LG

L.J.J.H.M. Gommans

info

Please Note

7 records found

Journal article (2025) - Maeva Dang, Leo Gommans, Andy van den Dobbelsteen, Paul Voskuilen
Purpose
The municipality of Amsterdam has ambitious goals to be natural gas-free by 2040. A major challenge is the heat transition of the historical centre, which dates to the early 17th century and is in parts listed as a UNESCO World Heritage site. The purpose of this paper is to introduce a design workflow that can aid in designing future scenarios for the transition of historic city centres. Inspired by the New Stepped Strategy, the workflow is based on Geographic Information System (GIS) data, bottom-up energy modelling and parametric tools and presents the results in a neighborhood of Amsterdam city centre.

Design/methodology/approach
The first step is the identification of conservation-compatible retrofit packages, allowing buildings to be heated at lower temperatures, while preserving historic values, improving indoor thermal comfort and minimising environmental impact. Best-balanced retrofitting scenarios are subsequently integrated within the broader urban context, considering opportunities for reusing energy waste streams and producing energy from local, low-temperature sources. In the end, optimal energy balance along with the strategic integration of thermal storage systems is assessed and used as input for the configuration of local heat and cold grids.

Findings
By combining expertise in architecture and energy planning, the workflow supports the exploration of scenarios that align heritage conservation with sustainable heat transition objectives.

Originality/value
The paper describes how this can provide essential information to local stakeholders and citizens groups, guiding them on the necessary steps to drive the collective transition to sustainable heating and cooling in historic urban areas. ...

Roadshow voor een roadmap energietransitie van Elburg en Zutphen

By the year 2040, Amsterdam aims to be independent from natural gas, and by 2050 the entire city needs to be carbon neutral; to meet these ambitions it is crucial to define a long-term strategy for the historical city centre, the area with the highest heat demand density. The inner city, designated as UNESCO World Heritage site, is now mainly served by natural gas boilers and an extensive energy renovation is difficult due the lack of space and the monumental status of many buildings. The project presented intends to support the municipality in identifying energy measures allowing for maximum impact while preserving the city’s historic and aesthetic values. By identifying key recommendations and collective measures, the work proposes a generic approach on energy retrofit decisions for historical buildings and it explores opportunities for sustainable heating solutions available locally, such as aquathermal energy from canal water, residual heat and other forms of low-temperature heat. The research contributes to develop knowledge for the gradual energy transition of the historical city centre of Amsterdam but ultimately, the planning approach can be applied to similar urban areas. ...
This report presents the energy and carbon performance of combined measures for the Green Light District, as explored in the reports called Reduce, Reuse, and Produce. ...

Ervaringen en stellingnames na een vierjarige samenwerking tussen de Provincie Gelderland en de TU Delft faculteit Bouwkunde 2017 - 2021

Deze publicatie is een weerslag van de uitkomsten van het KaDEr-project (Karakteristiek Duurzaam Erfgoed) dat de TU Delft in opdracht van en in samenwerking met de Provincie Gelderland heeft uitgevoerd. De lezer wordt meegenomen in de zoektocht om invulling te geven aan de relatie wetenschap, praktijk en beleid rondom duurzaam erfgoed op verschillende schaalniveaus. Aan de hand van acht bijdragen wordt gereflecteerd op het proces en de uitkomsten. De auteurs gaan in op een thema dat gedurende de afgelopen vier jaar aan de orde is geweest. Ook nemen zij stelling in met betrekking tot het debat dat naar aanleiding van dit thema gevoerd is en in veel gevallen nog verder gevoerd kan worden. Daarnaast hebben we een aantal meer zijdelings betrokkenen gevraagd om stelling te nemen met een uitspraak naar aanleiding van hun ervaringen tijdens het project.

Het KaDEr-project omvatte na een intensieve voorbereiding vier kalenderjaren. We denken dat op het onderdelen nog een vervolg behoeft. KaDEr staat dus voor Karakteristiek Duurzaam Erfgoed en in het project is gewerkt aan energetische duurzaamheid, financieel gezond perspectief, functioneel gebruik en het borgen kennis op lange termijn. Het project zelf werd opgebouwd rond vier Living Labs om theorie en praktijk aan elkaar te koppelen:
 Living Lab XL-Stad: Zutphen, Winterswijk en Elburg. Daarbij droegen we vanuit KaDEr bij aan een onderzoek naar Kerkenvisies en de Energietransitie voor diverse gemeenten;
 Living Lab L-Stad: Landgoederen, waar het Baaksebeek-gebied en Gelders Arcadië centraal stonden en het onderzoek resulteerde in de betreffende Ontwerpatlas;
 Living Lab M-Typologie: Kerken. Nationaal en regionaal een opgave die veel aandacht kreeg de afgelopen vier jaar. Specifiek keken wij vanuit KaDEr naar het functioneren van Energiescans en de Financiële Duurzaamheid aan de hand van de Eusebiuskerk in Arnhem en de Stevenskerk in Nijmegen;
 Living Lab S-Gebouw: Reuversweerd. Een (bouw)locatie die we vier jaar lang intensief hebben gevolgd en waar alle partijen veel van hebben geleerd. We hebben daarnaast onderzoek gedaan naar Afwegingsmodellen voor het verduurzamen van monumenten en de Gevolgen van het na-isoleren van monumenten met binnenisolatie.

