S. Naldini
Please Note
19 records found
1
Assessing Salt-Induced Degradation in Historic Timber-Masonry Buildings Using Micro-Drilling
A Dutch Soda Factory Case Study
Traditional wooden foundation piles in Amsterdam and Venice
Techniques for the assessment of their state of conservation
Legislation and practice
The case of historic concrete buildings
Purpose: Only recently have historic concrete buildings received attention and the need for their protection has been understood. Their listing as architectural heritage in most countries is ruled by legislations. The research carried out within the framework of the CONSECH20 JPI project on the conservation of historic concrete buildings in the Czech Republic, Cyprus, Italy and the Netherlands has allowed to study the legislations in the four aforementioned countries and how these are brought to practice. This paper aims at the evaluation of these legislations and of their function in practice. Design/methodology/approach: The legislations have been examined focussing on the protection of historic buildings and the guidelines to achieve a correct technical conservation. These were assessed in practical situations. The situations of the four countries were studied and the parameters used allowed comparisons. Findings: Concrete buildings are at risk and the guidelines should be further developed to meet actual conservation needs, including historical and aesthetical compatibility. The re-use of listed concrete buildings often means transforming and adapting these to a variety of modern needs and norms: the complexity of this assignment asks for a multidisciplinary teamwork. The bottom-up Dutch programme for quality in conservation, striving to bring ethical and technological principles to practice, could be a sound basis for developing respectful conservation strategies of heritage concrete buildings. Research limitations/implications: The research concerns the four countries involved in the CONSECH30 project and could be extended to include more countries. Practical implications: More stakeholders have to be involved in the process of conservation and transformation of heritage concrete buildings. This should be directed by the legislation. Social implications: No direct social implications are foreseen from the outcome of the research. However, the suggestion is made that social involvement is essential in planning concrete building transformations. Originality/value: The study focussed on the application of theory (the legislation) to practice (thus showing the limits of the legislation), which is an innovative way of contributing to the conservation of historic concrete buildings.
Decay Patterns And Damage Processes Of Historic Concrete
A Survey In The Netherlands
Karakteristiek Duurzaam Erfgoed in Gelderland: KaDEr-stellingen
Ervaringen en stellingnames na een vierjarige samenwerking tussen de Provincie Gelderland en de TU Delft faculteit Bouwkunde 2017 - 2021
Het KaDEr-project omvatte na een intensieve voorbereiding vier kalenderjaren. We denken dat op het onderdelen nog een vervolg behoeft. KaDEr staat dus voor Karakteristiek Duurzaam Erfgoed en in het project is gewerkt aan energetische duurzaamheid, financieel gezond perspectief, functioneel gebruik en het borgen kennis op lange termijn. Het project zelf werd opgebouwd rond vier Living Labs om theorie en praktijk aan elkaar te koppelen:
Living Lab XL-Stad: Zutphen, Winterswijk en Elburg. Daarbij droegen we vanuit KaDEr bij aan een onderzoek naar Kerkenvisies en de Energietransitie voor diverse gemeenten;
Living Lab L-Stad: Landgoederen, waar het Baaksebeek-gebied en Gelders Arcadië centraal stonden en het onderzoek resulteerde in de betreffende Ontwerpatlas;
Living Lab M-Typologie: Kerken. Nationaal en regionaal een opgave die veel aandacht kreeg de afgelopen vier jaar. Specifiek keken wij vanuit KaDEr naar het functioneren van Energiescans en de Financiële Duurzaamheid aan de hand van de Eusebiuskerk in Arnhem en de Stevenskerk in Nijmegen;
Living Lab S-Gebouw: Reuversweerd. Een (bouw)locatie die we vier jaar lang intensief hebben gevolgd en waar alle partijen veel van hebben geleerd. We hebben daarnaast onderzoek gedaan naar Afwegingsmodellen voor het verduurzamen van monumenten en de Gevolgen van het na-isoleren van monumenten met binnenisolatie.
