Marije Hamersma
Please Note
5 records found
1
Ervaren bereikbaarheid in beweging
De verklarende factoren achter veranderingen in bereikbaarheidspercepties
Uit eerder onderzoek weten we dat sociaal-demografische kenmerken, het bezit van vervoermiddelen, en attitudes variaties in ervaren bereikbaarheid tussen personen verklaart. De factoren die veranderingen in ervaren bereikbaarheid binnen een individu verklaren zijn echter nog nauwelijks onderzocht.
In deze studie analyseren we daarom longitudinaal de veranderingen in ervaren bereikbaarheid en de factoren die deze veranderingen verklaren. Ten behoeve van dit onderzoeksdoel hebben we een panel analyse uitgevoerd met data over 543 personen van het Mobiliteitspanel Nederland (MPN) in 2020 en 2023. Specifiek genomen maken we gebruik van een longitudinale latente klasse analyse om longitudinale profielen in ervaren bereikbaarheid voor verschillende groepen te identificeren. Vervolgens is een fixed effects panel regressie geschat om de factoren die veranderingen in bereikbaarheidspercepties verklaren te analyseren en te identificeren.
De longitudinale latente klasse analyse bracht zes ervaren bereikbaarheidsprofielen aan het licht. Drie van deze profielen (61% van de steekproef) bleven relatief stabiel over tijd, terwijl de andere profielen duidelijke verschuivingen tussen 2020 en 2023 lieten zien. Eén cluster (12% van de steekproef) ervaarde een toename in ervaren bereikbaarheid, terwijl twee clusters (27% van de steekproef) een afname rapporteerden. Het fixed effects-model identificeerde determinanten van deze veranderingen. Veranderingen in vervoermiddelenbezit hebben een aanzienlijk effect op veranderingen in ervaren bereikbaarheid. Daarnaast droegen veranderingen in de afstand tot nabijgelegen voorzieningen zoals de supermarkt, middelbare school en treinstation ook bij aan veranderingen in bereikbaarheidspercepties. Echter speelden zij een minder prominente rol dan een verandering in vervoermiddelbezit.
De relatie tussen feitelijke en ervaren bereikbaarheid onderstreept dat de bereikbaarheidsperceptie van individuen zal verslechteren naarmate voorzieningen wegvallen. Het beschikken over vervoermiddelen zoals een auto wordt dan essentieel om toegang tot locaties te behouden. Het is juist deze wisselwerking tussen nabijheid van voorzieningen en reismogelijkheden die als cruciaal moet worden gezien in transportbeleid.
...
Uit eerder onderzoek weten we dat sociaal-demografische kenmerken, het bezit van vervoermiddelen, en attitudes variaties in ervaren bereikbaarheid tussen personen verklaart. De factoren die veranderingen in ervaren bereikbaarheid binnen een individu verklaren zijn echter nog nauwelijks onderzocht.
In deze studie analyseren we daarom longitudinaal de veranderingen in ervaren bereikbaarheid en de factoren die deze veranderingen verklaren. Ten behoeve van dit onderzoeksdoel hebben we een panel analyse uitgevoerd met data over 543 personen van het Mobiliteitspanel Nederland (MPN) in 2020 en 2023. Specifiek genomen maken we gebruik van een longitudinale latente klasse analyse om longitudinale profielen in ervaren bereikbaarheid voor verschillende groepen te identificeren. Vervolgens is een fixed effects panel regressie geschat om de factoren die veranderingen in bereikbaarheidspercepties verklaren te analyseren en te identificeren.
De longitudinale latente klasse analyse bracht zes ervaren bereikbaarheidsprofielen aan het licht. Drie van deze profielen (61% van de steekproef) bleven relatief stabiel over tijd, terwijl de andere profielen duidelijke verschuivingen tussen 2020 en 2023 lieten zien. Eén cluster (12% van de steekproef) ervaarde een toename in ervaren bereikbaarheid, terwijl twee clusters (27% van de steekproef) een afname rapporteerden. Het fixed effects-model identificeerde determinanten van deze veranderingen. Veranderingen in vervoermiddelenbezit hebben een aanzienlijk effect op veranderingen in ervaren bereikbaarheid. Daarnaast droegen veranderingen in de afstand tot nabijgelegen voorzieningen zoals de supermarkt, middelbare school en treinstation ook bij aan veranderingen in bereikbaarheidspercepties. Echter speelden zij een minder prominente rol dan een verandering in vervoermiddelbezit.
