D.A. Groetelaers
info
Please Note
<p>This page displays the records of the person named above and is not linked to a unique person identifier. This record may need to be merged to a profile.</p>
16 records found
1
Boekbespreking: H.A. Oldenziel & H.W. de Vos, Systeem en kerninstrumenten van de Omgevingswet, Deventer: Wolters Kluwer 2018, ISBN 9789013141146, XIII + 215 p., € 35,38
...
Boekbespreking: H.A. Oldenziel & H.W. de Vos, Systeem en kerninstrumenten van de Omgevingswet, Deventer: Wolters Kluwer 2018, ISBN 9789013141146, XIII + 215 p., € 35,38
Grondexploitatie ingekaderd
De betekenis van het Besluit begroting en verantwoording en de Mededingingswet
In dit artikel wordt ingegaan op de positie van grondexploitatie in het debat rond overheid en marktactiviteiten. Er wordt ingezoomd op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de betekenis van de recente wijzigingen. Daarbij staat de vraag centraal of gemeenteraden nu beter grip hebben op grondexploitatie.
...
In dit artikel wordt ingegaan op de positie van grondexploitatie in het debat rond overheid en marktactiviteiten. Er wordt ingezoomd op het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de betekenis van de recente wijzigingen. Daarbij staat de vraag centraal of gemeenteraden nu beter grip hebben op grondexploitatie.
Regional governance is coming to play an increasingly pivotal role in the planning of housing development. It has been argued that an absence of formal accountability lines in regional governance is beneficial because it makes inter-municipal coordination more flexible, without the need for territorial adjustments in local authorities. However, this view is based on a narrow interpretation of public accountability. In fact, regional governance becomes effective when hierarchical accountability arrangements are structured to reinforce horizontal accountability that strengthens self-organising capacity. This paper is based on a study of regional housing planning in the province of South Holland, the Netherlands, and analyses three types of governance modes (hierarchical, horizontal and market-oriented) and public accountability relationships. The measures undertaken in the case under review to ensure effective regional housing planning under changing market circumstances highlight the need to modify accountability arrangements when policy-makers choose a new set of governance modes in order to shape relational dynamics appropriately.
...
Regional governance is coming to play an increasingly pivotal role in the planning of housing development. It has been argued that an absence of formal accountability lines in regional governance is beneficial because it makes inter-municipal coordination more flexible, without the need for territorial adjustments in local authorities. However, this view is based on a narrow interpretation of public accountability. In fact, regional governance becomes effective when hierarchical accountability arrangements are structured to reinforce horizontal accountability that strengthens self-organising capacity. This paper is based on a study of regional housing planning in the province of South Holland, the Netherlands, and analyses three types of governance modes (hierarchical, horizontal and market-oriented) and public accountability relationships. The measures undertaken in the case under review to ensure effective regional housing planning under changing market circumstances highlight the need to modify accountability arrangements when policy-makers choose a new set of governance modes in order to shape relational dynamics appropriately.
Report
(2016)
-
Bastiaan van Loenen, Willem Korthals Altes, Danielle Groetelaers, Frederika Welle Donker
Onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Ministerie van Economische Zaken.
