Circular Image

E.M. Bruggeman

info

Please Note

24 records found

Een raamwerk voor onderzoek naar de werking en effectiviteit van juridisch geoperationaliseerde instrumenten die op samenwerking gericht gedrag van actoren bij een bouwproces zouden kunnen bevorderen

Working paper (2025) - Malcolm Aalstein, E.M. Bruggeman, C.E.C. Jansen, J.S.J. Koolwijk
In de bouwsector wordt al jaren gesproken over het verbeteren van ‘samenwerking’ als dé oplossing voor de uitdagingen waar de bouw voor staat. Ook bouwrechtjuristen doen hier volop aan mee door de aandacht te vestigen op concrete instrumenten3 die coöperatief gedrag van de bij een bouwproject betrokken actoren zouden kunnen faciliteren en zelfs stimuleren. We weten echter nog weinig over hoe die instrumenten in de aanbestedings- en contractuitvoeringsfase juridisch het best kunnen worden geoperationaliseerd om tot de gewenste gedragseffecten te leiden. Die vraag lijkt zowel in de theorie als in de praktijk nog onvoldoende te zijn beantwoord. Het gaat hier bovendien om een vraag die zich niet leent voor beantwoording door juristen alleen: daar is ook expertise vanuit andere disciplines voor nodig.

In deze publicatie beantwoorden wij de bovenstaande vraag evenmin.

Wat deze publicatie echter wél biedt, is een aanzet voor een raamwerk met behulp waarvan het mogelijk is om de werking van concrete op samenwerkingsgedrag gerichte en juridisch geoperationaliseerde instrumenten te onderzoeken, binnen de bredere context van omstandigheden waarbinnen zij worden toegepast, teneinde uitspraken te kunnen doen over hun effectiviteit. [...] ...
Journal article (2025) - E.M. Bruggeman, Sandro Triches
Na een ruim acht jaar durend herzieningsproces (gestart in 2016) is de UAV-GC 2025 op dinsdag 14 januari 2025 gepresenteerd op de InfraTech. Het is gedurende die acht jaar uiteraard niet stil geweest rondom de herziening van de UAV-GC. Integendeel: CROW legde begin 2021 (midden in Corona-tijd) een conceptversie van een nieuwe UAV-GC (de ‘UAV-GC 2020’) ter visie. Deze conceptversie is kritisch ontvangen in de literatuur en heeft aanleiding gegeven tot veel reacties.2 Ook buiten deze officiële tervisielegging, heeft de herziening van de UAV-GC de bouwwereld acht jaar lang veel beziggehouden.

