E.H. Gramsbergen
Please Note
17 records found
1
‘What Holland Can Offer’
Samuel van Embden and the Knowledge Exchange on University Campus Designs, 1947–1976
Het Structuurplan uit 1962, opgesteld door Willem van Tijen en Samuel van Embden, vormde het kader van de eerste bouwactiviteiten op de campus. In 1975, elf jaar nadat de eerste gebouwen werden opgeleverd, zijn de oorspronkelijke ontwerpideeën uitgekristalliseerd en heeft de campus min of meer vorm gekregen zoals het de initiatiefnemers en ontwerpers van het eerste uur voor ogen had gestaan. Veertig jaar daarna, in 2015, bevindt de campus zich midden in een ingrijpend transformatieproces. Een algemene heroriëntatie op de oorspronkelijke opzet van de universiteit en de aanwas van studenten hebben hun sporen nagelaten in de ruimtelijke verschijningsvorm. Wat opvalt is niet alleen de ruimtelijke verdichting van de campus, maar ook de hybridisatie; het loslaten van oorspronkelijke functionele zonering en de introductie van nieuwe uitgangspunten. Ook zijn verschillende universiteitsgebouwen van de eerste generatie, die inmiddels hun beste tijd hebben gehad, vervangen of herontwikkeld. ...
Het Structuurplan uit 1962, opgesteld door Willem van Tijen en Samuel van Embden, vormde het kader van de eerste bouwactiviteiten op de campus. In 1975, elf jaar nadat de eerste gebouwen werden opgeleverd, zijn de oorspronkelijke ontwerpideeën uitgekristalliseerd en heeft de campus min of meer vorm gekregen zoals het de initiatiefnemers en ontwerpers van het eerste uur voor ogen had gestaan. Veertig jaar daarna, in 2015, bevindt de campus zich midden in een ingrijpend transformatieproces. Een algemene heroriëntatie op de oorspronkelijke opzet van de universiteit en de aanwas van studenten hebben hun sporen nagelaten in de ruimtelijke verschijningsvorm. Wat opvalt is niet alleen de ruimtelijke verdichting van de campus, maar ook de hybridisatie; het loslaten van oorspronkelijke functionele zonering en de introductie van nieuwe uitgangspunten. Ook zijn verschillende universiteitsgebouwen van de eerste generatie, die inmiddels hun beste tijd hebben gehad, vervangen of herontwikkeld.
Campus utopias
A visual re-reading
“Campus Utopias: A Visual Re-reading” describes a multidisciplinary graduate course conducted collaboratively by TU Delft and METU Ankara’s Architecture Departments in 2022. The research course focused on the key urban and architectural features of selected campus projects, examining how the modernist architects engaged in these designs were able to use them as a basis for the experimentation of new educational-residential models for living.
This research paper explores the formal aspects of these campuses and their architectural significance. It recognizes the diverse geographies where the modern architectural movement took root and the active role played by political, economic, and cultural agents in shaping these projects. Working with local agents and situating modern architecture within its surrounding infrastructure and landscape helped master architects to integrate local architectural values and new building technologies.
The article presents three case studies: Obafemi Awolowo University in Nigeria, the University of Baghdad in Iraq, and the Central University of Venezuela in Caracas. These campuses were designed and built after World War II, representing the aspirations of newly installed governments. The article highlights the architectural approaches that incorporated environmental considerations and cultural inspirations and the socio-economic considerations in each project.
The research methodology involves a comparative analysis of the campuses, focusing on their formal qualities and in-between spaces. The students involved in the graduate research course utilized various media and techniques of representation, including 3D digital drawings, models, collages, and physical reliefs. The work results were presented in the form of an exhibition titled “Campus Utopias” at TU Delft Faculty of Architecture and the Built Environment in April 2022. The student projects in this photo essay show the diversity of scale and make visible the similarities and differences in the overall campus design approaches of the three projects. The major focus is on the in-between spaces and the outcomes of the multidisciplinary work of architects, engineers, landscape architects, and artists.
Campus Utopias II
UTwente, twaalf projecten, dertien ongelukken?
Forum is een Nederlands architectuurtijdschrift dat in de periode 1959-1963, met onder anderen Jaap Bakema, Aldo van Eyck en Herman Hertzberger in de redactie, de bakermat was van het zogeheten structuralisme, waarvoor niet-westerse bouwvormen model stonden, zoals Noord-Afrikaanse kasba’s, Indiaanse pueblo’s en Egyptische mastaba’s en piramides. ‘Het verhaal van een andere gedachte’ waarmee het eerste nummer van de toen nieuwe Forum-redactie opende, keerde zich tegen het ‘functionalisme’ van de oudere generatie modernisten en ontlokte een golf van reacties, waaronder een niet malse kritiek van Van Tijen.