Deze rapportage bevat een reflectie op de conceptrapportage van de Kamer van Koophandel van 2 mei 2016. Een eerdere versie van onderhavige rapportage is op 31 mei besproken met het ministerie van EZ en een vertegenwoordiging van de Kamer van Koophandel. Mede naar aanleiding daarvan heeft de Kamer van Koophandel de conceptrapportage aangepast om te komen tot een betere rapportage. Dit heeft tot gevolg dat onderhavige rapportage niet meer op alle punten correspondeert met het definitieve rapport van KvK. Zo heeft KvK op 9 juni ons op de hoogte gebracht van een tweetal nieuwe varianten die zullen worden meegenomen in de rapportage (o.a. ter vervanging van de oude variant 1, waar deze rapportage op reageert). Met het formuleren van deze varianten geeft de KvK vorm aan de gedachte om overheidsdata zo open mogelijk aan te bieden. Beide nieuwe varianten zijn ontwikkeld met de gedachte dat voorzichtig dient te worden omgesprongen met privacy en de financiële basis van het handelsregister. In de ene variant wordt veel data beschikbaar gesteld, maar wordt een bedrijf kenmerkende gegevens, zoals bedrijfsnaam en adres (de plaatsnaam wordt wel weergegeven) weggelaten. In de andere variant kunnen gebruikers hun eigen gegevens en een aantal (bijvoorbeeld 25) handelsregisterproducten gratis afnemen, maar moet voor een groter aantal producten wel worden betaald. De eerste nieuwe variant betreft meer een statistische dienstverlening. De tweede variant sluit veel beter aan bij de kerntaken van het handelsregister. Voor kleingebruikers wordt de toegankelijkheid van de data vergroot. Deze variant hoeft niet noodzakelijk negatieve financiële consequenties te hebben. Op veel terreinen maakt het deel uit van commerciële marketing van diensten en gegevens. Wellicht dat bepaalde gebruikers de data zo waardevol vinden dat zij na uitputting van de gratis raadplegingen verder gaan met het benutten van de waardevolle informatie uit het handelsregister. Kortom, beide nieuwe varianten kunnen worden gezien als een voorzichtige start op weg naar een ontsluiting van het handelsregister als open data. Verdergaande stappen lijken evenwel mogelijk te zijn om te komen tot nog meer open handelsregisterdata.
...
Onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Ministerie van Economische Zaken.
Deze rapportage bevat een reflectie op de conceptrapportage van de Kamer van Koophandel van 2 mei 2016. Een eerdere versie van onderhavige rapportage is op 31 mei besproken met het ministerie van EZ en een vertegenwoordiging van de Kamer van Koophandel. Mede naar aanleiding daarvan heeft de Kamer van Koophandel de conceptrapportage aangepast om te komen tot een betere rapportage. Dit heeft tot gevolg dat onderhavige rapportage niet meer op alle punten correspondeert met het definitieve rapport van KvK. Zo heeft KvK op 9 juni ons op de hoogte gebracht van een tweetal nieuwe varianten die zullen worden meegenomen in de rapportage (o.a. ter vervanging van de oude variant 1, waar deze rapportage op reageert). Met het formuleren van deze varianten geeft de KvK vorm aan de gedachte om overheidsdata zo open mogelijk aan te bieden. Beide nieuwe varianten zijn ontwikkeld met de gedachte dat voorzichtig dient te worden omgesprongen met privacy en de financiële basis van het handelsregister. In de ene variant wordt veel data beschikbaar gesteld, maar wordt een bedrijf kenmerkende gegevens, zoals bedrijfsnaam en adres (de plaatsnaam wordt wel weergegeven) weggelaten. In de andere variant kunnen gebruikers hun eigen gegevens en een aantal (bijvoorbeeld 25) handelsregisterproducten gratis afnemen, maar moet voor een groter aantal producten wel worden betaald. De eerste nieuwe variant betreft meer een statistische dienstverlening. De tweede variant sluit veel beter aan bij de kerntaken van het handelsregister. Voor kleingebruikers wordt de toegankelijkheid van de data vergroot. Deze variant hoeft niet noodzakelijk negatieve financiële consequenties te hebben. Op veel terreinen maakt het deel uit van commerciële marketing van diensten en gegevens. Wellicht dat bepaalde gebruikers de data zo waardevol vinden dat zij na uitputting van de gratis raadplegingen verder gaan met het benutten van de waardevolle informatie uit het handelsregister. Kortom, beide nieuwe varianten kunnen worden gezien als een voorzichtige start op weg naar een ontsluiting van het handelsregister als open data. Verdergaande stappen lijken evenwel mogelijk te zijn om te komen tot nog meer open handelsregisterdata.
Risico's en compensatie
Een literatuurverkenning van enkele compensatieregelingen
Dit onderzoek maakt deel uit van het onderzoeksprogramma ‘Woningmarktonderzoek aardbevingsgebied Groningen’ dat wordt uitgevoerd met een subsidie van: Dialoogtafel Groningen.
...
Dit onderzoek maakt deel uit van het onderzoeksprogramma ‘Woningmarktonderzoek aardbevingsgebied Groningen’ dat wordt uitgevoerd met een subsidie van: Dialoogtafel Groningen.
