EG

E.H. Gramsbergen

info

Please Note

17 records found

Samuel van Embden and the Knowledge Exchange on University Campus Designs, 1947–1976

Conference paper (2024) - E.H. Gramsbergen, Y. Söylev
This paper is a report on the initial research on the global practice of university campus design by architect and planner Samuel van Embden (1904–2000). It outlines the first findings on the influence of Dutch expertise in planning and architecture as an export product and raises questions for further investigation. Following WWII and the independence of the colonies of the Western countries, a foreign-aid-funded practice of university planning in the so-called developing countries was established. Within this context, numerous projects and remarkable examples of modern architecture were realised in South America, Africa, the Middle East and Asia. These projects are important not only for their political and historical context but also for their outstanding architectural quality. Amongst others, the University City of Caracas in Venezuela and the Central University Campus of the National Autonomous University of Mexico are named UNESCO World Heritage. Additionally, the Middle East Technical University Campus in Turkey, the Ile-Ife Campus of Obafemi Awolowo University in Nigeria and the Chandigarh University Campus in India have been acknowledged for their quality by the Keeping It Modern initiative by Getty Research Institute. ...
Journal article (2023) - O.R. Diesfeldt, E.H. Gramsbergen, Yvonne van Mil, I. Pane, Y. Söylev
Analoog aan de campus-atlassen van Delft en Eindhoven in OverHolland 18/19 wordt in deze bijdrage de ruimtelijke opzet en transformatie van de campus van de Universiteit Twente (UT) gedocumenteerd in een serie kaarten en analysetekeningen. Uitgangspunt is daarbij een vergelijking tussen het Structuurplan van de campus uit 1962, de feitelijke situatie in 1975 en die in 2015. Deze drie peilmomenten geven een goed overzicht van de ontwikkelingen van de campus in de afgelopen decennia. De atlas biedt daarmee achtergrondinformatie voor de hiernavolgende beschouwingen elders in dit nummer.

Het Structuurplan uit 1962, opgesteld door Willem van Tijen en Samuel van Embden, vormde het kader van de eerste bouwactiviteiten op de campus. In 1975, elf jaar nadat de eerste gebouwen werden opgeleverd, zijn de oorspronkelijke ontwerpideeën uitgekristalliseerd en heeft de campus min of meer vorm gekregen zoals het de initiatiefnemers en ontwerpers van het eerste uur voor ogen had gestaan. Veertig jaar daarna, in 2015, bevindt de campus zich midden in een ingrijpend transformatieproces. Een algemene heroriëntatie op de oorspronkelijke opzet van de universiteit en de aanwas van studenten hebben hun sporen nagelaten in de ruimtelijke verschijningsvorm. Wat opvalt is niet alleen de ruimtelijke verdichting van de campus, maar ook de hybridisatie; het loslaten van oorspronkelijke functionele zonering en de introductie van nieuwe uitgangspunten. Ook zijn verschillende universiteitsgebouwen van de eerste generatie, die inmiddels hun beste tijd hebben gehad, vervangen of herontwikkeld. ...

A visual re-reading

Journal article (2023) - Ayşen Savaş, Esther Gramsbergen, Yağiz Söylev
“Campus Utopias: A Visual Re-reading” describes a multidisciplinary graduate course conducted collaboratively by TU Delft and METU Ankara’s Architecture Departments in 2022. The research course focused on the key urban and architectural features of selected campus projects, examining how the modernist architects engaged in these designs were able to use them as a basis for the experimentation of new educational-residential models for living.This research paper explores the formal aspects of these campuses and their architectural significance. It recognizes the diverse geographies where the modern architectural movement took root and the active role played by political, economic, and cultural agents in shaping these projects. Working with local agents and situating modern architecture within its surrounding infrastructure and landscape helped master architects to integrate local architectural values and new building technologies.The article presents three case studies: Obafemi Awolowo University in Nigeria, the University of Baghdad in Iraq, and the Central University of Venezuela in Caracas. These campuses were designed and built after World War II, representing the aspirations of newly installed governments. The article highlights the architectural approaches that incorporated environmental considerations and cultural inspirations and the socio-economic considerations in each project.The research methodology involves a comparative analysis of the campuses, focusing on their formal qualities and in-between spaces. The students involved in the graduate research course utilized various media and techniques of representation, including 3D digital drawings, models, collages, and physical reliefs. The work results were presented in the form of an exhibition titled “Campus Utopias” at TU Delft Faculty of Architecture and the Built Environment in April 2022. The student projects in this photo essay show the diversity of scale and make visible the similarities and differences in the overall campus design approaches of the three projects. The major focus is on the in-between spaces and the outcomes of the multidisciplinary work of architects, engineers, landscape architects, and artists. ...

UTwente, twaalf projecten, dertien ongelukken?

