M.O. de Vries
Please Note
10 records found
1
Apples & Oysters
Developing a framework for value-based decision-making in sustainable housing retrofits
The goals of transportation planning have been broadened in the last decades. Scholars increasingly argue to include goals such as reducing social exclusion and providing a minimal level of accessibility to all in the appraisal of transport policies. We conducted a Participatory Value Evaluation (PVE) with 6,784 Dutch citizens to investigate how different segments of the Dutch population prioritize these goals against other goals of transportation planning. In the PVE, participants indicated for 14 accessibility and mobility goals whether they thought a goal should receive more attention or less attention, subject to a budget constraint. We find that respondents recommend the government to pay the most attention to goals related to providing a basic level of accessibility for everyone such as ‘being able to access important facilities easily’, ‘being able to reach places affordably’ and ‘accessibility for people with disabilities’. Participants think that safeguarding these accessibility standards should be a core government task. They particularly prioritize improving accessibility to healthcare facilities such as hospitals and general practitioners. Participants think that the government should give relatively little attention to other goals such as ‘reducing travel times’, ‘being able to access different jobs’, ‘more pleasant and comfortable travel’ and ‘improving connections to other countries’. Many participants do not think that achieving such goals should be a core task of the government. They believe that the responsibility for achieving these goals lies more with citizens themselves, or with the market.
The value of accessibility, health, safety, inclusion and sustainability
A public willingness to pay experiment
Many countries use Cost-Benefit Analysis (CBA) as an ex-ante evaluation method to support transport decision-making. A critique on CBA is that it favours policies which produce easy to monetize impacts (e.g. travel time savings), whereas it disfavours policies which produce difficult to monetize impacts (e.g. minimum level of accessibility for people with a disability and environmental effects). Public willingness to pay (WTP) experiments have been introduced to value difficult to monetize policy impacts. This paper investigates how citizens of the Transport Authority Amsterdam value nine social impacts of transport policies through five Public WTP discrete choice experiments. In the experiments, respondents were asked to choose between transport policies, trading of social impacts against a uniform tax increase. We show that participants particularly value that people can reach key facilities within 15 min and assigned a relatively low value to preventing delays. This suggests that citizens prioritize accessibility over mobility. We also observe that participants assign a significant value to all the nine social impacts and identify Public WTP metrics for all the impacts. This suggests that the Public WTP approach has to potential to resolve the critique on CBA that not all impacts can be monetized.
Autonomous military systems beyond human control
Putting an empirical perspective on value trade-offs for autonomous systems design in the military
Grip op het gedoe
Worstelingen bij de vormgeving van participatietrajecten
We kunnen de keuzes van de overheid als waardemaker niet op dezelfde manier coördineren en beoordelen als de keuzes van de overheid als marktmaker. Hiervoor is een andere aanpak nodig, die recht doet aan het politieke proces waarin burgers en hun vertegenwoordigers gezamenlijk bepalen wat waardevol is om te produceren in de publieke sector. De Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) lijkt hiervoor een geschikte aanpak. Wat we nog niet weten, is in hoeverre PWE voldoet aan de brede welvaart criteria. Dit verkennen we aan de hand van een casus: De PWE over de Lelylijn. We reflecteren op ontwerpkeuzes, hoofdresultaten en interviews met betrokken beleidsmakers.
We constateren dat PWE een geschikte aanpak is om beleidsmakers te ondersteunen in het maken en legitimeren van waardegedreven keuzes. De PWE heeft een breed publiek weten te bereiken van ruim 11.000 deelnemers. Dit leverde nieuwe, bruikbare inzichten op voor beleidsmakers over hoe burgers publieke waarden afwegen met betrekking tot de Lelylijn en heeft ertoe geleid dat de doelen van dit project worden herzien. We denken dat PWE ook kan bijdragen aan het maken van mobiliteitsbeleid dat voldoet aan de 8 brede welvaart criteria, maar zien hierbij een aantal uitdagingen. Op basis van de inzichten uit deze casus en eerder uitgevoerde PWEs lijkt het mogelijk om met deze aanpak (1) doelen, opgaven en (2) effecten van mobiliteit breder te bekijken en (3) af te wegen. De vraag is of dit allemaal tegelijkertijd kan in één PWE, of dat er meerdere PWEs en andere methoden voor nodig zijn. ...
We kunnen de keuzes van de overheid als waardemaker niet op dezelfde manier coördineren en beoordelen als de keuzes van de overheid als marktmaker. Hiervoor is een andere aanpak nodig, die recht doet aan het politieke proces waarin burgers en hun vertegenwoordigers gezamenlijk bepalen wat waardevol is om te produceren in de publieke sector. De Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) lijkt hiervoor een geschikte aanpak. Wat we nog niet weten, is in hoeverre PWE voldoet aan de brede welvaart criteria. Dit verkennen we aan de hand van een casus: De PWE over de Lelylijn. We reflecteren op ontwerpkeuzes, hoofdresultaten en interviews met betrokken beleidsmakers.