Risico's en verkoopbaarheid van woningen
Een internationale verkenning naar ervaringen met het bepalen van het effect van risico's op prijsvorming op de woningmarkt
Dit onderzoek maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Woningmarktonderzoek aardbevingsgebied Groningen’ dat wordt uitgevoerd met een subsidie van: Dialoogtafel Groningen
...
Dit onderzoek maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Woningmarktonderzoek aardbevingsgebied Groningen’ dat wordt uitgevoerd met een subsidie van: Dialoogtafel Groningen
Report
(2016)
-
PJ Boelhouwer, HJFM Boumeester, F Grisnich, R Ringersma, DA Groetelaers, JSCM Hoekstra, HMH van der Heijden, SJT Jansen, WK Korthals Altes, HW de Wolff, C Simon, F de Haan
Report
(2011)
-
WK Korthals Altes, E Louw, HMH van der Heijden, DA Groetelaers, HJFM Boumeester, P de Vries, CP Dol
Rijkswaterstaat (RWS) werkt aan betrouwbare en bruikbare informatie. Zo duidelijk als het op de website staat, zo onduidelijk is voor veel medewerkers het te voeren databeleid. Allerlei vragen met betrekking tot data en informatie kunnen nu moeilijk worden beantwoord, omdat het onduidelijk is wat het vigerende beleid is dan wel hoe het moet worden uitgevoerd. RWS streeft naar maximale transparantie en openheid, maar tot hoever kan worden gegaan? Deze en andere vragen hebben geleid tot een vraag aan de Data- en ICT Dienst van Rijkswaterstaat om helderheid te verschaffen aan zowel projectleiders als directeuren over het te voeren databeleid. Het databeleid moet een eenduidig uitvoeringskader voor alle natte data bieden. Minister Schultz van Haegen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu maakte op 4 oktober 2011 bekend dat uiterlijk 1 januari 2015 ook alle gegevens van het ministerie van Infrastructuur en Milieu volgens het principe ‘open, tenzij’ beschikbaar komen. Het ministerie zal zo snel mogelijk uitvoering geven aan dit voornemen. Het ‘open, tenzij’ principe zal ook van toepassing zijn op de data van RWS. De exacte invulling van het ‘open, tenzij’ principe moet nog nader worden uitgewerkt. In dit rapport worden de algemene beleidskaders geschetst die van toepassing zijn op RWS data en met name data van de Waterdienst van RWS. Ondanks dat deze beleidskaders veelal een grondslag vinden in wetgeving is er ook enige beleidsruimte die bepaalde keuzevrijheid aan RWS geven. Bij de invulling het ‘open, tenzij’ beleid kan RWS gebruikmaken van de ruimten die het kader biedt. Open data keuze 1: geen intellectuele eigendomsrechten inroepen De beleidsvrijheid die RWS op dit moment heeft is ten eerste om het auteursrecht of databankenrecht voor te behouden. Als RWS besluit deze rechten niet voor te behouden dan kan men dit expliciet maken door bij de publicatie van RWS informatie dan wel bij de levering ervan gebruik te maken van het Publieke Domain Mark van Creative Commons. Indien RWS kiest om wel de intellectuele eigendomsrechten voor te behouden volgt een tweede keuze. RWS kan er dan voor kiezen om daarnaast deze rechten actief, passief of helemaal niet uit te oefenen. Indien RWS kiest voor de laatste optie, kan worden aangesloten bij het open data beleid gebruikmakend van een Creative Commons Zero (CC0) verklaring. Open data keuze 2: hergebruik gratis toestaan zonder gebruiksvoorwaarden Ondanks dat het recht op hergebruik niet eenvoudig op basis van hoofdstuk V-a van de Wob kan worden geëist, kan RWS ervoor kiezen om een verzoek om hergebruik van haar gegevens altijd te honoreren indien deze gegevens ook hadden moeten verstrekt als er een ‘traditioneel’ (art. 3) Wobverzoek was gedaan. De voorwaarden die RWS aan het hergebruik kan stellen zijn in principe slechts wettelijk beperkt tot de eis dat deze voor vergelijkbare categorieën van hergebruik gelijk zijn. Ook kan RWS voor het hergebruik een vergoeding vragen. Conform het open data beleid, zou RWS ervoor kunnen kiezen om geen voorwaarden aan het hergebruik te stellen en zoveel mogelijk informatie gratis te verstrekken. Dit houdt wel in dat de huidige disclaimer niet meer gebruikt wordt. Open data keuze 3: actieve openbaarmaking van RWS data Open data betekent dat de overheid actief haar data