Er werden binnen de Living Labs en deelonderzoeken diverse overkoepelende thema’s aan de orde gesteld en beproefd en daar is lering uitgetrokken. Dit heeft zich ook vertaald in het gaandeweg aanpassen van de aanpak en in de voorbereiding van nieuw beleid. Het geeft ook aanleiding om op lange termijn zaken anders te gaan doen. Wat er is geleerd en waar bijgestuurd kan worden is in acht hoofdstukken samengevat. We reflecteren op het proces van het KaDEr-project. We geven adviezen voor het bijsturen van beleid. Een visie op de toekomst, vanuit de provincie zelf, komt vervolgens aan de orde. Tijdens de vier jaren van uitvoering van het project is er op diverse schaalgebieden geacteerd.

Op het grote schaalgebied is met het Living Lab L-Gebied (Landgoederen), een koppeling met het Europese Innocastle project gemaakt. Daar hebben ook ontwerpprojecten met studenten plaatsgevonden en er is een Ontwerpatlas samengesteld.

Het leren van elkaar stond van het begin af aan bij het KaDEr-project centraal Samen met het Gelders Restauratie Centrum en de Monumentenwacht Gelderland zijn er onderwerpen via kennisoverdracht en workshops uitgewerkt. Via de koppeling van onderwijs aan bijvoorbeeld de stad werd in het Living Lab XL-Stad tussen studenten, gemeenteambtenaren en gebouweigenaren samengewerkt om van elkaar te leren.

Bijzonder is het kerkelijk erfgoed en de wijze waarop de Kerkenvisie als instrument een rol zal spelen bij de herontwikkeling van kerken. Dit is in de praktijk samen met drie gemeenten uit de Oost-Achterhoek uitgewerkt. In het KaDEr project komen zo theorie en praktijk mooi samen. Concreet kunnen en zullen beslissingen op het schaalgebied van gebouw en materiaalgebruik belangrijke gevolgen hebben voor opdrachtverlening, uitvoering, instandhouding en subsidieverstrekking aan erfgoed.

Door alle schalen heen richtten we steeds de blik op de toekomst. Daarbij kunnen we aan de energietransitie, die steeds urgenter wordt, niet voorbijgaan. Daar ligt zeker voor historische binnensteden een uitdaging. In twee gemeenten is hiervoor een inspirerende driedaagse ‘roadshow’ gehouden en is een energietransitie roadmap uitgewerkt.

Het KaDEr-project heeft geleid tot een veelheid aan leerzame ervaringen die nu in de nabije de toekomst kunnen inspireren en hun weerslag krijgen in provinciaal beleid dat een duurzame instandhouding van monumentaal erfgoed binnen de provincie Gelderland een stap verder brengt. Duurzame instandhouding biedt een visie op de lange termijn en is de basis voor een maatschappelijk verantwoorde werkwijze.

Het KaDEr-project kon alleen tot stand komen door een goede samenwerking tussen en vele krachtsinspanningen van vele partijen en personen. Namens de TU Delft bedankt de redactie van de publicatie KaDEr-stellingen alle betrokken personen bij de provincie Gelderland, de gemeenteambtenaren in Zutphen, Elburg, Winterswijk, Aalten en Oost-Gelre, de partners van de Gelderse Erfgoed Alliantie, de monumenteneigenaren en hun architecten, adviseurs en projectleiders op locatie en met name die op Reuversweerd. Daarnaast was het succes van KaDEr niet mogelijk geweest zonder de inzet van docenten, onderzoekers vanuit drie afdelingen van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft en de vele studenten die vier jaar lang aan het project hebben gewerkt en het tot een inspirerend en leerzaam geheel hebben gemaakt.
...
This document represents deliverable 2.6 of the PLANHEAT project, a result of task 2.2.2 on unconventional sources, part of Work Package 2 on the Mapping Module. The purpose of this task is to develop simple and detailed models for mapping local energy sources and to allocate and map sources and information (heating and cooling factor). ...