J.C. Verdaas
info
Please Note
<p>This page displays the records of the person named above and is not linked to a unique person identifier. This record may need to be merged to a profile.</p>
117 records found
1
De vraag ‘wat is een goede ruimtelijke ordening?’ wint aan gewicht nu we als samenleving meer ambities hebben dan er aan ruimte beschikbaar is. Dat regardeert zowel de ruimte in de meest letterlijke zin van vierkante meters als de (milieu)gebruiksruimte. Daarnaast staan met een groeiende en vergrijzende bevolking in combinatie met een krappe arbeidsmarkt voorzieningen als zorg en onderwijs steeds meer onder druk. Hoe goed kan de ruimtelijke ordening in deze context nog zijn? Alle reden voor een nadere reflectie, door TU Delft-hoogleraren Marlon Boeve en Co Verdaas.
...
De vraag ‘wat is een goede ruimtelijke ordening?’ wint aan gewicht nu we als samenleving meer ambities hebben dan er aan ruimte beschikbaar is. Dat regardeert zowel de ruimte in de meest letterlijke zin van vierkante meters als de (milieu)gebruiksruimte. Daarnaast staan met een groeiende en vergrijzende bevolking in combinatie met een krappe arbeidsmarkt voorzieningen als zorg en onderwijs steeds meer onder druk. Hoe goed kan de ruimtelijke ordening in deze context nog zijn? Alle reden voor een nadere reflectie, door TU Delft-hoogleraren Marlon Boeve en Co Verdaas.
Stadsranden dringen zich in ons vakgebied in allerlei hoedanigheden op, vooral als het gaat om de vraag of we deze overgangszones moeten oprekken. Maar wat standsranden zijn is immer omstreden, terwijl voor gebiedsontwikkelaars een eigentijds begrip ervan onontbeerlijk is. Hoogleraren Co Verdaas en Marlon Boeve en SKG-directeur Tom Daamen geven daarvoor een aanzet.
...
Stadsranden dringen zich in ons vakgebied in allerlei hoedanigheden op, vooral als het gaat om de vraag of we deze overgangszones moeten oprekken. Maar wat standsranden zijn is immer omstreden, terwijl voor gebiedsontwikkelaars een eigentijds begrip ervan onontbeerlijk is. Hoogleraren Co Verdaas en Marlon Boeve en SKG-directeur Tom Daamen geven daarvoor een aanzet.
TU Delft-hoogleraar Co Verdaas nam kennis van het voornemen van het Rijk een nieuwe Nota Ruimte uit te brengen. De eerste sinds 2004. Welke ambities verdienen daarin een plek? Wat Verdaas betreft, wordt die vraag vooral bij de regio’s zelf neergelegd. “Vergroot het eigenaarschap bij degenen die geraakt worden door de gestelde doelen.”
...
TU Delft-hoogleraar Co Verdaas nam kennis van het voornemen van het Rijk een nieuwe Nota Ruimte uit te brengen. De eerste sinds 2004. Welke ambities verdienen daarin een plek? Wat Verdaas betreft, wordt die vraag vooral bij de regio’s zelf neergelegd. “Vergroot het eigenaarschap bij degenen die geraakt worden door de gestelde doelen.”
Nog niet heel lang geleden bestond het idee dat ‘het land af is’. Maar niets is minder waar. De verbouwing van Nederland is ingrijpender dan we tot voor kort voor mogelijk hielden. Co Verdaas, hoogleraar Gebiedsontwikkeling, gaat in op de vraag hoe we daarvoor de nodige uitvoeringskracht kunnen organiseren.
...
Nog niet heel lang geleden bestond het idee dat ‘het land af is’. Maar niets is minder waar. De verbouwing van Nederland is ingrijpender dan we tot voor kort voor mogelijk hielden. Co Verdaas, hoogleraar Gebiedsontwikkeling, gaat in op de vraag hoe we daarvoor de nodige uitvoeringskracht kunnen organiseren.