openbaar maakt, bijvoorbeeld door het op haar eigen website te zetten of via een portaal toegankelijk te maken. Dit betekent dat voordat data actief openbaar wordt gemaakt er een Wob-openbaarmakingstoets moet plaatsvinden. Voor wat betreft de actieve openbaarmaking van RWS data, kan worden aangesloten bij de verplichtingen volgend uit de INSPIRE-wet- en regelgeving. INSPIRE geeft RWS vele verplichtingen aan de wijze waarop INSPIRE-gegevens en -diensten ter beschikking moeten worden gesteld aan het publiek, Nederlandse overheden, overheden van EU lidstaten en instellingen van de Europese Gemeenschap. Het documenteren van metadata is bijvoorbeeld een verplichting, het gratis ter beschikking stellen van deze metagegevens via een zoekdienst ook. Hetzelfde geldt voor publicatie van deze metagegevens via het nationaal INSPIRE toegangspunt, i.c. het nationaal georegister. Ook moeten de gegevens en diensten zelf geraadpleegd en gedownload kunnen worden. INSPIRE biedt de mogelijkheid om een vergoeding voor deze diensten te vragen en aan het gebruik ervan voorwaarden te verbinden. Deze vergoeding en voorwaarden mogen, binnen het INSPIRE kader, per gebruiksgroep variëren. Conform het open data beleid, kan RWS er echter ook voor kiezen om naast het gebruik van de zoekdiensten, ook het gebruik van de andere diensten (raadpleegdienst, downloaddienst, transformatiedienst en aanroepdienst), zonder onderscheid naar gebruiksgroep, gratis en zonder voorwaarden mogelijk te maken. Uitzonderingen op verplichting tot openbaarmaking Er zijn diverse absolute en relatieve uitzonderingsgronden op basis waarvan geen informatie hoeft te worden verstrekt. Absolute uitzonderingsgronden moeten altijd zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid. Voorbeeld van een absolute grond is het schaden van de veiligheid van de staat. Bij relatieve uitzonderingsgronden gaat het om de afweging van het belang van de openbaarheid ten opzichte van een ander belang. Een voorbeeld van zo’n ander belang is: “het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden” en het belang van “de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer”. Onevenredige bevoordeling of benadeling Ongevalideerde gegevens Voor gegevens die nog in bewerking zijn of die, hoewel gereed, op zichzelf een onvolledig en daardoor vertekend beeld zouden geven, zou negatief op een verzoek tot openbaarmaking kunnen worden besloten op basis van de uitzonderingsgrond onevenredige bevoordeling of benadeling van derden.
...
Rijkswaterstaat (RWS) werkt aan betrouwbare en bruikbare informatie. Zo duidelijk als het op de website staat, zo onduidelijk is voor veel medewerkers het te voeren databeleid. Allerlei vragen met betrekking tot data en informatie kunnen nu moeilijk worden beantwoord, omdat het onduidelijk is wat het vigerende beleid is dan wel hoe het moet worden uitgevoerd. RWS streeft naar maximale transparantie en openheid, maar tot hoever kan worden gegaan? Deze en andere vragen hebben geleid tot een vraag aan de Data- en ICT Dienst van Rijkswaterstaat om helderheid te verschaffen aan zowel projectleiders als directeuren over het te voeren databeleid. Het databeleid moet een eenduidig uitvoeringskader voor alle natte data bieden. Minister Schultz van Haegen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu maakte op 4 oktober 2011 bekend dat uiterlijk 1 januari 2015 ook alle gegevens van het ministerie van Infrastructuur en Milieu volgens het principe ‘open, tenzij’ beschikbaar komen. Het ministerie zal zo snel mogelijk uitvoering geven aan dit voornemen. Het ‘open, tenzij’ principe zal ook van toepassing zijn op de data van RWS. De exacte invulling van het ‘open, tenzij’ principe moet nog nader worden uitgewerkt. In dit rapport worden de algemene beleidskaders geschetst die van toepassing zijn op RWS data en met name data van de Waterdienst van RWS. Ondanks dat deze beleidskaders veelal een grondslag vinden in wetgeving is er ook enige beleidsruimte die bepaalde keuzevrijheid aan RWS geven. Bij de invulling het ‘open, tenzij’ beleid kan RWS gebruikmaken van de ruimten die het kader biedt. Open data keuze 1: geen intellectuele