Brakwater zones rond de Afsluitdijk

3D modelberekeningen naar water- en zoutbeweging in diverse ontwerpvarianten

More Info
expand_more

Abstract

In het kader van het verkennend onderzoek naar de mogelijkheid tot het inrichten van een estuariene overgangszone naast de Afsluitdijk zijn er door het "Ontwerp Team Brak" schetsontwerpen gemaakt van een aantal mogelijke inrichtingsmaatregelen, die moeten leiden tot het ontstaan van een zone, waarbinnen zich een tamelijk constante en geleidelijke zoet-zout overgang bevindt, de zogenaamde "brakwater zone". Er zijn numerieke modelberekeningen gedaan met een driedimensionaal waterbewegings- en zoutverspreidingsmodel en met een kombergingsmodel naar de effectiviteit van een aantal inrichtingsvarianten ten aanzien van de gewenste effecten op de zoetwaterverdeling en de intrek van diadrome vissoorten. Uit de berekeningen komt naar voren, dat alle in dit rapport gepresenteerde inrichtingsvarianten leiden tot een voldoende stabiele saliniteitsgradiënt in de brakwater zone: de saliniteit varieert er per getijperiode niet meer dan 10 PSU en deze verandering is geleidelijk en niet discontinu. Wat betreft de mogelijkheden voor visintrek scoren de in het IJsselmeer gelegen "binnendijkse" varianten beter dan die, welke in de Waddenzee ("buitendijks") zijn gelegen. Van de buitendijkse varianten biedt de variant "Brakke Boontjes 1", besproken in hoofdstuk 5.1, de beste mogelijkheden voor visintrek. In deze laatste variant en in de variant "Breezand Brak" besproken in hoofdstuk 4 is het mogelijk om per getijperiode onder normale omstandigheden 2 miljoen m3 water van uit de brakwater zone het IJsselmeer op te laten zonder dat dit tot een waarneembare toename van de saliniteit van het IJsselmeer leidt. Met dit water kunnen passief migrerende organismen, zoals vislarven het zoete milieu binnen komen. In de variant "Brakke Boontjes 3" is de hoeveelheid binnen te laten water 10x zo klein, maar dat is voor visintrek nog steeds een redelijke hoeveelheid. Tijdelijke stratificatie treedt in alle varianten op, bij de een meer dan bij de ander. Deze stratificatie duurt nooit langer dan een getijperiode, behalve bij de binnendijkse varianten, waar zonder speciale inrichtingsmaatregelen de kans bestaat op meer langdurige stratificatie. Niet onvermeld mag blijven, dat door de aanleg van de oostelijk gelegen buitendijkse varianten "Staart van Kornwerderzand" (hoofdstuk 6) en "Brakke Boontjes" (5) er een toename plaatsvindt van de spuiefficiëntie van de zuid-westelijk ervan gelegen spuimiddelen, waaronder het eventueel nieuw aan te leggen spuimiddel in de "knik" van de Afsluitdijk. De capaciteit van de spuimiddelen, die uitmonden in de brakwater zone, is echter niet optimaal of neemt af ten opzichte van de huidige situatie. Verder heeft geen van de besproken varianten een belangrijke uitstraling buiten zijn directe omgeving wat betreft getij, saliniteitsverdeling of morfologische ontwikkeling. Wel is het zo, dat de "Staart van Breehorn" (hoofdstuk 3) de bestaande zoutlast op het IJsselmeer ten gevolge van het schutten van schepen met ruwweg de helft doet afnemen, omdat de saliniteit voor de schutsluis in deze variant gemiddelde de helft lager is dan in de huidige situatie.

Files