Voorwoord
Het omgevingsrecht in de praktijk van gebiedsontwikkeling; verbinding tussen omgevingsrecht en andere disciplines
De Nederlandse samenleving staat voor grote en urgente maatschappelijke opgaven die een belangrijke impact hebben op de fysieke leefomgeving. De ruimtelijke inrichting van Nederland staat daarbij in de spotlights. Naast het terugdringen van het woningtekort, klimaatadaptatie, verduurzaming van de gebouwde omgeving en de veranderende mobiliteitsvraag liggen er opgaven tot herstel en versterking van de biodiversiteit, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Voor al deze opgaven zijn doelstellingen vastgesteld in wet- en regelgeving en in beleid. In ons land waar de ruimte al intensief wordt gebruikt, vergen deze opgaven en doelstellingen keuzes. De puzzel die daarbij moet worden gelegd, vindt bij uitstek plaats bij concrete gebiedsontwikkelingen. Daar komen de verschillende opgaven en doelen samen en zullen deze concreet en operationeel moeten worden gemaakt. Een samenhangende benadering van de vraagstukken is daarbij onmisbaar om tot ontwikkeling te komen. Bijvoorbeeld: de bouw van duurzame woningen vergt tijdige opwaardering van het elektriciteitsnet en voldoende stikstofruimte. [...]
...
De Nederlandse samenleving staat voor grote en urgente maatschappelijke opgaven die een belangrijke impact hebben op de fysieke leefomgeving. De ruimtelijke inrichting van Nederland staat daarbij in de spotlights. Naast het terugdringen van het woningtekort, klimaatadaptatie, verduurzaming van de gebouwde omgeving en de veranderende mobiliteitsvraag liggen er opgaven tot herstel en versterking van de biodiversiteit, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Voor al deze opgaven zijn doelstellingen vastgesteld in wet- en regelgeving en in beleid. In ons land waar de ruimte al intensief wordt gebruikt, vergen deze opgaven en doelstellingen keuzes. De puzzel die daarbij moet worden gelegd, vindt bij uitstek plaats bij concrete gebiedsontwikkelingen. Daar komen de verschillende opgaven en doelen samen en zullen deze concreet en operationeel moeten worden gemaakt. Een samenhangende benadering van de vraagstukken is daarbij onmisbaar om tot ontwikkeling te komen. Bijvoorbeeld: de bouw van duurzame woningen vergt tijdige opwaardering van het elektriciteitsnet en voldoende stikstofruimte. [...]
Gebiedsontwikkeling voor leden van Provinciale Staten
Een reisgids bij het mede-vormgeven van onze leefomgeving
Deze 'reidsgids' is bedoeld om beginnende Statenleden te helpen om het veld van gebiedsontwikkeling te overzien. Aandacht wordt niet alleen besteed aan de opgaven, maar ook aan de kaders en arrangementen, zoals de Omgevingswet en Regionale Investeringsagenda’s. Ook komt de afstemming en verhouding tot Rijk, gemeenten, private en maatschappelijke organisaties aan bod.
...
...
Deze 'reidsgids' is bedoeld om beginnende Statenleden te helpen om het veld van gebiedsontwikkeling te overzien. Aandacht wordt niet alleen besteed aan de opgaven, maar ook aan de kaders en arrangementen, zoals de Omgevingswet en Regionale Investeringsagenda’s. Ook komt de afstemming en verhouding tot Rijk, gemeenten, private en maatschappelijke organisaties aan bod.
In hoofdstuk 1 is duiding gegeven aan het fenomeen dat het omgevingsrecht zelf een steeds belangrijkere rol speelt om de opgaven waar we voor gesteld staan te adresseren en tot uitvoering te komen. Woningbouw, energietransitie, klimaatverandering, verduurzaming economie, et cetera hangen als opgaven samen, beïnvloeden elkaar en zijn nog niet ‘gestold’ in een vastomlijnd plan voor Nederland. De opgaven in de fysieke leefomgeving vergen vanwege die samenhang meer dan ooit een samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures om tot betere mogelijkheden voor integraal gebiedsgericht beleid te komen. […]
...