eigendomsrechten inroepen De beleidsvrijheid die RWS op dit moment heeft is ten eerste om het auteursrecht of databankenrecht voor te behouden. Als RWS besluit deze rechten niet voor te behouden dan kan men dit expliciet maken door bij de publicatie van RWS informatie dan wel bij de levering ervan gebruik te maken van het Publieke Domain Mark van Creative Commons. Indien RWS kiest om wel de intellectuele eigendomsrechten voor te behouden volgt een tweede keuze. RWS kan er dan voor kiezen om daarnaast deze rechten actief, passief of helemaal niet uit te oefenen. Indien RWS kiest voor de laatste optie, kan worden aangesloten bij het open data beleid gebruikmakend van een Creative Commons Zero (CC0) verklaring. Open data keuze 2: hergebruik gratis toestaan zonder gebruiksvoorwaarden Ondanks dat het recht op hergebruik niet eenvoudig op basis van hoofdstuk V-a van de Wob kan worden geëist, kan RWS ervoor kiezen om een verzoek om hergebruik van haar gegevens altijd te honoreren indien deze gegevens ook hadden moeten verstrekt als er een ‘traditioneel’ (art. 3) Wobverzoek was gedaan. De voorwaarden die RWS aan het hergebruik kan stellen zijn in principe slechts wettelijk beperkt tot de eis dat deze voor vergelijkbare categorieën van hergebruik gelijk zijn. Ook kan RWS voor het hergebruik een vergoeding vragen. Conform het open data beleid, zou RWS ervoor kunnen kiezen om geen voorwaarden aan het hergebruik te stellen en zoveel mogelijk informatie gratis te verstrekken. Dit houdt wel in dat de huidige disclaimer niet meer gebruikt wordt. Open data keuze 3: actieve openbaarmaking van RWS data Open data betekent dat de overheid actief haar data openbaar maakt, bijvoorbeeld door het op haar eigen website te zetten of via een portaal toegankelijk te maken. Dit betekent dat voordat data actief openbaar wordt gemaakt er een Wob-openbaarmakingstoets moet plaatsvinden. Voor wat betreft de actieve openbaarmaking van RWS data, kan worden aangesloten bij de verplichtingen volgend uit de INSPIRE-wet- en regelgeving. INSPIRE geeft RWS vele verplichtingen aan de wijze waarop INSPIRE-gegevens en -diensten ter beschikking moeten worden gesteld aan het publiek, Nederlandse overheden, overheden van EU lidstaten en instellingen van de Europese Gemeenschap. Het documenteren van metadata is bijvoorbeeld een verplichting, het gratis ter beschikking stellen van deze metagegevens via een zoekdienst ook. Hetzelfde geldt voor publicatie van deze metagegevens via het nationaal INSPIRE toegangspunt, i.c. het nationaal georegister. Ook moeten de gegevens en diensten zelf geraadpleegd en gedownload kunnen worden. INSPIRE biedt de mogelijkheid om een vergoeding voor deze diensten te vragen en aan het gebruik ervan voorwaarden te verbinden. Deze vergoeding en voorwaarden mogen, binnen het INSPIRE kader, per gebruiksgroep variëren. Conform het open data beleid, kan RWS er echter ook voor kiezen om naast het gebruik van de zoekdiensten, ook het gebruik van de andere diensten (raadpleegdienst, downloaddienst, transformatiedienst en aanroepdienst), zonder onderscheid naar gebruiksgroep, gratis en zonder voorwaarden mogelijk te maken. Uitzonderingen op verplichting tot openbaarmaking Er zijn diverse absolute en relatieve uitzonderingsgronden op basis waarvan geen informatie hoeft te worden verstrekt. Absolute uitzonderingsgronden moeten altijd zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid. Voorbeeld van een absolute grond is het schaden van de veiligheid van de staat. Bij relatieve uitzonderingsgronden gaat het om de afweging van het belang van de openbaarheid ten opzichte van een ander belang. Een voorbeeld van zo’n ander belang is: “het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden” en het belang van “de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer”. Onevenredige bevoordeling of benadeling Ongevalideerde gegevens Voor gegevens die nog in bewerking zijn of die, hoewel gereed, op zichzelf een onvolledig en daardoor vertekend beeld zouden geven, zou negatief op een verzoek tot openbaarmaking kunnen worden besloten op basis van de uitzonderingsgrond onevenredige bevoordeling of benadeling van derden.
