Y. Söylev
Please Note
9 records found
1
‘What Holland Can Offer’
Samuel van Embden and the Knowledge Exchange on University Campus Designs, 1947–1976
Campus utopias
A visual re-reading
“Campus Utopias: A Visual Re-reading” describes a multidisciplinary graduate course conducted collaboratively by TU Delft and METU Ankara’s Architecture Departments in 2022. The research course focused on the key urban and architectural features of selected campus projects, examining how the modernist architects engaged in these designs were able to use them as a basis for the experimentation of new educational-residential models for living.
This research paper explores the formal aspects of these campuses and their architectural significance. It recognizes the diverse geographies where the modern architectural movement took root and the active role played by political, economic, and cultural agents in shaping these projects. Working with local agents and situating modern architecture within its surrounding infrastructure and landscape helped master architects to integrate local architectural values and new building technologies.
The article presents three case studies: Obafemi Awolowo University in Nigeria, the University of Baghdad in Iraq, and the Central University of Venezuela in Caracas. These campuses were designed and built after World War II, representing the aspirations of newly installed governments. The article highlights the architectural approaches that incorporated environmental considerations and cultural inspirations and the socio-economic considerations in each project.
The research methodology involves a comparative analysis of the campuses, focusing on their formal qualities and in-between spaces. The students involved in the graduate research course utilized various media and techniques of representation, including 3D digital drawings, models, collages, and physical reliefs. The work results were presented in the form of an exhibition titled “Campus Utopias” at TU Delft Faculty of Architecture and the Built Environment in April 2022. The student projects in this photo essay show the diversity of scale and make visible the similarities and differences in the overall campus design approaches of the three projects. The major focus is on the in-between spaces and the outcomes of the multidisciplinary work of architects, engineers, landscape architects, and artists.
Campus Utopias II
UTwente, twaalf projecten, dertien ongelukken?
Forum is een Nederlands architectuurtijdschrift dat in de periode 1959-1963, met onder anderen Jaap Bakema, Aldo van Eyck en Herman Hertzberger in de redactie, de bakermat was van het zogeheten structuralisme, waarvoor niet-westerse bouwvormen model stonden, zoals Noord-Afrikaanse kasba’s, Indiaanse pueblo’s en Egyptische mastaba’s en piramides. ‘Het verhaal van een andere gedachte’ waarmee het eerste nummer van de toen nieuwe Forum-redactie opende, keerde zich tegen het ‘functionalisme’ van de oudere generatie modernisten en ontlokte een golf van reacties, waaronder een niet malse kritiek van Van Tijen.
Toch is het juist het open Structuurplan voor de TH Twente (1962) van Van Tijen en Van Embden dat uiteindelijk een ware proeftuin opleverde voor een scala van architectonische idealen en benaderingen. Niet alleen de toonaangevende staaltjes moderne architectuur op de campus getuigen daarvan, maar ook een keur van ongerealiseerde plannen, zoals de inzending voor de prijsvraag voor studentenhuisvesting (1963) van Oswald Mathias Ungers en de slechts ten dele uitgevoerde structuralistische plannen voor het centrum van de campus (1966) van Piet Blom en Bert Smulders, het gebouw voor Toegepaste Wiskunde, Rekencentrum, Maatschappijwetenschappen en Elektrotechniek (1969) vanLeo Heijdenrijk en Jos Mol en de piramiden en mastaba’s voor studentenhuisvesting (1970) van Herman Haan. ...
Forum is een Nederlands architectuurtijdschrift dat in de periode 1959-1963, met onder anderen Jaap Bakema, Aldo van Eyck en Herman Hertzberger in de redactie, de bakermat was van het zogeheten structuralisme, waarvoor niet-westerse bouwvormen model stonden, zoals Noord-Afrikaanse kasba’s, Indiaanse pueblo’s en Egyptische mastaba’s en piramides. ‘Het verhaal van een andere gedachte’ waarmee het eerste nummer van de toen nieuwe Forum-redactie opende, keerde zich tegen het ‘functionalisme’ van de oudere generatie modernisten en ontlokte een golf van reacties, waaronder een niet malse kritiek van Van Tijen.
Toch is het juist het open Structuurplan voor de TH Twente (1962) van Van Tijen en Van Embden dat uiteindelijk een ware proeftuin opleverde voor een scala van architectonische idealen en benaderingen. Niet alleen de toonaangevende staaltjes moderne architectuur op de campus getuigen daarvan, maar ook een keur van ongerealiseerde plannen, zoals de inzending voor de prijsvraag voor studentenhuisvesting (1963) van Oswald Mathias Ungers en de slechts ten dele uitgevoerde structuralistische plannen voor het centrum van de campus (1966) van Piet Blom en Bert Smulders, het gebouw voor Toegepaste Wiskunde, Rekencentrum, Maatschappijwetenschappen en Elektrotechniek (1969) vanLeo Heijdenrijk en Jos Mol en de piramiden en mastaba’s voor studentenhuisvesting (1970) van Herman Haan.