Journal article (2023) - E.H. Gramsbergen, Y. Söylev
Drienerlo, de campus van de Universiteit vanTwente (UT), vertegenwoordigt een van de interessantsteepisodes in de Nederlandse modernearchitectuur en stedenbouw. Bovendien beperkthet belang ervan zich niet alleen daartoe: derealisatie van de campus in Twente was integraalonderdeel van een socio-pedagogisch experiment. Misschien juist daarom groeide de campus uit tot een contact zone tussen verschillende generaties Nederlandse modernisten, van Willem van Tijen (1894-1974) en Samuel van Embden (1904-2000) tot de Forum-groep.

Forum is een Nederlands architectuurtijdschrift dat in de periode 1959-1963, met onder anderen Jaap Bakema, Aldo van Eyck en Herman Hertzberger in de redactie, de bakermat was van het zogeheten structuralisme, waarvoor niet-westerse bouwvormen model stonden, zoals Noord-Afrikaanse kasba’s, Indiaanse pueblo’s en Egyptische mastaba’s en piramides. ‘Het verhaal van een andere gedachte’ waarmee het eerste nummer van de toen nieuwe Forum-redactie opende, keerde zich tegen het ‘functionalisme’ van de oudere generatie modernisten en ontlokte een golf van reacties, waaronder een niet malse kritiek van Van Tijen.

Toch is het juist het open Structuurplan voor de TH Twente (1962) van Van Tijen en Van Embden dat uiteindelijk een ware proeftuin opleverde voor een scala van architectonische idealen en benaderingen. Niet alleen de toonaangevende staaltjes moderne architectuur op de campus getuigen daarvan, maar ook een keur van ongerealiseerde plannen, zoals de inzending voor de prijsvraag voor studentenhuisvesting (1963) van Oswald Mathias Ungers en de slechts ten dele uitgevoerde structuralistische plannen voor het centrum van de campus (1966) van Piet Blom en Bert Smulders, het gebouw voor Toegepaste Wiskunde, Rekencentrum, Maatschappijwetenschappen en Elektrotechniek (1969) vanLeo Heijdenrijk en Jos Mol en de piramiden en mastaba’s voor studentenhuisvesting (1970) van Herman Haan. ...
Journal article (2023) - J. Emmerik, E. van Es, Lara Voerman, E.H. Gramsbergen
Ingeleid door Esther Gramsbergen -
Er is waarschijnlijk geen universiteitsterrein in Nederland waaraan meer getekend en waarover meer geschreven en is dan de campus van de Universiteit van Twente (UT). De inrichting van de eerste en enige echte campusuniversiteit in Nederland, gelegen tussen Hengelo en Enschede op een bosrijk terrein van 150 hectare, heeft geleid tot elkaar in rap tempo opvolgende masterplannen en beeldkwaliteitsplannen. Daarnaast verschenen er talloze artikelen, boeken en een dissertatie.
Deze belangstelling is niet zonder reden. Ten eerste is de wordingsgeschiedenis van wat destijds de derde technische hogeschool van Nederland zou worden bijzonder belangwekkend voor de ontwikkelingen van het hoger onderwijs vanwege het experimentele karakter ervan. Ten tweede liggen verscholen tussen het groen enkele van de meest tot de verbeelding sprekende architectonische objecten uit de jaren zestig en zeventig, zoals De Boerderij naar het ontwerp van Piet Blom, het gebouw voor Chemische Technologie van Samuel van Embden en Jacques Choisy en het kantinegebouwtje van Joop van Stigt. Dan zijn er nog de bijzondere studentenhuisvestingsprojecten, waaronder de zogeheten mastaba’s en piramides ontworpen door Herman Haan en het patiocomplex van dezelfde architect.
Ten derde is sinds de aanleg van de campus in de jaren zestig de directe omgeving dusdanig veranderd dat de campus niet meer als een zelfstandige entiteit beschouwd kan worden. Sinds de toenadering tussen de universiteit en het aangrenzende bedrijvenpark aan het eind van de vorige eeuw, zijn de gemeente Enschede en de universiteit tot een samenhangende ruimtelijke ontwikkelingsvisie gekomen. ...
In OverHolland 22 staan de architectuur en stedenbouw van de naoorlogse universiteitscampus centraal. Het nummer bouwt daarmee voort op OverHolland 18/19, waarin een systematische vergelijking van de architectonische erfenis en de recente ontwikkelingsstrategieën van de universiteitscampussen van de TU Delft en de TU Eindhoven de kern vormde. In deze aflevering van OverHolland wordt de naoorlogse universiteitscampus vanuit verschillende perspectieven belicht. Het onderzoek wordt uitgebreid naar de campus van de Universiteit Twente en in een internationaal en didactisch kader geplaatst. Zowel in Nederland als daarbuiten waren in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw universiteitscampussen bij uitstek het terrein van belangrijke experimenten in het kader van de moderne architectuur en stedenbouw. Maar niet alleen het experimentele karakter, ook de vaak langdurige betrokkenheid van vooraanstaande ontwerpers bij het ontwikkelen van de landschappelijke en stedenbouwkundige opzet en de architectonische uitwerking van de genoemde campussen maken ze tot een interessant object van studie. Tot op de dag van vandaag zorgt de continuïteit van het opdrachtgeverschap voor een zorgvuldige documentatie van bouwplannen en tegenvoorstellen, verdichtings- en uitbreidingsvoorstellen. Recentelijk is daar het vraagstuk van de cultuurhistorische waardenstelling en het erfgoedbeheer nog bijgekomen. [...] ...
Exhibition in gebouw De Heuvel of Students work of the Msc 1 studio Dutch Change, organised by the Chair of Complex Projects, Faculty of architecture. 29th of April - 1st of May. ...