Toch is het juist het open Structuurplan voor de TH Twente (1962) van Van Tijen en Van Embden dat uiteindelijk een ware proeftuin opleverde voor een scala van architectonische idealen en benaderingen. Niet alleen de toonaangevende staaltjes moderne architectuur op de campus getuigen daarvan, maar ook een keur van ongerealiseerde plannen, zoals de inzending voor de prijsvraag voor studentenhuisvesting (1963) van Oswald Mathias Ungers en de slechts ten dele uitgevoerde structuralistische plannen voor het centrum van de campus (1966) van Piet Blom en Bert Smulders, het gebouw voor Toegepaste Wiskunde, Rekencentrum, Maatschappijwetenschappen en Elektrotechniek (1969) vanLeo Heijdenrijk en Jos Mol en de piramiden en mastaba’s voor studentenhuisvesting (1970) van Herman Haan. ...
Forum is een Nederlands architectuurtijdschrift dat in de periode 1959-1963, met onder anderen Jaap Bakema, Aldo van Eyck en Herman Hertzberger in de redactie, de bakermat was van het zogeheten structuralisme, waarvoor niet-westerse bouwvormen model stonden, zoals Noord-Afrikaanse kasba’s, Indiaanse pueblo’s en Egyptische mastaba’s en piramides. ‘Het verhaal van een andere gedachte’ waarmee het eerste nummer van de toen nieuwe Forum-redactie opende, keerde zich tegen het ‘functionalisme’ van de oudere generatie modernisten en ontlokte een golf van reacties, waaronder een niet malse kritiek van Van Tijen.
Toch is het juist het open Structuurplan voor de TH Twente (1962) van Van Tijen en Van Embden dat uiteindelijk een ware proeftuin opleverde voor een scala van architectonische idealen en benaderingen. Niet alleen de toonaangevende staaltjes moderne architectuur op de campus getuigen daarvan, maar ook een keur van ongerealiseerde plannen, zoals de inzending voor de prijsvraag voor studentenhuisvesting (1963) van Oswald Mathias Ungers en de slechts ten dele uitgevoerde structuralistische plannen voor het centrum van de campus (1966) van Piet Blom en Bert Smulders, het gebouw voor Toegepaste Wiskunde, Rekencentrum, Maatschappijwetenschappen en Elektrotechniek (1969) vanLeo Heijdenrijk en Jos Mol en de piramiden en mastaba’s voor studentenhuisvesting (1970) van Herman Haan.
Er is waarschijnlijk geen universiteitsterrein in Nederland waaraan meer getekend en waarover meer geschreven en is dan de campus van de Universiteit van Twente (UT). De inrichting van de eerste en enige echte campusuniversiteit in Nederland, gelegen tussen Hengelo en Enschede op een bosrijk terrein van 150 hectare, heeft geleid tot elkaar in rap tempo opvolgende masterplannen en beeldkwaliteitsplannen. Daarnaast verschenen er talloze artikelen, boeken en een dissertatie.
Deze belangstelling is niet zonder reden. Ten eerste is de wordingsgeschiedenis van wat destijds de derde technische hogeschool van Nederland zou worden bijzonder belangwekkend voor de ontwikkelingen van het hoger onderwijs vanwege het experimentele karakter ervan. Ten tweede liggen verscholen tussen het groen enkele van de meest tot de verbeelding sprekende architectonische objecten uit de jaren zestig en zeventig, zoals De Boerderij naar het ontwerp van Piet Blom, het gebouw voor Chemische Technologie van Samuel van Embden en Jacques Choisy en het kantinegebouwtje van Joop van Stigt. Dan zijn er nog de bijzondere studentenhuisvestingsprojecten, waaronder de zogeheten mastaba’s en piramides ontworpen door Herman Haan en het patiocomplex van dezelfde architect.
Ten derde is sinds de aanleg van de campus in de jaren zestig de directe omgeving dusdanig veranderd dat de campus niet meer als een zelfstandige entiteit beschouwd kan worden. Sinds de toenadering tussen de universiteit en het aangrenzende bedrijvenpark aan het eind van de vorige eeuw, zijn de gemeente Enschede en de universiteit tot een samenhangende ruimtelijke ontwikkelingsvisie gekomen. ...