Tijdlijn Delft, Eindhoven, Twente
Drie technische universiteitscampussen vergeleken
In de eerste periode van conceptie en consolidatie zien we sterke verschillen. In Delft kreeg de campus vorm als een monofunctionele ‘sector’, een apart stadsdeel dat in twee richtingen kon worden uitgebreid. Het ‘studentenleven’, op studentenkamers en in gezelligheidsverenigingen, bleef in de stad gevestigd. De TH’s in Eindhoven en Twente waren compleet nieuw. In Eindhoven verrees de eerste compacte hoogbouwcampus in een parkachtige setting. In Twente werd de eerste en enige residentiële universiteit opgericht, een voor Nederland uniek onderwijsexperiment dat aansloot bij Angelsaksische voorbeelden.
Tijdens de tweede periode van transformatie en hybridisatie beginnen de ruimtelijke ontwikkelingen naar elkaar toe te groeien. Vanwege stagnatie van de studentenaantallen in de jaren zeventig en tachtig was er aanvankelijk in deze periode weinig ontwikkeling op de drie campussen. Er komt pas weer beweging in na de invoering van de bachelor-masterstructuur in 2002. Het werd daardoor voor internationale studenten makkelijker om in Nederland te studeren en het leidde tot een aanzienlijke toename van het aantal studenten, wat meer behoefte aan studentenhuisvesting en andere voorzieningen met zich meebracht. ...
In de eerste periode van conceptie en consolidatie zien we sterke verschillen. In Delft kreeg de campus vorm als een monofunctionele ‘sector’, een apart stadsdeel dat in twee richtingen kon worden uitgebreid. Het ‘studentenleven’, op studentenkamers en in gezelligheidsverenigingen, bleef in de stad gevestigd. De TH’s in Eindhoven en Twente waren compleet nieuw. In Eindhoven verrees de eerste compacte hoogbouwcampus in een parkachtige setting. In Twente werd de eerste en enige residentiële universiteit opgericht, een voor Nederland uniek onderwijsexperiment dat aansloot bij Angelsaksische voorbeelden.
Tijdens de tweede periode van transformatie en hybridisatie beginnen de ruimtelijke ontwikkelingen naar elkaar toe te groeien. Vanwege stagnatie van de studentenaantallen in de jaren zeventig en tachtig was er aanvankelijk in deze periode weinig ontwikkeling op de drie campussen. Er komt pas weer beweging in na de invoering van de bachelor-masterstructuur in 2002. Het werd daardoor voor internationale studenten makkelijker om in Nederland te studeren en het leidde tot een aanzienlijke toename van het aantal studenten, wat meer behoefte aan studentenhuisvesting en andere voorzieningen met zich meebracht.
Het Structuurplan uit 1962, opgesteld door Willem van Tijen en Samuel van Embden, vormde het kader van de eerste bouwactiviteiten op de campus. In 1975, elf jaar nadat de eerste gebouwen werden opgeleverd, zijn de oorspronkelijke ontwerpideeën uitgekristalliseerd en heeft de campus min of meer vorm gekregen zoals het de initiatiefnemers en ontwerpers van het eerste uur voor ogen had gestaan. Veertig jaar daarna, in 2015, bevindt de campus zich midden in een ingrijpend transformatieproces. Een algemene heroriëntatie op de oorspronkelijke opzet van de universiteit en de aanwas van studenten hebben hun sporen nagelaten in de ruimtelijke verschijningsvorm. Wat opvalt is niet alleen de ruimtelijke verdichting van de campus, maar ook de hybridisatie; het loslaten van oorspronkelijke functionele zonering en de introductie van nieuwe uitgangspunten. Ook zijn verschillende universiteitsgebouwen van de eerste generatie, die inmiddels hun beste tijd hebben gehad, vervangen of herontwikkeld. ...
Het Structuurplan uit 1962, opgesteld door Willem van Tijen en Samuel van Embden, vormde het kader van de eerste bouwactiviteiten op de campus. In 1975, elf jaar nadat de eerste gebouwen werden opgeleverd, zijn de oorspronkelijke ontwerpideeën uitgekristalliseerd en heeft de campus min of meer vorm gekregen zoals het de initiatiefnemers en ontwerpers van het eerste uur voor ogen had gestaan. Veertig jaar daarna, in 2015, bevindt de campus zich midden in een ingrijpend transformatieproces. Een algemene heroriëntatie op de oorspronkelijke opzet van de universiteit en de aanwas van studenten hebben hun sporen nagelaten in de ruimtelijke verschijningsvorm. Wat opvalt is niet alleen de ruimtelijke verdichting van de campus, maar ook de hybridisatie; het loslaten van oorspronkelijke functionele zonering en de introductie van nieuwe uitgangspunten. Ook zijn verschillende universiteitsgebouwen van de eerste generatie, die inmiddels hun beste tijd hebben gehad, vervangen of herontwikkeld.
Preface
About the work