Herontwerp van een boezemlandschap

Book chapter (2021) - I. Bobbink, E.H. Gramsbergen
De inrichting van het Nederlandse landschap moet wederom op de schop. Dit keer niet om de delta door ontginning bewoonbaar te maken of door ruilverkaveling efficënter in te richten voor de landbouw, maar om het land in deze tijd van klimaatverandering en bevolkingsgroei bestendiger en leefbaarder te maken voor mens, flora en fauna. Door zeespiegelstijging, toename van de hoeveelheid neerslag in een korte tijdspanne, droogteperioden in de zomer, voortschrijdende bodemdaling en zoute kwel hopen de watergerelateerde problemen zich op. Aan de basis van de inrichting van laag-Nederland ligt het zogeheten poldeboezemsysteem.
Dit watersysteem, gemaakt om het land droog te leggen en te houden, bestaat uit sloten, weteringen, tochten, vaarten, kanalen, grachten, singels, plassen en meren die door tal van waterwerken met elkaar in verbinding staan. Door dijken, dammen, sluizen en gemalen wordt het waterpeil in dit stelsel gecontroleerd en wordt overtollig water via boezems naar de grote rivieren en de zee afgevoerd. De noodzaak om het water continu te beheren en het laagland te bemalen is evident, maar het systeem is niet voldoende om toekomstige problemen het hoofd te bieden.
Al aan het einde van de vorige eeuw constateerden waterbouwers dat de gangbare handelwijze van het inzetten van zwaardere pompen, hogere en sterkere dijken en het inlaten van meer water bij droogte niet langer toereikend is. Om voor de nieuwe eeuw een veilig en bruikbaar waterbeheer te kunnen waarborgen, stelde de Commissie Waterbeheer 21e eeuw in 2000 de zogeheten watertrits vast: een driestappenplan dat bestaat uit eerst water vasthouden, dan water bergen en indien nodig water afvoeren. Deze strategie vormt sinds 2003 het uitgangspunt bij elke ruimtelijke opgave. ...
Book chapter (2021) - E.H. Gramsbergen
De stadspoort is allang verdwenen, maar wie over de Sint Jorisbrug de Dordtse binnenstad binnenkomt zal het niet ontgaan dat je een grens passeert. De brug over de Spuihaven is onopvallend, het is eerder de begroeiing langs het water die dit punt tot een herkenbare cesuur maakt. Aan de linkerkant valt een groep monumentale bomen op, ze staan in de diepe tuinen van de huizen aan de Vest. Een van die huizen, Vest 84, werd onlangs volledig herbouwd. Het project is zowel ontworpen alsook gebouwd door Ber Mooren.
Het huis is niet groot. Met een footprint van ongeveer 45 m2 en opgetrokken in twee bouwlagen is het een compact ontworpen woonhuis voor een gezin met één kind. Grootte zegt niet veel over complexiteit. Met inventiviteit worden in het ontwerp zaken samengebracht: de noodzaak de resten van de middeleeuwse stadmuur op het perceel de respecteren, de technische mogelijkheden van het eigenhandig bouwen met hulp van slechts een klein team en de beschikbaarheid van een bescheiden budget. Omdat de Vest onderdeel is van een beschermd stadsgezicht speelt ook nog een ander aspect een rol: de aansluiting van de nieuwe architectuur op het historische karakter van de binnenstad. ...
Book chapter (2020) - E.H. Gramsbergen
Hoofdstuk verschenen in de bundel De Universitaire Campus. Ruimtelijke transformaties van de Nederlandse universiteiten sedert 1945, onder redactie van Ab Flipse en Abel Streefland, uitgeverij Verloren Hliversum, 2020 ...
Around 1850, Amsterdam was surrounded by water, on a tongue of land between the River IJ to the north, the Zuiderzee (then still an inlet of the North Sea) to the east and the Haarlemmermeer lake to the south-west. The Singelgracht canal, dug in the seventeenth century, still marked the boundary between the city and the countryside. Although the fortifications no longer served any military purpose, landward access to the city was still controlled via the city gates, so that municipal excise taxes could be levied. The western and eastern port islands were also protected by docks, and the River Amstel could be sealed off near the Damrak canal. Besides the port and work areas located inside the city boundaries (marked in grey) there was a large unbroken work area to the west of the city between the Singelgracht and Kostverloren Vaart canals, with large numbers of industrial mills... ...

