R.W. Vroom
info
Please Note
<p>This page displays the records of the person named above and is not linked to a unique person identifier. This record may need to be merged to a profile.</p>
4 records found
1
Het boek Werktuigkundige Systemen is een compacte inleiding op het systeemdenken in de werktuigbouwkunde, met nadruk op inzicht en grafische methoden, gelardeerd met prikkelende werkingsprincipes en constructie-elementen. Velen merken dat ze nog lang nadat ze het vak gedaan hebben dit boek als naslagwerk gebruiken en het steeds meer gaan waarderen, ook omdat het boek de basis legt voor veel vervolgvakken en projecten.
Het boek is al jarenlang in gebruik bij eerstejaars studenten Werktuigbouwkunde aan de TU Delft. Diverse docenten gebruiken het bij vakken of ontwerpprojecten.
De oorsprong van dit boek in de tachtiger jaren is een college geweest, waarin op eenvoudige wijze de werking van bestaande apparaten en machines werd geanalyseerd. In een later stadium is deze stof uitgebreid met een aantal constructieve bijzonderheden. Daarbij heeft de systeemleer en de modelvorming een belangrijke basis gevormd.
Meer uitgebreid: De fundamentele principes bij ontwerpen komen in dit boek ‘Werktuigkundige Systemen’ naar voren. Zo wordt de systeemleer toegepast op werktuigkundige constructies en wordt in het hoofdstuk over modelvorming de weg aangegeven om de complexe fysische werkelijkheid om te zetten in een overzichtelijk werkingsinzicht. Ook onder meer mechanische versterkers komen aan bod en is een hoofdstuk gewijd aan de belangrijke begrippen sterkte en stijfheid. Er is ruim aandacht gegeven aan wrijving en weerstand, alsmede aan de middelen om deze te vergroten of te verkleinen. Omdat veren tot de essentiële werktuigonderdelen behoren is een hoofdstuk gewijd aan de toepassing van veren in een ontwerp. Hier is het belangrijke begrip voorspanning behandeld. Het onderwerp Aandrijving wordt behandeld en daarin wordt aangegeven op welke wijze een motor met een last moet worden gekoppeld. Het hoofdstuk over comparalogie laat de problemen zien bij het verkleinen of vergroten van reeds bestaande constructies en bij de vaak noodzakelijke modelproeven. Het hoofdstuk over energie ten slotte, geeft een inleiding in de ‘warme werktuigbouwkunde’. Hierin is een technologisch rendement beschreven dat aangeeft in welke mate een machine warmtetechnisch goed is geconstrueerd.
Dit boek kan gebruikt worden bij verschillende soorten technisch hoger onderwijs; zowel door het globale overzicht van de gehele werktuigbouwkunde, de introductie van systeemleer en modelvorming, als door de specialistische behandeling van enkele bijzondere onderwerpen. ...
Het boek is al jarenlang in gebruik bij eerstejaars studenten Werktuigbouwkunde aan de TU Delft. Diverse docenten gebruiken het bij vakken of ontwerpprojecten.
De oorsprong van dit boek in de tachtiger jaren is een college geweest, waarin op eenvoudige wijze de werking van bestaande apparaten en machines werd geanalyseerd. In een later stadium is deze stof uitgebreid met een aantal constructieve bijzonderheden. Daarbij heeft de systeemleer en de modelvorming een belangrijke basis gevormd.
Meer uitgebreid: De fundamentele principes bij ontwerpen komen in dit boek ‘Werktuigkundige Systemen’ naar voren. Zo wordt de systeemleer toegepast op werktuigkundige constructies en wordt in het hoofdstuk over modelvorming de weg aangegeven om de complexe fysische werkelijkheid om te zetten in een overzichtelijk werkingsinzicht. Ook onder meer mechanische versterkers komen aan bod en is een hoofdstuk gewijd aan de belangrijke begrippen sterkte en stijfheid. Er is ruim aandacht gegeven aan wrijving en weerstand, alsmede aan de middelen om deze te vergroten of te verkleinen. Omdat veren tot de essentiële werktuigonderdelen behoren is een hoofdstuk gewijd aan de toepassing van veren in een ontwerp. Hier is het belangrijke begrip voorspanning behandeld. Het onderwerp Aandrijving wordt behandeld en daarin wordt aangegeven op welke wijze een motor met een last moet worden gekoppeld. Het hoofdstuk over comparalogie laat de problemen zien bij het verkleinen of vergroten van reeds bestaande constructies en bij de vaak noodzakelijke modelproeven. Het hoofdstuk over energie ten slotte, geeft een inleiding in de ‘warme werktuigbouwkunde’. Hierin is een technologisch rendement beschreven dat aangeeft in welke mate een machine warmtetechnisch goed is geconstrueerd.