Toch heeft het proces uiteindelijk tot resultaat geleid, en wel tot de versie die in dit themanummer aan bod komt. Deze versie staat echter niet op zichzelf en kent een lange voorgeschiedenis. Ter inleiding van dit themanummer wordt hierna kort ingegaan op de voorgeschiedenis en totstandkoming van de UAV-GC (par. 2), de voor- en nadelen van geïntegreerde contracten (par. 3) en het paritair herzieningsproces (par. 4). Afgesloten wordt met een overzicht van de bijdragen in dit themanummer (par. 5). ...
Journal article (2024) - E.M. Bruggeman, C.E.C. Jansen
Op 1 januari 2024 is Titel 7.12 BW gewijzigd als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Een belangrijke wijziging betreft de regeling van de aansprakelijkheid van de aannemer voor gebreken die zich na oplevering manifesteren. Vooropgesteld: een belangrijke bepaling die is blijven bestaan, is art. 7:758 lid 3 BW. Daarin is bepaald dat de aannemer in geval van aanneming van werk ontslagen is van aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. Aan art. 7:758 BW is met ingang van 1 januari 2024 echter een nieuw vierde lid toegevoegd waarvan de eerste volzin voorziet in een afwijking van het derde lid: in geval van aanneming van bouwwerken kan de opdrachtgever geen aanspraken verliezen wanneer hij tijdens de oplevering geen dan wel onvoldoende onderzoek naar eventuele gebreken heeft verricht. In het nieuwe lid 4 is bovendien bepaald dat partijen in hun overeenkomst niet ten nadele van de opdrachtgever kunnen afwijken van de hiervoor bedoelde regel, voor zover de opdrachtgever een consument is. In andere gevallen blijft het mogelijk een afwijkende regeling ten nadele van de opdrachtgever overeen te komen, maar zal die afwijking uitdrukkelijk in de overeenkomst moeten zijn opgenomen. [...] ...
Journal article (2024) - E.M. Bruggeman, C.E.C. Jansen, C.A.E. Wouda
De inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024 heeft tot een vijftal wijzigingen van Titel 7.12 (Aanneming van werk) geleid. Eén van die wijzigingen betreft de toevoeging van een nieuw vierde lid aan art. 7:758 BW. Deze nieuwe bepaling voorziet in een bijzondere, van de algemene regeling van lid 3 afwijkende regeling van de aansprakelijkheid van de aannemer na de oplevering van een bouwwerk. Recent verscheen een artikel van Bruggeman en Jansen over de vraag in hoeverre opdrachtgevers en aannemers nog aanvullende of zelfs van art. 7:758 lid 4 BW afwijkende afspraken kunnen maken. Op basis van de beantwoording van die vraag hebben zij vervolgens toegelicht waarom en hoe de UAV en UAV-GC zouden moeten worden aangepast om te voorkomen dat een na 1 januari 2024 gesloten overeenkomst, waarop de UAV of de UAV-GC van toepassing worden verklaard, in strijd is met art. 7:758 lid 4 BW. ...
Report (2023) - E.M. Bruggeman, F.A.M. Hobma, S. Triches
Dit leerboek geeft op inleidend niveau een overzicht van het recht voor ontwerpen en bouwen. Dit vakgebied wordt meestal ‘bouwrecht’ genoemd. Maar omdat het boek primair is geschreven voor studenten bouwkunde, waarbij het ontwerpen van gebouwen en gebieden centraal staat, is voor de titel ‘recht voor ontwerpen en bouwen’ gekozen. Er is in dit boek dan ook bijzondere aandacht voor de ontwerpende kant van het bouwproces. Ook studerenden in andere bouw-gerelateerde disciplines kunnen het boek gebruiken om een beeld te krijgen van de juridische zijde van het ontwerp- en bouwproces. ...
Journal article (2023) - E.M. Bruggeman, C.E.C. Jansen
Op 1 januari 2024 wijzigt titel 7.12 BW als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De wetgever beoogt met deze wijziging de privaatrechtelijke positie van de opdrachtgever ten opzichte van de aannemer te verbeteren. De inwerkingtreding heeft onder andere tot gevolg dat aan art. 7:758 BW een nieuw vierde lid wordt toegevoegd. Die bepaling gaat voor de aanneming van bouwwerken voorzien in een regel die afwijkt van het derde lid. Op grond van dat derde lid is de aannemer ingeval van aanneming van werk ontslagen van aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De essentie van het nieuwe vierde lid is dat de opdrachtgever, in afwijking van het derde lid, in geval van aanneming van bouwwerken geen aanspraken kan verliezen wanneer hij tijdens het opleveringsproces geen dan wel onvoldoende onderzoek naar eventuele gebreken heeft verricht. Partijen kunnen in hun overeenkomst niet ten nadele van de opdrachtgever afwijken van het bepaalde in art. 7:758 lid 4 BW, voor zover de opdrachtgever een consument is. In andere gevallen blijft het mogelijk een afwijkende regeling ten nadele van de opdrachtgever overeen te komen, maar zal die afwijking uitdrukkelijk in de overeenkomst moeten zijn opgenomen. [...] ...
Book chapter (2023) - Evelien Bruggeman
Bringing together over 225 authors from 50 countries, the Elgar Encyclopedia of Comparative Law is the most comprehensive reference work in the field of comparative law. ...
Book chapter (2023) - Jantien Stoter, Evelien Bruggeman
Dit boek gaat over de meerwaarde van een multidisciplinaire benadering voor het vin¬den van oplossingen voor gebiedsontwikkelingskwesties en specifiek voor de implemen¬tatie van de Omgevingswet. In deze bijdrage belichten we dit onderwerp vanuit het perspectief van de ontwikkelingen rond het 3D kadaster. [...] ...
Journal article (2023) - E.M. Bruggeman, S. Triches
In het voorjaar van 2021 publiceerde Koninklijke Bouwend Nederland een nieuw model bouwteamovereenkomst, het KBNL 2021 model (hierna ook: KBNL 2021). Dit model bouwt voort op het oude model uit 1992 dat werd opgesteld door VGBouw, het VGBouw 1992 model (hierna ook: VGBouw 1992). De introductie van deze nieuwe set aan algemene voorwaarden voor het werken in een bouwteam, roept de vraag op waar en in hoeverre het nieuwe KBNL 2021 verschilt van het oude VGBouw 1992. ...