Samuel van Embden en de Technische Hogescholen in Delft en Eindhoven

Book chapter (2017) - Esther Gramsbergen
In oktober 1970 bracht het tijdschrift Plan een themanummer uit over het wetenschappelijk onderwijs en het bouwen van universiteiten in Nederland. In het redactioneel, getiteld ‘ideologie of pragmatisme’, werden de dilemma’s geschetst waar de politiek en de ontwerpers voor staan. Om de groeiende studentenaantallen op te vangen zijn grote investeringen nodig, maar er ontbreekt een duidelijk visie op waar het met het wetenschappelijke onderwijs naartoe moet. Kunnen de bestaande universiteiten nog groeien of moeten er nieuwe universiteiten worden gesticht? Moeten bestaande universiteiten buiten de stad uitbreiden of juist in kleinere clusters in de stad blijven? Wat is de ideale grootte van een universiteit? Waar zouden nieuwe universiteiten moeten komen en wat te denken van de introductie van het Anglo-Amerikaanse campusmodel? Is de idee van de ‘universitas’, de vermeende eenheid van de wetenschap, nog wel actueel? Zijn er nog universiteitsgebouwen nodig als straks colleges via de televisie uitgezonden kunnen worden?

In October 1970 the Dutch journal Plan published a thematic issue on university education and the construction of universities in the Netherlands. The editorial, entitled ‘Ideology or pragmatism’, outlined the dilemmas facing politicians and designers. Major investment was needed to cope with the growing numbers of students, but there was no clear picture of how education and research should develop. Could the existing universities continue to grow, or should new ones be founded? Should existing universities expand outside cities, or remain in small clusters within them? What was the ideal size of a university? Where should new universities be developed, and what about introducing the Anglo-American campus model? Was the idea of universitas, the supposed unity of arts and science, still relevant? Would university buildings even be needed if lectures could be broadcast on television screens? ...
Om de aanleg en transformatie van de campus van de Technische Universiteiten in Delft en van die in Eindhoven systematisch te kunnen vergelijken zijn kaarten en profielen getekend. We beschrijven de methode waarmee ze zijn getekend en geven aan welke bronnen daarbij zijn gebruikt.

To allow systematic comparison of the construction and transformation of the Delft and Eindhoven University of Technology campuses, maps and profiles have been drawn. Below we describe the method used to draw them and indicate which sources were used. ...

Masterplan Tilburg University van Bauhütte

Book chapter (2017) - Esther Gramsbergen
De campus van Tilburg University zal in de komende jaren een ingrijpende ruimtelijke transformatie ondergaan. De universiteit is van plan enkele verouderde gebouwen te slopen en een drietal nieuwe te bouwen. De eerste stap is de bouw van een Onderwijs- en Zelfstudiecentrum (OZC) dat momenteel in uitvoering is. De ontwikkeling ervan startte eind 2014 met de aankondiging van een aanbesteding voor ontwerp, bouw en onderhoud, die gewonnen werd door een consortium van KAAN Architecten en bouw- en projectontwikkelaar VORM. In dezelfde tijd gaf de universiteit Bauhütte, de ontwerp-gestuurde onderzoeksgroep van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven, de opdracht een masterplan op te stellen, dat ontwerprichtlijnen vastlegt voor toekomstige architectonische en landschappelijke interventies op de campus.

In the coming years the Tilburg University campus will undergo an extensive spatial transformation. The university plans to demolish some obsolete buildings and build three new ones. The first step is the construction of a Teaching and Self-Study Centre (OZC), which is currently in progress. Its development began in late 2014 with a call for design, building and maintenance tenders; the contract was awarded to a consortium consisting of KAAN Architecten and the building and property developer VORM. At the same time the university commissioned Bauhütte, the design-oriented research group at Eindhoven University of Technology’s faculty of architecture (an explanation of the name ‘Bauhütte’ is provided later in this article), to draw up a master plan with design guidelines for future architectural and landscape interventions on the campus. ...

Manövrieren an der Schnittstelle von Architektur und Stadtplanung

Book chapter (2016) - Esther Gramsbergen, Roberto Cavallo