Er is waarschijnlijk geen universiteitsterrein in Nederland waaraan meer getekend en waarover meer geschreven en is dan de campus van de Universiteit van Twente (UT). De inrichting van de eerste en enige echte campusuniversiteit in Nederland, gelegen tussen Hengelo en Enschede op een bosrijk terrein van 150 hectare, heeft geleid tot elkaar in rap tempo opvolgende masterplannen en beeldkwaliteitsplannen. Daarnaast verschenen er talloze artikelen, boeken en een dissertatie.
Deze belangstelling is niet zonder reden. Ten eerste is de wordingsgeschiedenis van wat destijds de derde technische hogeschool van Nederland zou worden bijzonder belangwekkend voor de ontwikkelingen van het hoger onderwijs vanwege het experimentele karakter ervan. Ten tweede liggen verscholen tussen het groen enkele van de meest tot de verbeelding sprekende architectonische objecten uit de jaren zestig en zeventig, zoals De Boerderij naar het ontwerp van Piet Blom, het gebouw voor Chemische Technologie van Samuel van Embden en Jacques Choisy en het kantinegebouwtje van Joop van Stigt. Dan zijn er nog de bijzondere studentenhuisvestingsprojecten, waaronder de zogeheten mastaba’s en piramides ontworpen door Herman Haan en het patiocomplex van dezelfde architect.
Ten derde is sinds de aanleg van de campus in de jaren zestig de directe omgeving dusdanig veranderd dat de campus niet meer als een zelfstandige entiteit beschouwd kan worden. Sinds de toenadering tussen de universiteit en het aangrenzende bedrijvenpark aan het eind van de vorige eeuw, zijn de gemeente Enschede en de universiteit tot een samenhangende ruimtelijke ontwikkelingsvisie gekomen.
Rondom de Rotte
Herontwerp van een boezemlandschap
Dit watersysteem, gemaakt om het land droog te leggen en te houden, bestaat uit sloten, weteringen, tochten, vaarten, kanalen, grachten, singels, plassen en meren die door tal van waterwerken met elkaar in verbinding staan. Door dijken, dammen, sluizen en gemalen wordt het waterpeil in dit stelsel gecontroleerd en wordt overtollig water via boezems naar de grote rivieren en de zee afgevoerd. De noodzaak om het water continu te beheren en het laagland te bemalen is evident, maar het systeem is niet voldoende om toekomstige problemen het hoofd te bieden.
Al aan het einde van de vorige eeuw constateerden waterbouwers dat de gangbare handelwijze van het inzetten van zwaardere pompen, hogere en sterkere dijken en het inlaten van meer water bij droogte niet langer toereikend is. Om voor de nieuwe eeuw een veilig en bruikbaar waterbeheer te kunnen waarborgen, stelde de Commissie Waterbeheer 21e eeuw in 2000 de zogeheten watertrits vast: een driestappenplan dat bestaat uit eerst water vasthouden, dan water bergen en indien nodig water afvoeren. Deze strategie vormt sinds 2003 het uitgangspunt bij elke ruimtelijke opgave. ...
Dit watersysteem, gemaakt om het land droog te leggen en te houden, bestaat uit sloten, weteringen, tochten, vaarten, kanalen, grachten, singels, plassen en meren die door tal van waterwerken met elkaar in verbinding staan. Door dijken, dammen, sluizen en gemalen wordt het waterpeil in dit stelsel gecontroleerd en wordt overtollig water via boezems naar de grote rivieren en de zee afgevoerd. De noodzaak om het water continu te beheren en het laagland te bemalen is evident, maar het systeem is niet voldoende om toekomstige problemen het hoofd te bieden.
Al aan het einde van de vorige eeuw constateerden waterbouwers dat de gangbare handelwijze van het inzetten van zwaardere pompen, hogere en sterkere dijken en het inlaten van meer water bij droogte niet langer toereikend is. Om voor de nieuwe eeuw een veilig en bruikbaar waterbeheer te kunnen waarborgen, stelde de Commissie Waterbeheer 21e eeuw in 2000 de zogeheten watertrits vast: een driestappenplan dat bestaat uit eerst water vasthouden, dan water bergen en indien nodig water afvoeren. Deze strategie vormt sinds 2003 het uitgangspunt bij elke ruimtelijke opgave.