De relatie tussen feitelijke en ervaren bereikbaarheid onderstreept dat de bereikbaarheidsperceptie van individuen zal verslechteren naarmate voorzieningen wegvallen. Het beschikken over vervoermiddelen zoals een auto wordt dan essentieel om toegang tot locaties te behouden. Het is juist deze wisselwerking tussen nabijheid van voorzieningen en reismogelijkheden die als cruciaal moet worden gezien in transportbeleid.
As the offer of digital services in transport expands, understanding users’ digital engagement and how it developed over time is important to make informed policy decisions. In particular, we lack an understanding of how both PT (public transport) and car users access and engage with digital technologies and perceive them to be necessary to travel. This article aims at bridging this gap, using a 2022 survey of representative samples from both populations in the Netherlands. There is clear evidence of travellers getting more used to digital technologies over time. In 2022, at most 80% of car and PT users relied at least from time to time on their smartphone to look for travel information. As expected, higher digital skills correlate positively with the likelihood of using smartphone-based travel information. It is worth noting that PT users report higher digital skills than car users, while these samples do not differ significantly in terms of age and education levels. As such, low (perceived) digital skills might be a barrier to switching from the car to public transport. Almost 75% of car and PT users think that travelling is more difficult nowadays without a smartphone, demonstrating a radical shift in societal expectations within a decade and a half. Alternatives like public information displays exist and are still used by the majority, but traditional communication channels are not deemed sufficient anymore to travel worry-free. These perceptions can contribute to shaping reality and may put those with a lower digital access at a disadvantage.
“Who can I ask for help?”
Mechanisms behind digital inequality in public transport
Digitalisation in public transport has become pervasive over the past decade, especially in urban areas. While it benefits many, it also leaves some behind. Previous research shows that older adults, people with a lower education level, people with impairments and people with a migration background are more likely to be negatively impacted by digitalisation in transport services. In order to uncover mechanisms behind digital inequality in public transport, we interviewed 39 people belonging to these groups. They experience difficulties due to low digital skills, not using digital technologies on-the-go, not possessing the right devices and due to a complex design of technologies, among others. Many participants reap some benefits of digitalisation though. In fact, individuals can experience benefits on one aspect and difficulties on another. Nevertheless, experiencing difficulties with digitalisation does not necessarily equal to exclusion from public transport thanks to coping strategies like support from one's social network. Still, many coping strategies come with pitfalls such as hidden work and costs. Digital technologies facilitate a self-service approach that paradoxically makes some people more dependent on others. This study can support practitioners and researchers in developing a better understanding of the (sometimes insidious) consequences of technological innovations on individuals.
Fostering an inclusive public transport system in the digital era
An interdisciplinary approach
As digitalisation is making its way into public transport (PT) services, policy approaches to ensure that such services remain inclusive are at best fragmented, at worst inexistant. This study pieces together existing initiatives and lessons learnt in the transport sector itself, and takes inspiration from other fields with a more mature understanding of digitalisation. We interviewed twenty-two experts working either in the PT sector or in other sectors such as healthcare and public administration to present an overview of possible measures to foster inclusion in PT in the digital era. We used both triangulation and a two-step respondent validation process to improve results’ trustworthiness. We conclude that there is no one-size-fits-all, but a series of complementary strategies to address digital inequality. A focus on an inclusive design from the start, courses, showing the added value of digital tools, specialist products and non-digital alternatives are building blocks to foster a more inclusive PT system in the era of digitalisation. The role of the public transport staff ought not to be underestimated in digital transformations. Importantly, securing the issue of unequal access to public transport due to digitalisation at a decision-making level is essential. Nevertheless, there is only so much that the transport sector can do. Tackling more systemic issues that often underlie digital barriers like poverty and low literacy is crucially relevant. While the present study was conducted in the Netherlands, the presented measures can be applied in other countries by stakeholders working on inclusive digital transformations in (public) transport services.