In hoofdstuk 1 is duiding gegeven aan het fenomeen dat het omgevingsrecht zelf een steeds belangrijkere rol speelt om de opgaven waar we voor gesteld staan te adresseren en tot uitvoering te komen. Woningbouw, energietransitie, klimaatverandering, verduurzaming economie, et cetera hangen als opgaven samen, beïnvloeden elkaar en zijn nog niet ‘gestold’ in een vastomlijnd plan voor Nederland. De opgaven in de fysieke leefomgeving vergen vanwege die samenhang meer dan ooit een samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures om tot betere mogelijkheden voor integraal gebiedsgericht beleid te komen. […]
Landschappelijke kwaliteiten als groen en water worden breed gewaardeerd maar staan ook onder forse (financiële) druk. De Leerstoel Gebiedsontwikkeling deed onderzoek: hoe voorkomen we dat groenblauw sneuvelt in het gevecht om de schaarse ruimte? Conclusie: opschalen, het bundelen van kosten en baten en betere regionale samenwerking zijn essentieel.
...
Landschappelijke kwaliteiten als groen en water worden breed gewaardeerd maar staan ook onder forse (financiële) druk. De Leerstoel Gebiedsontwikkeling deed onderzoek: hoe voorkomen we dat groenblauw sneuvelt in het gevecht om de schaarse ruimte? Conclusie: opschalen, het bundelen van kosten en baten en betere regionale samenwerking zijn essentieel.
Publieke, private en maatschappelijke partners moeten gezamenlijk optrekken om de ambitieuze missies voor Nederland in samenhang te realiseren. Die conclusie trekken SKG-directeur Tom Daamen en hoogleraar Co Verdaas na het SKG Jaarcongres en het pleidooi van topeconoom Mariana Mazzucato voor een missie-gedreven aanpak.
...
Publieke, private en maatschappelijke partners moeten gezamenlijk optrekken om de ambitieuze missies voor Nederland in samenhang te realiseren. Die conclusie trekken SKG-directeur Tom Daamen en hoogleraar Co Verdaas na het SKG Jaarcongres en het pleidooi van topeconoom Mariana Mazzucato voor een missie-gedreven aanpak.
De huidige ruimtelijke opgaven zijn in de afgelopen decennia dermate veranderd, dat dit volgens hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas om een nieuwe rol van het Rijk vraagt. In zijn analyse legt hij uit waarom dat een balanceeract is. “Laten we niet in de valkuil trappen van centrale regie vanuit een gestold coördinatiepunt.”
...
De huidige ruimtelijke opgaven zijn in de afgelopen decennia dermate veranderd, dat dit volgens hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas om een nieuwe rol van het Rijk vraagt. In zijn analyse legt hij uit waarom dat een balanceeract is. “Laten we niet in de valkuil trappen van centrale regie vanuit een gestold coördinatiepunt.”
De ambities zijn mooi, maar de hoe-vraag blijft nog onbeantwoord in de plannen van de minister van woningbouw en ruimtelijke ordening. Hoogleraar Co Verdaas geeft daarom drie adviezen voor Hugo de Jonge - waaronder voor uitvoeringskracht in de regio als entresol in het huis van Thorbecke.
...
De ambities zijn mooi, maar de hoe-vraag blijft nog onbeantwoord in de plannen van de minister van woningbouw en ruimtelijke ordening. Hoogleraar Co Verdaas geeft daarom drie adviezen voor Hugo de Jonge - waaronder voor uitvoeringskracht in de regio als entresol in het huis van Thorbecke.
De invoering van de Omgevingswet wordt opnieuw met een half jaar uitgesteld. Dat maakte minister Hugo de Jonge vandaag bekend. Hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas pleit voor meer balans in het discours en het vizier ook weer te richten op de waarom-vraag. “Een transparante en onderbouwde weging van belangen met alle betrokkenen over projecten en plannen voor de leefomgeving.”