Onderzoek naar de veiligheid en arbeidsomstandigheden tijdens de bouw van de Corbulotunnel

Report (2022) - Willem Jelle Berg, Evelien Bruggeman, Chris van Dam
Voor u ligt het rapport van de onderzoekscommissie die in opdracht van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland onderzoek heeft gedaan naar de veiligheid en de arbeidsomstandigheden bij de bouw van de Corbulotunnel. De provincie Zuid-Holland heeft bij de realisatie van de RijnlandRoute – waar de Corbulotunnel deel van uitmaakt – van meet af aan als heldere ambitie gehad dat veiligheid als prioriteit bovenaan stond en dat de arbeidsomstandigheden van de bij de bouw betrokken werknemers fatsoenlijk en op orde moesten zijn. Groot was de deceptie toen in februari 2022 uit een NRC-artikel het beeld ontstond dat die ambitie op essentiële onderdelen niet gerealiseerd was. Was dit echt zo? En zo ja, wat was de omvang ervan? Wat waren oorzaken? Maar vooral: hoe kan de provincie leren van het verleden, juist om het in de toekomst beter te doen. De onderzoekscommissie heeft zich de afgelopen maanden ingespannen om zo nauwkeurig mogelijk te reconstrueren hoe die bestuurlijke ambitie van de provincie Zuid-Holland door de jaren heen gerealiseerd is. Bij het ontwerp, de aanbesteding, de gunning en de feitelijke bouw van de Corbulotunnel. Daartoe heeft de commissie vele documenten bestudeerd en ongeveer twintig gesprekken gevoerd met deskundigen, al dan niet betrokken bij dit project. De commissie heeft ook een meldpunt geopend waar bouwvakkers anoniem hun verhaal kwijt konden. De weerslag van dat onderzoek, uitmondend in een aantal aanbevelingen die passen bij de lerende opdracht die we als commissie ontvangen hebben, treft u aan in dit rapport. Als commissie hadden we één opdrachtgever: de provincie Zuid-Holland. Dat betekent dat we onze waarnemingen en aanbevelingen beperkt hebben tot deze opdrachtgever. Andere betrokken partijen, zoals de aannemingscombinatie en verdere publieke partijen, hebben we hier niet in meegenomen, hoewel ze soms wel in beeld komen als dat nodig is om het optreden van de provincie te duiden. Als commissie hopen wij overigens niet alleen voor de provincie Zuid-Holland een bijdrage te leveren, maar ook aan de verdere ontwikkeling van het professionele publiek opdrachtgeverschap in ons land. Rest ons om ons respect uit te spreken voor Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Het is bijzonder en hoopgevend dat het ontvangen van kritiek niet leidt tot een defensieve opstelling, maar juist tot een open, lerende houding. Dat is ook de enige manier waarop professioneel publiek opdrachtgeverschap zich verder kan ontwikkelen. ...

An exploration of the force field between technological and societal developments and law

Book (2022) - E.M. Bruggeman
Book (2022) - E.M. Bruggeman, J.R. Hoogendoorn
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zorgt voor een ingrijpende verandering in het Nederlandse bouwrecht. Met de nieuwe wet wordt beoogd de bouwkwaliteit te verbeteren en de positie van opdrachtgevers te versterken. Dit gebeurt mede aan de hand van een aantal wijzigingen in Titel 7.12 van het Burgerlijk Wetboek. De wijzigingen kunnen worden verdeeld in vijf onderwerpen. Drie daarvan zien op welbekende onderwerpen zoals de aansprakelijkheid van de aannemer na oplevering, de waarschuwingsplicht en het opschortingsrecht van de opdrachtgever. Twee hebben betrekking op totaal nieuwe onderwerpen: de introductie van een opleverdossier en een informatieplicht van de aannemer over zekerheden en garanties.