Het huis is niet groot. Met een footprint van ongeveer 45 m2 en opgetrokken in twee bouwlagen is het een compact ontworpen woonhuis voor een gezin met één kind. Grootte zegt niet veel over complexiteit. Met inventiviteit worden in het ontwerp zaken samengebracht: de noodzaak de resten van de middeleeuwse stadmuur op het perceel de respecteren, de technische mogelijkheden van het eigenhandig bouwen met hulp van slechts een klein team en de beschikbaarheid van een bescheiden budget. Omdat de Vest onderdeel is van een beschermd stadsgezicht speelt ook nog een ander aspect een rol: de aansluiting van de nieuwe architectuur op het historische karakter van de binnenstad. ...
Het huis is niet groot. Met een footprint van ongeveer 45 m2 en opgetrokken in twee bouwlagen is het een compact ontworpen woonhuis voor een gezin met één kind. Grootte zegt niet veel over complexiteit. Met inventiviteit worden in het ontwerp zaken samengebracht: de noodzaak de resten van de middeleeuwse stadmuur op het perceel de respecteren, de technische mogelijkheden van het eigenhandig bouwen met hulp van slechts een klein team en de beschikbaarheid van een bescheiden budget. Omdat de Vest onderdeel is van een beschermd stadsgezicht speelt ook nog een ander aspect een rol: de aansluiting van de nieuwe architectuur op het historische karakter van de binnenstad.
Integratie van campus en stad
Samuel van Embden en de Technische Hogescholen in Delft en Eindhoven
In October 1970 the Dutch journal Plan published a thematic issue on university education and the construction of universities in the Netherlands. The editorial, entitled ‘Ideology or pragmatism’, outlined the dilemmas facing politicians and designers. Major investment was needed to cope with the growing numbers of students, but there was no clear picture of how education and research should develop. Could the existing universities continue to grow, or should new ones be founded? Should existing universities expand outside cities, or remain in small clusters within them? What was the ideal size of a university? Where should new universities be developed, and what about introducing the Anglo-American campus model? Was the idea of universitas, the supposed unity of arts and science, still relevant? Would university buildings even be needed if lectures could be broadcast on television screens? ...
In October 1970 the Dutch journal Plan published a thematic issue on university education and the construction of universities in the Netherlands. The editorial, entitled ‘Ideology or pragmatism’, outlined the dilemmas facing politicians and designers. Major investment was needed to cope with the growing numbers of students, but there was no clear picture of how education and research should develop. Could the existing universities continue to grow, or should new ones be founded? Should existing universities expand outside cities, or remain in small clusters within them? What was the ideal size of a university? Where should new universities be developed, and what about introducing the Anglo-American campus model? Was the idea of universitas, the supposed unity of arts and science, still relevant? Would university buildings even be needed if lectures could be broadcast on television screens?
To allow systematic comparison of the construction and transformation of the Delft and Eindhoven University of Technology campuses, maps and profiles have been drawn. Below we describe the method used to draw them and indicate which sources were used. ...
To allow systematic comparison of the construction and transformation of the Delft and Eindhoven University of Technology campuses, maps and profiles have been drawn. Below we describe the method used to draw them and indicate which sources were used.
Regels voor het bouwen aan de campus
Masterplan Tilburg University van Bauhütte
In the coming years the Tilburg University campus will undergo an extensive spatial transformation. The university plans to demolish some obsolete buildings and build three new ones. The first step is the construction of a Teaching and Self-Study Centre (OZC), which is currently in progress. Its development began in late 2014 with a call for design, building and maintenance tenders; the contract was awarded to a consortium consisting of KAAN Architecten and the building and property developer VORM. At the same time the university commissioned Bauhütte, the design-oriented research group at Eindhoven University of Technology’s faculty of architecture (an explanation of the name ‘Bauhütte’ is provided later in this article), to draw up a master plan with design guidelines for future architectural and landscape interventions on the campus. ...
In the coming years the Tilburg University campus will undergo an extensive spatial transformation. The university plans to demolish some obsolete buildings and build three new ones. The first step is the construction of a Teaching and Self-Study Centre (OZC), which is currently in progress. Its development began in late 2014 with a call for design, building and maintenance tenders; the contract was awarded to a consortium consisting of KAAN Architecten and the building and property developer VORM. At the same time the university commissioned Bauhütte, the design-oriented research group at Eindhoven University of Technology’s faculty of architecture (an explanation of the name ‘Bauhütte’ is provided later in this article), to draw up a master plan with design guidelines for future architectural and landscape interventions on the campus.
Innerstädtische Universitätskomplexe in den Niederlanden
Manövrieren an der Schnittstelle von Architektur und Stadtplanung