...
De invoering van de Omgevingswet wordt opnieuw met een half jaar uitgesteld. Dat maakte minister Hugo de Jonge vandaag bekend. Hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas pleit voor meer balans in het discours en het vizier ook weer te richten op de waarom-vraag. “Een transparante en onderbouwde weging van belangen met alle betrokkenen over projecten en plannen voor de leefomgeving.”
Nu de grote opgaven waar Nederland voor staat bekend zijn, is het volgens hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas en SKG-directeur Tom Daamen zaak om de benodigde uitvoeringskracht te organiseren. Maar wat is dat precies?
...
Nu de grote opgaven waar Nederland voor staat bekend zijn, is het volgens hoogleraar gebiedsontwikkeling Co Verdaas en SKG-directeur Tom Daamen zaak om de benodigde uitvoeringskracht te organiseren. Maar wat is dat precies?
Naar een solide (pro)positie van groenblauw
Barrières en kansen voor de bekostiging van groenblauw in Zuid-Holland
Gebiedsontwikkeling voor raadsleden
Een reisgids voor gemeenteraadsleden bij het mede-vormgeven van onze leefomgeving
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft onlangs de eerste plannen van het kabinet gepresenteerd, gericht op het versterken van de regie van het rijk over de realisatie en versnelling van de woningbouwopgave. In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst (Ministerie BZK, 2022a).1 In het Programma Woningbouw – het eerste van zes programma’s onder de Nationale Woon- en Bouwagenda – wordt de aanpak van het rijk om de woningbouw te versnellen uiteengezet. Doelstelling is om in de periode tot en met 2030 900.000 woningen te bouwen, waarvan ten minste twee derde betaalbare en huur- en koopwoningen zijn (Ministerie BZK, 2022b). De plannen zijn ambitieus en de snelheid waarmee de plannen gepresenteerd worden, is prijzenswaardig. Tegelijkertijd kunnen nog vraagtekens worden gesteld bij de uitvoerbaarheid van de plannen.
In deze bijdrage nemen we het gepresenteerde Programma Woningbouw en de voorgestelde regierol van het rijk als uitgangspunt. De eerste vraag die we stellen is wat er nodig is, c.q. hoe de regierol nog bijgeschaafd kan worden, om de woningbouwopgave tot en met 2030 ook daadwerkelijk te realiseren. Is het mogelijk de markt zodanig te ordenen dat er optimale economische prikkels ontstaan ten behoeve van de beslissingen (door markt en gemeenten) om woningen te (laten) bouwen?
Maar we willen nog een stap verder gaan. De voorgestelde maatregelen passen binnen de huidige marktordening op de grond- en woningbouwmarkt – en dat is ook verstandig, gezien de urgentie van de opgave en de wens om snel te beginnen. Een programma over woningbouw – of wellicht beter: volkshuisvesting – vraagt echter ook een visie op wat langere termijn, over het gewenste institutionele arrangement voor de woningbouwmarkt en de volkshuisvesting.
De tweede vraag die we daarom in dit essay stellen, is of een andere marktordening, een stelselwijziging, mogelijk en wenselijk is en wat het effect van zo’n stelselwijziging zou kunnen zijn. Wat betreft het antwoord op de tweede vraag hebben we de waarheid niet in pacht, maar presenteren we enkele denkrichtingen voor een discussie hierover.
...
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft onlangs de eerste plannen van het kabinet gepresenteerd, gericht op het versterken van de regie van het rijk over de realisatie en versnelling van de woningbouwopgave. In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst (Ministerie BZK, 2022a).1 In het Programma Woningbouw – het eerste van zes programma’s onder de Nationale Woon- en Bouwagenda – wordt de aanpak van het rijk om de woningbouw te versnellen uiteengezet. Doelstelling is om in de periode tot en met 2030 900.000 woningen te bouwen, waarvan ten minste twee derde betaalbare en huur- en koopwoningen zijn (Ministerie BZK, 2022b). De plannen zijn ambitieus en de snelheid waarmee de plannen gepresenteerd worden, is prijzenswaardig. Tegelijkertijd kunnen nog vraagtekens worden gesteld bij de uitvoerbaarheid van de plannen.