De Wkb wijzigt bestaande bepalingen, scherpt deze op bepaalde punten aan en introduceert nieuwe verplichtingen. Hierdoor wordt de privaatrechtelijke verhouding tussen de aannemer en zijn opdrachtgever wezenlijk beïnvloedt. Hoe dat gebeurt en aan de hand van welke wijzigingen, wordt uiteengezet in dit cahier. Aan de hand van de vijf onderwerpen worden de wijzigingen van de Wkb in Titel 7.12 besproken. ...
Journal article (2022) - E.M. Bruggeman, Sandro Triches
Book chapter (2022) - E.M. Bruggeman
In deze bundel schetsen twintig auteurs een beeld van wat zij de komende tien jaar aan veranderingen verwachten in het bouwrecht in ruime zin of geven zij aan welke veranderingen om wat voor reden dan ook in hun ogen noodzakelijk zijn. Wat zijn de uitdagingen? Daarbij bespreken tien auteurs een privaatrechtelijk onderwerp en tien een publiekrechtelijk. Niet alleen advocaten, waarvan het merendeel lid is van de VBR-A (Vereniging voor Bouwrecht-Advocaten), maar ook een viertal hoogleraren die bouwrechtelijk georiënteerd zijn. Dit om de oogst van het nadenken zo rijk mogelijk te doen zijn. Daarbij wordt tevens ingegaan op de vraag wat de oorzaak is van de veranderingen. Wat leren we uit het bouwrechtelijk verleden van de afgelopen decennia? Liggen de accenten binnen het bouwrecht de komende tien jaar volstrekt anders of is er toch sprake van een continuüm op bepaalde punten? Welke trends in de juridische ontwikkeling kunnen we waarnemen en langs welke juridische lijnen en binnen welke randvoorwaarden kunnen of moeten die vertaald worden? Zijn er klassieke vraagpunten waarop nog steeds en alleen een klassiek antwoord mogelijk blijkt? Of vergt de nieuwe tijd, met zijn ingrijpende klimatologische, technische en digitale ontwikkelingen, juist volstrekt nieuwe antwoorden op klassieke vragen? Het boek verschijnt in het jaar 2022, omdat in dat jaar de VBR-A haar 25 jarig bestaan viert. ...
Book (2022) - E.M. Bruggeman, Feyoena Crommelin, N. van Wijk-van Gilst
De bouwsector wordt gezien als een traditionele sector, maar de sector staat voor grote veranderingen en zal als gevolg daarvan de komende jaren in rap tempo moeten moderniseren en innoveren. Ontwikkelingen als de energietransitie, verduurzaming, het gebruik van circulaire materialen, het ontwikkelen van nieuwe materialen en bouw­technieken, de grote woningbouwopgave, de steeds verdergaande digitalisering, het ­gebruik van Building Information Modelling (BIM) en het genereren, delen en her­gebruiken van data en het gebruik van digital twins, zorgen ervoor dat het bouwproces en (daarmee) het bouwrecht verandert.

Deze ontwikkelingen roepen niet alleen de reeds bekende en meer traditionele vragen op met betrekking tot ons bouwcontractenrecht en aanbestedingsrecht, maar ook vragen op het gebied van het intellectuele eigendomsrecht (IE-recht).

Naast de meer klassieke IE-rechten in het bouwrecht, zoals het auteursrecht en het ­tekeningen- of modellenrecht, doemen ook steeds vaker voor het bouwrecht ­nieuwe IE-rechten op die van belang zullen worden. Zo zullen bouwrechtjuristen door de toegenomen vraag naar innovatie, steeds vaker met octrooirechten te maken krijgen. Digitalisering in de bouw en de behoefte aan het verzamelen en uitwisselen van data, kunnen vragen rond het databankrecht oproepen. En zo zijn er nog veel meer, voor de bouwrechtjurist, onontgonnen terreinen die zich de komende decennia zullen gaan laten ontdekken binnen het domein van het bouwen.

De IE-rechten die betrekking hebben op het bouwen of ontwerpen, worden door gerenommeerde auteurs uitgebreid beschreven in dit praktijkboek, met inbegrip van relevante jurisprudentie. Vervolgens wordt de beschreven theorie toegepast op de bouw(recht)praktijk en contractvorming of aanbesteding. Om de praktische toepassing nog duidelijker voor het voetlicht te brengen zijn in het boek ook drie intermezzo’s ­opgenomen waarin, vanuit verrassende invalshoeken dan wel praktijkvoorbeelden, de link met de praktijk wordt gelegd. ...
Journal article (2021) - E.M. Bruggeman, A.G.J. van Wassenaer
Inleiding ten behoeve van de Expertmeeting van het Instituut voor Bouwrecht op 15 maart 2021 naar aanleiding van de tervisielegging van de consultatieversie UAV-GC 2021. ...
Journal article (2021) - E.M. Bruggeman, A.G.J. van Wassenaer
Journal article (2021) - E.M. Bruggeman, J.R. Hoogendoorn