Remediëring van wiskundige vaardigheden bij natuurkunde
Een praktijkonderzoek in de bovenbouw van het VWO
M.G.M. Claus (TU Delft - Applied Sciences)
P.J.J.M. Dekkers – Mentor (TU Delft - Applied Sciences)
C.F.J. Pols – Mentor (TU Delft - Applied Sciences)
J. van Keulen – Graduation committee member (TU Delft - Applied Sciences)
P.M. Visser – Graduation committee member (TU Delft - Electrical Engineering, Mathematics and Computer Science)
More Info
expand_more
Other than for strictly personal use, it is not permitted to download, forward or distribute the text or part of it, without the consent of the author(s) and/or copyright holder(s), unless the work is under an open content license such as Creative Commons.
Abstract
Wiskundige vaardigheden zijn essentieel voor het leren van natuurkunde, maar leerlingen blijken deze vaardigheden niet altijd succesvol toe te passen in een natuurkundige context. Dit onderzoek brengt de kenmerken en opbrengsten in kaart van een onderwijsinterventie gericht op het remediëren van wiskundige vaardigheden bij natuurkunde leerlingen in de bovenbouw van het VWO.
Een praktijkgericht onderzoek met een mixed-methodsaanpak werd uitgevoerd op een Nederlandse middelbare school. De interventie bestaat uit een diagnostische toets, uitlegvideo’s en online oefeningen, waarbij leerlingen op basis van hun resultaten gericht kunnen remediëren en onderdelen van de toets opnieuw kunnen maken. Het ontwikkelde materiaal, de toetsresultaten en de semigestructureerde interviews met natuurkunde- en wiskundedocenten en leerlingen werden geanalyseerd.
De leerlingen geven in de interviews aan dat ze het belang van de onderzochte vaardigheden erkennen, maar zijn voornamelijk gemotiveerd om de toets te halen en in mindere mate om de vaardigheden te remediëren. Van de 143 onderzochte leerlingen behaalden slechts drie leerlingen de diagnostische toets in één poging; meer dan de helft had drie of meer pogingen nodig. Slechts 48 van de 245 leerlingen gebruikten het online oefenmateriaal.
De interventie maakt wiskundige deficiënties zichtbaar en helpt leerlingen het belang van deze vaardigheden te herkennen, maar stimuleert zelfstandig remediëren onvoldoende. Verbetering van het oefenmateriaal, het zichtbaar maken van vooruitgang en ondersteuning bij het organiseren van het remediëringstraject lijken daarom belangrijke ontwikkelpunten.