JV

Jan Voskuilen

info

Please Note

4 records found

Journal article (2016) - Mohd Rosli Mohd Hasan, Meor Othman Hamzah, Martin Van De Ven, Jan Voskuilen
Mortar creep takes place when the asphalt mortar continuously migrates downwards due to gravitational forces and can significantly disrupt air voids continuity in porous asphalt samples. This study was an extension to a previous work that ascertained the existence of the binder creep phenomenon as reflected from the continual permeability loss especially on samples conditioned at elevated temperatures. Nonetheless, in this paper, the terminology "mortar creep" was adopted instead of "binder creep". This is because, in an asphalt mixture, the aggregates are glued together not by the binder in isolation, but by the mortar; which is comprised of asphalt binder, fine aggregates and filler. The variables investigated included aggregate gradation, binder type, bitumen content and conditioning temperature. The mixes were prepared using conventional bitumen (60/70 pen. grade) and modified asphalt binder (PG76) at three levels of binder content at 0.5% increment. Permeability loss was continuously monitored over an extended period up to 120 days using a simple falling head water permeameter. Over the test period, the samples were separately conditioned at 15 °C, 20°C, 30°C and 35°C. The results showed that all factors significantly affect the occurrence of mortar creep in porous asphalt prepared in the laboratory, especially for the specimens conditioned at the highest temperature. Permeability loss was more significant on specimens' prepared using conventional binder at a higher bitumen content. ...
Conference paper (2016) - Jan Voskuilen, Lambert Houben
Voor bij zowel rijstrook- als rijbaanbreed onderhoud aan Zeer Open AsfaltBeton (ZOAB) worden door aannemers steeds vaker zogenaamde naadbeschermers toegepast om vroegtijdige schade aan langsnaden in de garantie periode van 7 jaar te voorkomen. Meestal worden bitumineuze strips aangebracht ter bescherming of worden naden afgegoten met hete bitumen; soms worden geen maatregelen genomen. Deze naadbeschermers kunnen uiteindelijk te glad worden en/of gaan glimmen. Rijkswaterstaat (RWS) krijgt over slecht acterende naadbeschermers relatief veel klachten van met name motorrijders. Deze groep is kwetsbaarder en motorrijders rijden in het midden van de rijstrook, waar soms de naadbeschermers zich bevinden. Soms worden de naadbeschermers ervaren als “spookmarkering”, vooral tijdens regenval omdat ze eerder zichtbaar zijn dan de markering. Kortom, RWS was niet tevreden over de huidige generatie naadbeschermers. Om deze problemen te verhelpen heeft RWS de aannemerij d.m.v. een wedstrijd uitgedaagd om met verbeteringen te komen. De aannemers kwamen met 11 innovatieve oplossingen, die door een onafhankelijke deskundige jury werden beoordeeld op de stroefheid, glimmen, verkeershinder tijdens aanbrengen, milieuvriendelijkheid en kosten. Er werden vijf winnaars geselecteerd, die door RWS in staat werden gesteld om hun idee in een proefvak (ZOAB inlage) op de autosnelweg A59 te demonstreren. Uit deze proefvakken werden op de naad kernen geboord, die op kosten van RWS werden onderzocht in het laboratorium. Eén jaar na het inbouwen van de naadbeschermers werden deze visueel geïnspecteerd en zijn de stroefheid en horizontale waterdoorlatendheid gemeten. In deze paper wordt ingegaan op de winnende innovatieve naadbeschermers, wordt de inbouw ervan besproken en worden de testmethoden en –resultaten weergegeven. ...
Conference paper (2016) - Sandra Erkens, Dave van Vliet, J Stigter, Jan Voskuilen
Op dit moment is het beheer van infrastructuur meer gericht op onderhoud dan op aanleg, aangezien de netwerken min of meer compleet zijn. Vanwege de leeftijd van de infrastructuur en de financiële beperkingen werken veel beheerders aan het implementeren van asset management. Dat vraagt betrouwbare gegevens over de te verwachten levensduur en prestaties van materialen en technieken, om de juiste keuzes te maken voor een kosten effectief beheer. Juist die betrouwbare gegevens over de levensduur zijn lastig te verkrijgen. Verwachte levensduren zijn gebaseerd op ontwerplevensduren en ervaring. Dit is per definitie sturen op informatie uit het verleden. Door de altijd aanwezige variatie in de materialen en constructies in combinatie met de vele, steeds sneller optredende veranderingen in de gebruikte materialen (hergebruik, alternatieve materialen), weer (klimaatverandering, o.a. extreme neerslag) en verkeer (afname door crisis, nu toename, automatisch rijden) biedt die informatie geen garantie voor de huidige prestaties, laat staan voor de toekomst. In het NL-LAB programma wordt een referentiekader voor asfaltverhardingen opgebouwd. Dat kan gebruikt worden om veranderingen in prestaties tijdig te signaleren, eisen aan te passen en innovaties sneller te beoordelen. In de lopende projecten worden relaties tussen eigenschappen in het lab en in de weg en de prestatie in de tijd gekoppeld. Op dit moment lopen er vier projecten. In deze bijdrage worden de resultaten tot nu toe getoond en wordt inzichtelijk gemaakt hoe diepere analyse van gedetailleerde gegevens over de gebruikte materialen en de eigenschappen van het asfalt tot bruikbare relaties voor het voorspellen en volgen van de prestaties kunnen leiden. ...
Conference paper (2014) - Steven Mookhoek, Gang Liu, S. Erkens, C Giezen, Jan Voskuilen
In this work ageing protocols for asphalt and mastics were developed and investigated; i.e representation of the field ageing and their acceleration degree. Here it was aimed to age laboratory prepared specimen analogous to naturally aged materials in the field and compare their material properties. Such simulation of ageing is of importance in order to potentially specify and objectively assess the properties of (novel) binders and asphaltic materials for Porous Aaphalt (PA). Hence, two ageing protocols were developed and investigated; one ageing protocol for asphalt mixtures and one for asphalt mastics. The rheological (DSR) properties of binders from the laboratory aged materials have been evaluated in comparison to binders from field aged specimen. ...