Deze thesis onderzoekt het woonhotel als een vernieuwend woningtype dat in het interbellum in Den Haag ontstond. Woonhotels combineerden zelfstandige appartementen met gedeelde voorzieningen en boden een alternatief voor de traditionele eengezinswoning met inwonend personeel. Aan
...
Deze thesis onderzoekt het woonhotel als een vernieuwend woningtype dat in het interbellum in Den Haag ontstond. Woonhotels combineerden zelfstandige appartementen met gedeelde voorzieningen en boden een alternatief voor de traditionele eengezinswoning met inwonend personeel. Aan de hand van vier casestudy’s (Huize Boschzicht, Willemsparkflat, Nirwanaflat en Duinwyck) wordt de typologie geanalyseerd vanuit architectonisch, functioneel en sociaal perspectief. Het onderzoek laat zien hoe woonhotels inspeelden op maatschappelijke veranderingen zoals het dienstbodenvraagstuk, individualisering en verstedelijking. Hoewel collectiviteit in deze gebouwen vooral gericht was op service en comfort, bieden zij waardevolle lessen voor hedendaagse woonopgaven rondom collectief wonen, duurzaamheid en ruimtelijke efficiëntie. De thesis pleit voor een herwaardering van het woonhotel als inspiratiebron voor toekomstbestendige woonmodellen.