We constateren dat PWE een geschikte aanpak is om beleidsmakers te ondersteunen in het maken en legitimeren van waardegedreven keuzes. De PWE heeft een breed publiek weten te bereiken van ruim 11.000 deelnemers. Dit leverde nieuwe, bruikbare inzichten op voor beleidsmakers over hoe burgers publieke waarden afwegen met betrekking tot de Lelylijn en heeft ertoe geleid dat de doelen van dit project worden herzien. We denken dat PWE ook kan bijdragen aan het maken van mobiliteitsbeleid dat voldoet aan de 8 brede welvaart criteria, maar zien hierbij een aantal uitdagingen. Op basis van de inzichten uit deze casus en eerder uitgevoerde PWEs lijkt het mogelijk om met deze aanpak (1) doelen, opgaven en (2) effecten van mobiliteit breder te bekijken en (3) af te wegen. De vraag is of dit allemaal tegelijkertijd kan in één PWE, of dat er meerdere PWEs en andere methoden voor nodig zijn.
Brede welvaart heeft ethische blik nodig
Bijdrage aan het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 13 en 14 oktober 2022, Utrecht
Stepping into the shoes of the policy maker
Results of a Participatory Value Evaluation for the Dutch long term COVID-19 strategy
Wat vinden consumenten en burgers van maatregelen om het retourneren van online bestellingen terug te dringen?
Resultaten van vier discrete keuze-experimenten. Bijdrage aan het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, 25 en 26 november 2021, Utrecht.
Dit onderzoek laat zien dat de beleidsinterventie om consumenten te verplichten om kosten voor retourzendingen in rekening te brengen een substantieel effect heeft op bestelgedrag wanneer de te betalen kosten hoger zijn dan 5 euro. Een korting bij de aankoop van een nieuw product wanneer men het product niet retourneert heeft een veel kleiner effect op het bestelgedrag van consumenten dan de verplichting om retourkosten te betalen. Een opvallend resultaat van dit onderzoek is dat webshops geen negatieve effecten hoeven te verwachten op het aantal klanten als zij beleid invoeren dat consumenten maximaal 5 producten per jaar gratis mogen retourneren.
Draagvlak voor beleidsopties om ongewenste effecten van e-commerce terug te dringen blijkt vooral te worden bepaald door de maatschappelijke effecten van een beleidsoptie en veel minder door de aard van de beleidsoptie. Burgers zijn best bereid om een prijsstijging van producten te accepteren als dit leidt tot een reductie van ongewenste effecten.
Het feit dat deelnemers een verplichting voor consumenten om (een deel van de) retourkosten te betalen zouden steunen als de maatregel meer positieve dan negatieve maatschappelijke effecten sorteert en het feit dat deze maatregel een duidelijk effect heeft op bestelgedrag, betekent dat het draagvlak voor deze beleidsmaatregel groot zal zijn als de overheid en webwinkels de positieve maatschappelijke effecten kunnen aantonen en goed voor het voetlicht weten te brengen. Anderzijds is dit een maatregel die vanuit het perspectief van een individuele webshop veel klanten kost wanneer andere webshops besluiten om de maatregel niet in te voeren. Het is dus belangrijk dat de hele sector deze interventie tegelijkertijd invoert, anders zullen individuele webshops terughoudend zijn om de interventie in te voeren. ...
Dit onderzoek laat zien dat de beleidsinterventie om consumenten te verplichten om kosten voor retourzendingen in rekening te brengen een substantieel effect heeft op bestelgedrag wanneer de te betalen kosten hoger zijn dan 5 euro. Een korting bij de aankoop van een nieuw product wanneer men het product niet retourneert heeft een veel kleiner effect op het bestelgedrag van consumenten dan de verplichting om retourkosten te betalen. Een opvallend resultaat van dit onderzoek is dat webshops geen negatieve effecten hoeven te verwachten op het aantal klanten als zij beleid invoeren dat consumenten maximaal 5 producten per jaar gratis mogen retourneren.
Draagvlak voor beleidsopties om ongewenste effecten van e-commerce terug te dringen blijkt vooral te worden bepaald door de maatschappelijke effecten van een beleidsoptie en veel minder door de aard van de beleidsoptie. Burgers zijn best bereid om een prijsstijging van producten te accepteren als dit leidt tot een reductie van ongewenste effecten.
Het feit dat deelnemers een verplichting voor consumenten om (een deel van de) retourkosten te betalen zouden steunen als de maatregel meer positieve dan negatieve maatschappelijke effecten sorteert en het feit dat deze maatregel een duidelijk effect heeft op bestelgedrag, betekent dat het draagvlak voor deze beleidsmaatregel groot zal zijn als de overheid en webwinkels de positieve maatschappelijke effecten kunnen aantonen en goed voor het voetlicht weten te brengen. Anderzijds is dit een maatregel die vanuit het perspectief van een individuele webshop veel klanten kost wanneer andere webshops besluiten om de maatregel niet in te voeren. Het is dus belangrijk dat de hele sector deze interventie tegelijkertijd invoert, anders zullen individuele webshops terughoudend zijn om de interventie in te voeren.