Faculty:Civil Engineering and Geosciences
Department:Hydraulic Engineering
Type:Master thesis
Date:1994-08-01
Keywords: steenzetting · block revetment · veroudering
Rights: (c) 1994 Van Vliet, F.

Abstract

In het onderzoek naar het gedrag van taludbekledingen van gezette stenen op een granulair filter is tot op heden met name aandacht besteed aan "nieuwe" constructies. Het modelleren van het gedrag is gebaseerd op zettingen zoals die erbij liggen vlak na aanleg en is geverifieerd met grootschalige proeven. Voor deze situatie zijn de huidige rekenregels van toepassing. Omdat zettingen "in het veld" zich anders gedragen dan die onder laboratoriumomstandigheden is er gedurende de afgelopen jaren op verschillende lokaties gemeten aan verschillende eigenschappen van steenzettingen. Naar de resultaten van deze metingen is tijdens dit onderzoek allereerst een literatuurstudie verricht. Om de doorlatendheid van een ingezande filterlaag te voorspellen is de formule van Kozeny-Carman als uitgangspunt genomen. Hierin wordt gesteld dat de laminaire doorlatendheid van grond afhankelijk is van de porositeit en van de korreldiameter. Als karakteristieke korreldiameter wordt vaak de D1 5 gebruikt, maar de doorlatendheid van gap graded mengsels wordt met de D1 5 van het mengsel niet goed beschreven. In dit onderzoek is de hypothese gesteld dat de doorlatendheid van deze mengsels beter voorspeld kan worden met behulp van een gewogen diameter, die bepaald wordt uit de D1 5 en het gewicht van respectievelijk de fracties grind en zand. De doorlatendheid van een gap graded mengsel kan ook worden benaderd door te stellen dat deze gelijk is aan de doorlatendheid van zand. Hierbij moet dan rekening worden gehouden met een verminderd doorstroomoppervlak. Bovendien neemt de afgelegde weg van de vloeistof toe met de bochtigheid van de stroomlijnen tussen de grindkorrels door. Hierdoor is het effectieve verhang over de korrels kleiner dan het gemiddelde verhang over het gehele pakket.
Ten aanzien van het kritieke verhang waarbij het zand uit een ingezand filter spoelt is de hypothese gesteld dat deze gelijk is aan het verhang waarbij een homogeen zandpakket fluïdiseert. Verondersteld is dat de zandkorrels zoveel kleiner zijn dan de grindkorrels dat het grindskelet op het fluïdisatiegedrag van het zand geen invloed heeft.

Content Viewer