Regionaal kostenverhaal bij gebiedsontwikkeling
Een analyse van overwegingen binnen praktijkprojecten in het perspectief van de Grondexploitatiewet
Al een aantal jaren kampt de opleiding Geodesie van de TU Delft met te !age instroomcijfers, met een dieptepunt in 2001 van zeven eerstejaars. Toch wordt er van alles gedaan op het terrein van studievoorlichting. Naast de voorlichtingsdagen waar de hele TU aan meedoet, is Geodesie actief in het organiseren van meeloopdagen, scholenbezoeken, projecten voor scholieren in het kader van Orientatie op Studie en Beroep, en her verspreiden van folders en posters. Toch werpen die activiteiten niet de gewenste vruchten af. Waar ligt dat aan, en belangrijker, wat doen we eraan?
...
Al een aantal jaren kampt de opleiding Geodesie van de TU Delft met te !age instroomcijfers, met een dieptepunt in 2001 van zeven eerstejaars. Toch wordt er van alles gedaan op het terrein van studievoorlichting. Naast de voorlichtingsdagen waar de hele TU aan meedoet, is Geodesie actief in het organiseren van meeloopdagen, scholenbezoeken, projecten voor scholieren in het kader van Orientatie op Studie en Beroep, en her verspreiden van folders en posters. Toch werpen die activiteiten niet de gewenste vruchten af. Waar ligt dat aan, en belangrijker, wat doen we eraan?
In juli 1996 is de gewijzigde Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) in werking getreden. De wijziging maakt het mogelijk dat een groot aantal gemeenten een voorkeursrecht kan vestigen voor te realiseren uitbreidingslocaties.
Bij de wetswijziging is bepaald dat binnen vier jaar na inwerkingtreding van de wet de minister aan de Tweede Kamer een verslag zendt over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk. Het hieraan ten grondslag liggende evaluatieonderzoek is gesplitst in twee fasen; in de eerste helft van 1998 heeft vooronderzoek plaatsgevonden naar de eerste ervaringen met de Wvg en is in het verlengde hiervan een aanzet gegeven voor de aanpak van het evaluatieonderzoek.
Dit evaluatieonderzoek is, in opdracht van de Rijksplanologische Dienst, van december 1999 tot april 2000 uitgevoerd door de sectie Geo-informatie en Grondbeleid van de afdeling Geodesie van de TU Delft. Van dit onderzoek wordt in dit rapport deels verslag gedaan. In een tweede rapport wordt met name ingegaan op aanbevelingen naar aanleiding van de in kaart gebrachte effecten in het evaluatie-onderzoek.
...
In juli 1996 is de gewijzigde Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) in werking getreden. De wijziging maakt het mogelijk dat een groot aantal gemeenten een voorkeursrecht kan vestigen voor te realiseren uitbreidingslocaties.
Bij de wetswijziging is bepaald dat binnen vier jaar na inwerkingtreding van de wet de minister aan de Tweede Kamer een verslag zendt over de doeltreffendheid en de effecten van de wet in de praktijk. Het hieraan ten grondslag liggende evaluatieonderzoek is gesplitst in twee fasen; in de eerste helft van 1998 heeft vooronderzoek plaatsgevonden naar de eerste ervaringen met de Wvg en is in het verlengde hiervan een aanzet gegeven voor de aanpak van het evaluatieonderzoek.
Dit evaluatieonderzoek is, in opdracht van de Rijksplanologische Dienst, van december 1999 tot april 2000 uitgevoerd door de sectie Geo-informatie en Grondbeleid van de afdeling Geodesie van de TU Delft. Van dit onderzoek wordt in dit rapport deels verslag gedaan. In een tweede rapport wordt met name ingegaan op aanbevelingen naar aanleiding van de in kaart gebrachte effecten in het evaluatie-onderzoek.