DOT-tunnel onder het Groene Hart

More Info
expand_more

Abstract

Dit eerste deelrapport is toegespitst op de analyse van het boor- en bouwproces van een DOT-tunnel onder Nederlandse omstandigheden. Het afstudeeronderzoek heeft als titel "DOT-tunnel onder Het Groene Hart haalbaarheidsstudie van een Double-a-Tube tunnel onder Nederlandse omstandigheden" en heeft, namens DHV Milieu en Infrastructuur, plaatsgevonden bij de Projectorganisatie HSL-Zuid, projectbureau boortunnel. Het afstudeeronderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Faculteit Civiele Techniek van de Technische Universiteit Delft en is begeleid door een afstudeercommissie. De afstudeercommissie bestaat uit prof.drs.ir. J.K. Vrijling (vakgroep waterbouwkunde, Civiele Techniek), prof.ir. E. Horvat (sectie Ondergronds Bouwen, Civiele Techniek), ir. H.K.T. Kuijper (vakgroep waterbouwkunde, Civiele Techniek), ir. H. Burger (DHV Milieu en Infrastructuur) en ir. M.P. Oude Essink (Bouwdienst Rijkswaterstaat) . Het doel van dit afstudeeronderzoek is het onderzoeken van de haalbaarheid van een DOT-tunnel onder Nederlandse omstandigheden en specifiek voor de HSL-Zuid boortunnel onder Het Groene Hart. In deelrapport I is een analyse gemaakt van het boor- en bouwproces van een DOT-tunnel. Het tweede deelrapport is toegespitst op de boortunnel onder het Groene Hart en bevat de specifieke uitwerking van een haalbaarheidstudie van de DOT-tunnel in vergelijking met het Referentie Ontwerp. Het derde deelrapport bevat de gedetailleerde afleiding van de verschillende modelleringen en risico-analyses, die zijn gebruikt in het eerste deelrapport. In dit laatste deelrapport is ook de overige achtergrond informatie te vinden. Om de haalbaarheid van een DOT-tunnel te onderzoeken onder de Nederlandse omstandigheden is een analyse gemaakt van het boor- en bouwproces. Aangezien de DOT-tunnel zijn afkomst ontleent aan de cirkelvormige tunnels is aangegeven in hoeverre er een analogie kan worden getrokken tussen beide tunnelvormen en boormethodes, maar vooral waar niet. De tunnelboormachine heeft een aantal aanpassingen ondergaan als gevolg van het boor- en bouwproces van DOT-tunnels, waaronder een aantal aanpassingen van de machine, zoals speciale erectoren, het segment expansion device, het segment holding device, de rolling control jacks (DOT-schild), een beveiliging voor het elkaar raken van de graafwielen (DOT-schild) en de face-collapse detector (MFschild). Het bouwen van een DOT-tunnel is complexer dan een cirkelvormige tunnel door de verschillende typen segmenten. Dit blijkt eens te meer uit de technologie die is ontwikkeld (speciale erectoren, segment expansion device, segment holding device) om beschadiging van de segmenten bij inbouwen zoveel mogelijk te voorkomen. Het beheersen van het roteren van het schild om de x-as (rolling) verdient extra aandacht aangezien de niet-ronde vorm van de tunnel het niet toelaat dat de tunnel teveel roteert omdat anders het Profiel van Vrije Ruimte in het geding komt. Pitching en yawing treden nauwelijks op en zijn goed in de hand te houden. Overall kan worden geconcludeerd dat een DOT-tunnel haalbaar is onder Nederlandse omstandigheden. Hierbij verdient het de aanbeveling om de volgende aspecten nader te onderzoeken: Het toetsen van de berekeningen voor de steundruk van niet-cirkelvormige tunnels aan de hand van fysisch onderzoek door middel van of geocentrifuge-proeven of aan de hand van praktijkvoorbeelden; De grondvervormingen bij een DOT-tunnel door bijvoorbeeld een modellering in Plaxis; de krachtswerking in en op de lining van een DOT-tunnel.

Files