Handleiding beoordeling grondmechanische stabiliteit taludbekledingen onder golfaanval

More Info
expand_more

Abstract

In deze handleiding wordt ingegaan op het tweede bezwijkmechanisme, namelijk het afschuiven van taludbekledingen. Het gaat hier alleen om oppervlakkige afschuivingen dus afschuiven van alleen de bekleding of van de bekleding met een klein deel van de ondergrond. Geen aandacht wordt besteed aan de macrostabiliteit van het talud. De handleiding bestaat, afgezien van de inleiding, uit drie hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt een aantal basisbegrippen geïntroduceerd. Ook wordt hierin aandacht besteed aan de schematisatie van de belasting en de algemene formule voor een stabiele bekleding. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 en 4 voor een aantal constructievarianten aangegeven welke glijvlakken maatgevend kunnen zijn en wat gedaan kan worden om afschuiven te voorkomen. Hoofdstuk 3 heeft betrekking op dijkbekledingen en hoofdstuk 4 op oeververdedigingen. Hierbij is aangenomen dat dijkbekledingen alleen door windgolven en oeverbekledingen alleen door scheepvaartgolven worden belast. De beoordeling van de stabiliteit van oeververdedigingen die door windgolven worden belast gaat op dezelfde wijze als bij dijkverdedigingen. De tekst van hoofdstuk 3 is in die situatie van toepassing. Er wordt hierbij niet ingegaan op de beschikbare berekeningsmethoden om te bepalen of een bekleding stabiel is. Wel wordt aangegeven waar deze berekeningsmethoden wel worden behandeld. Aan de volgende aspecten wordt, in kwalitatieve zin, aandacht besteed: - afschuiven langs een recht potentieel glijvlak - optredende normaalkracht in de bekleding - afschuiven ten gevolge van een golfklap - invloed cyclische belasting op de wateroverspanning in het talud en de gevolgen hiervan voor de stabiliteit. De handleiding zoals die nu tot stand is gekomen, vormt een samenvatting van de inzichten met betrekking tot grondmechanische stabiliteit zoals deze tot op heden in lopende (theoretische) onderzoeken zijn verworven. Deze onderzoeken hebben uitsluitend betrekking op de in de constructie optredende krachten.