In deze bijdrage nemen we het gepresenteerde Programma Woningbouw en de voorgestelde regierol van het rijk als uitgangspunt. De eerste vraag die we stellen is wat er nodig is, c.q. hoe de regierol nog bijgeschaafd kan worden, om de woningbouwopgave tot en met 2030 ook daadwerkelijk te realiseren. Is het mogelijk de markt zodanig te ordenen dat er optimale economische prikkels ontstaan ten behoeve van de beslissingen (door markt en gemeenten) om woningen te (laten) bouwen?
Maar we willen nog een stap verder gaan. De voorgestelde maatregelen passen binnen de huidige marktordening op de grond- en woningbouwmarkt – en dat is ook verstandig, gezien de urgentie van de opgave en de wens om snel te beginnen. Een programma over woningbouw – of wellicht beter: volkshuisvesting – vraagt echter ook een visie op wat langere termijn, over het gewenste institutionele arrangement voor de woningbouwmarkt en de volkshuisvesting.
De tweede vraag die we daarom in dit essay stellen, is of een andere marktordening, een stelselwijziging, mogelijk en wenselijk is en wat het effect van zo’n stelselwijziging zou kunnen zijn. Wat betreft het antwoord op de tweede vraag hebben we de waarheid niet in pacht, maar presenteren we enkele denkrichtingen voor een discussie hierover.
Om de grote ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat aan te pakken, is het nodig dat rijksmiddelen gebundeld worden in een Nationale Investeringsagenda. (emeritus) hoogleraren Co Verdaas en Friso de Zeeuw vertellen waarom. "Een samenhangende aanpak is cruciaal om nationale en regionale middelen van publieke en private partijen gerichter en effectiever in te zetten," stellen zij in een voorpublicatie van de Gebiedsontwikkeling.krant die volgende week uitkomt.
...
Om de grote ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat aan te pakken, is het nodig dat rijksmiddelen gebundeld worden in een Nationale Investeringsagenda. (emeritus) hoogleraren Co Verdaas en Friso de Zeeuw vertellen waarom. "Een samenhangende aanpak is cruciaal om nationale en regionale middelen van publieke en private partijen gerichter en effectiever in te zetten," stellen zij in een voorpublicatie van de Gebiedsontwikkeling.krant die volgende week uitkomt.
Bouwen in het groen? Hoogleraar gebiedsontwikkeling en dijkgraaf Co
Verdaas vindt dat evident, maar niet volgens de simplistische benadering
van het EIB. “Ruimtelijk ordening is niet het in alle vrijheid tekenen
op andermans grond.”
...
Bouwen in het groen? Hoogleraar gebiedsontwikkeling en dijkgraaf Co
Verdaas vindt dat evident, maar niet volgens de simplistische benadering
van het EIB. “Ruimtelijk ordening is niet het in alle vrijheid tekenen
op andermans grond.”
Hoogleraar Co Verdaas is óók dijkgraaf. Voor de serie ‘data & gebiedsontwikkeling’ belicht hij daarom wat dit vakgebied kan leren van de watersector. “Waar de urgentie evident is en de organisatie en financiering up front georganiseerd zijn, leidt dit tot een praktijk die als het ware vergroeid is met het genereren van data.”
...
Hoogleraar Co Verdaas is óók dijkgraaf. Voor de serie ‘data & gebiedsontwikkeling’ belicht hij daarom wat dit vakgebied kan leren van de watersector. “Waar de urgentie evident is en de organisatie en financiering up front georganiseerd zijn, leidt dit tot een praktijk die als het ware vergroeid is met het genereren van data.”