Dit boek kan gebruikt worden bij verschillende soorten technisch hoger onderwijs; zowel door het globale overzicht van de gehele werktuigbouwkunde, de introductie van systeemleer en modelvorming, als door de specialistische behandeling van enkele bijzondere onderwerpen. ...
Het boek Werktuigkundige Systemen is een compacte inleiding op het systeemdenken in de werktuigbouwkunde, met nadruk op inzicht en grafische methoden, gelardeerd met prikkelende werkingsprincipes en constructie-elementen. Velen merken dat ze nog lang nadat ze het vak gedaan hebben dit boek als naslagwerk gebruiken en het steeds meer gaan waarderen, ook omdat het boek de basis legt voor veel vervolgvakken en projecten.
Het boek is al jarenlang in gebruik bij eerstejaars studenten Werktuigbouwkunde aan de TU Delft. Diverse docenten gebruiken het bij vakken of ontwerpprojecten.
De oorsprong van dit boek in de tachtiger jaren is een college geweest, waarin op eenvoudige wijze de werking van bestaande apparaten en machines werd geanalyseerd. In een later stadium is deze stof uitgebreid met een aantal constructieve bijzonderheden. Daarbij heeft de systeemleer en de modelvorming een belangrijke basis gevormd.
Meer uitgebreid: De fundamentele principes bij ontwerpen komen in dit boek ‘Werktuigkundige Systemen’ naar voren. Zo wordt de systeemleer toegepast op werktuigkundige constructies en wordt in het hoofdstuk over modelvorming de weg aangegeven om de complexe fysische werkelijkheid om te zetten in een overzichtelijk werkingsinzicht. Ook onder meer mechanische versterkers komen aan bod en is een hoofdstuk gewijd aan de belangrijke begrippen sterkte en stijfheid. Er is ruim aandacht gegeven aan wrijving en weerstand, alsmede aan de middelen om deze te vergroten of te verkleinen. Omdat veren tot de essentiële werktuigonderdelen behoren is een hoofdstuk gewijd aan de toepassing van veren in een ontwerp. Hier is het belangrijke begrip voorspanning behandeld. Het onderwerp Aandrijving wordt behandeld en daarin wordt aangegeven op welke wijze een motor met een last moet worden gekoppeld. Het hoofdstuk over comparalogie laat de problemen zien bij het verkleinen of vergroten van reeds bestaande constructies en bij de vaak noodzakelijke modelproeven. Het hoofdstuk over energie ten slotte, geeft een inleiding in de ‘warme werktuigbouwkunde’. Hierin is een technologisch rendement beschreven dat aangeeft in welke mate een machine warmtetechnisch goed is geconstrueerd.
Dit boek kan gebruikt worden bij verschillende soorten technisch hoger onderwijs; zowel door het globale overzicht van de gehele werktuigbouwkunde, de introductie van systeemleer en modelvorming, als door de specialistische behandeling van enkele bijzondere onderwerpen.
Het boek is al jarenlang in gebruik bij eerstejaars studenten Werktuigbouwkunde aan de TU Delft. Diverse docenten gebruiken het bij vakken of ontwerpprojecten.
De oorsprong van dit boek in de tachtiger jaren is een college geweest, waarin op eenvoudige wijze de werking van bestaande apparaten en machines werd geanalyseerd. In een later stadium is deze stof uitgebreid met een aantal constructieve bijzonderheden. Daarbij heeft de systeemleer en de modelvorming een belangrijke basis gevormd.
Meer uitgebreid: De fundamentele principes bij ontwerpen komen in dit boek ‘Werktuigkundige Systemen’ naar voren. Zo wordt de systeemleer toegepast op werktuigkundige constructies en wordt in het hoofdstuk over modelvorming de weg aangegeven om de complexe fysische werkelijkheid om te zetten in een overzichtelijk werkingsinzicht. Ook onder meer mechanische versterkers komen aan bod en is een hoofdstuk gewijd aan de belangrijke begrippen sterkte en stijfheid. Er is ruim aandacht gegeven aan wrijving en weerstand, alsmede aan de middelen om deze te vergroten of te verkleinen. Omdat veren tot de essentiële werktuigonderdelen behoren is een hoofdstuk gewijd aan de toepassing van veren in een ontwerp. Hier is het belangrijke begrip voorspanning behandeld. Het onderwerp Aandrijving wordt behandeld en daarin wordt aangegeven op welke wijze een motor met een last moet worden gekoppeld. Het hoofdstuk over comparalogie laat de problemen zien bij het verkleinen of vergroten van reeds bestaande constructies en bij de vaak noodzakelijke modelproeven. Het hoofdstuk over energie ten slotte, geeft een inleiding in de ‘warme werktuigbouwkunde’. Hierin is een technologisch rendement beschreven dat aangeeft in welke mate een machine warmtetechnisch goed is geconstrueerd.
Dit boek kan gebruikt worden bij verschillende soorten technisch hoger onderwijs; zowel door het globale overzicht van de gehele werktuigbouwkunde, de introductie van systeemleer en modelvorming, als door de specialistische behandeling van enkele bijzondere onderwerpen.
Design of Information-Intensive Systems Involving Cognitive Aspects
An Emerging Opportunity for Transdisciplinary Cooperation
With the rise of smart systems, ubiquitous computing and cyber-physical systems, information-intensiveness of products increases and users become challenged—possibly even overloaded—with expanding options and possible interactions. The number of possible variations of user-operation sequences can rapidly escalate and for designers it becomes difficult to foresee all possible outcomes,which might include unacceptable performance, failure, and even fatalities.With the objective to reduce the risk of unwanted cognitive effects and to realize a more symbiotic relationship between users and systems, we showhowtwo model-based theories from cognitive science, i.e., cognitive architectures and mental models, can be deployed in the design of these systems.We argue that the deployment of such models requires a transdisciplinary approach in which designers intensively cooperate with cognitive scientists and end users.
...
With the rise of smart systems, ubiquitous computing and cyber-physical systems, information-intensiveness of products increases and users become challenged—possibly even overloaded—with expanding options and possible interactions. The number of possible variations of user-operation sequences can rapidly escalate and for designers it becomes difficult to foresee all possible outcomes,which might include unacceptable performance, failure, and even fatalities.With the objective to reduce the risk of unwanted cognitive effects and to realize a more symbiotic relationship between users and systems, we showhowtwo model-based theories from cognitive science, i.e., cognitive architectures and mental models, can be deployed in the design of these systems.We argue that the deployment of such models requires a transdisciplinary approach in which designers intensively cooperate with cognitive scientists and end users.
In order to develop a successful product, a design engineer needs to pay attention to all relevant aspects of that product. Many tools are available, software, books, websites, and commercial services. To unlock these potentially useful sources of knowledge, we are developing C-DET, a toolbox for conceptual design engineering. The idea of C-DET is that designers are supported by a system that provides them with a knowledge portal on one hand, and a system to store their current work on the other. The knowledge portal is to help the designer to find the most appropriate sites, experts, tools etc. at a short notice. Such a toolbox offers opportunities to incorporate extra functionalities to support the design engineering work. One of these functionalities could be to help the designer to reach a balanced comprehension in his work. Furthermore C-DET enables researchers in the area of design engineering and design engineers themselves to find each other or their work earlier and more easily. Newly developed design tools that can be used by design engineers but have not yet been developed up to a commercial level could be linked to by C-DET. In this way these tools can be evaluated in an early stage by design engineers who would like to use them. This paper describes the first prototypes of C-DET, an example of the development of a design tool that enables designers to forecast the use process and an example of the future functionalities of C-DET such as balanced comprehension.
...
In order to develop a successful product, a design engineer needs to pay attention to all relevant aspects of that product. Many tools are available, software, books, websites, and commercial services. To unlock these potentially useful sources of knowledge, we are developing C-DET, a toolbox for conceptual design engineering. The idea of C-DET is that designers are supported by a system that provides them with a knowledge portal on one hand, and a system to store their current work on the other. The knowledge portal is to help the designer to find the most appropriate sites, experts, tools etc. at a short notice. Such a toolbox offers opportunities to incorporate extra functionalities to support the design engineering work. One of these functionalities could be to help the designer to reach a balanced comprehension in his work. Furthermore C-DET enables researchers in the area of design engineering and design engineers themselves to find each other or their work earlier and more easily. Newly developed design tools that can be used by design engineers but have not yet been developed up to a commercial level could be linked to by C-DET. In this way these tools can be evaluated in an early stage by design engineers who would like to use them. This paper describes the first prototypes of C-DET, an example of the development of a design tool that enables designers to forecast the use process and an example of the future functionalities of C-DET such as balanced comprehension.