Er werden binnen de Living Labs en deelonderzoeken diverse overkoepelende thema’s aan de orde gesteld en beproefd en daar is lering uitgetrokken. Dit heeft zich ook vertaald in het gaandeweg aanpassen van de aanpak en in de voorbereiding van nieuw beleid. Het geeft ook aanleiding om op lange termijn zaken anders te gaan doen. Wat er is geleerd en waar bijgestuurd kan worden is in acht hoofdstukken samengevat. We reflecteren op het proces van het KaDEr-project. We geven adviezen voor het bijsturen van beleid. Een visie op de toekomst, vanuit de provincie zelf, komt vervolgens aan de orde. Tijdens de vier jaren van uitvoering van het project is er op diverse schaalgebieden geacteerd.
Op het grote schaalgebied is met het Living Lab L-Gebied (Landgoederen), een koppeling met het Europese Innocastle project gemaakt. Daar hebben ook ontwerpprojecten met studenten plaatsgevonden en er is een Ontwerpatlas samengesteld.
Het leren van elkaar stond van het begin af aan bij het KaDEr-project centraal Samen met het Gelders Restauratie Centrum en de Monumentenwacht Gelderland zijn er onderwerpen via kennisoverdracht en workshops uitgewerkt. Via de koppeling van onderwijs aan bijvoorbeeld de stad werd in het Living Lab XL-Stad tussen studenten, gemeenteambtenaren en gebouweigenaren samengewerkt om van elkaar te leren.
Bijzonder is het kerkelijk erfgoed en de wijze waarop de Kerkenvisie als instrument een rol zal spelen bij de herontwikkeling van kerken. Dit is in de praktijk samen met drie gemeenten uit de Oost-Achterhoek uitgewerkt. In het KaDEr project komen zo theorie en praktijk mooi samen. Concreet kunnen en zullen beslissingen op het schaalgebied van gebouw en materiaalgebruik belangrijke gevolgen hebben voor opdrachtverlening, uitvoering, instandhouding en subsidieverstrekking aan erfgoed.
Door alle schalen heen richtten we steeds de blik op de toekomst. Daarbij kunnen we aan de energietransitie, die steeds urgenter wordt, niet voorbijgaan. Daar ligt zeker voor historische binnensteden een uitdaging. In twee gemeenten is hiervoor een inspirerende driedaagse ‘roadshow’ gehouden en is een energietransitie roadmap uitgewerkt.
Het KaDEr-project heeft geleid tot een veelheid aan leerzame ervaringen die nu in de nabije de toekomst kunnen inspireren en hun weerslag krijgen in provinciaal beleid dat een duurzame instandhouding van monumentaal erfgoed binnen de provincie Gelderland een stap verder brengt. Duurzame instandhouding biedt een visie op de lange termijn en is de basis voor een maatschappelijk verantwoorde werkwijze.
Het KaDEr-project kon alleen tot stand komen door een goede samenwerking tussen en vele krachtsinspanningen van vele partijen en personen. Namens de TU Delft bedankt de redactie van de publicatie KaDEr-stellingen alle betrokken personen bij de provincie Gelderland, de gemeenteambtenaren in Zutphen, Elburg, Winterswijk, Aalten en Oost-Gelre, de partners van de Gelderse Erfgoed Alliantie, de monumenteneigenaren en hun architecten, adviseurs en projectleiders op locatie en met name die op Reuversweerd. Daarnaast was het succes van KaDEr niet mogelijk geweest zonder de inzet van docenten, onderzoekers vanuit drie afdelingen van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft en de vele studenten die vier jaar lang aan het project hebben gewerkt en het tot een inspirerend en leerzaam geheel hebben gemaakt.
...
Het KaDEr-project omvatte na een intensieve voorbereiding vier kalenderjaren. We denken dat op het onderdelen nog een vervolg behoeft. KaDEr staat dus voor Karakteristiek Duurzaam Erfgoed en in het project is gewerkt aan energetische duurzaamheid, financieel gezond perspectief, functioneel gebruik en het borgen kennis op lange termijn. Het project zelf werd opgebouwd rond vier Living Labs om theorie en praktijk aan elkaar te koppelen:
Living Lab XL-Stad: Zutphen, Winterswijk en Elburg. Daarbij droegen we vanuit KaDEr bij aan een onderzoek naar Kerkenvisies en de Energietransitie voor diverse gemeenten;
Living Lab L-Stad: Landgoederen, waar het Baaksebeek-gebied en Gelders Arcadië centraal stonden en het onderzoek resulteerde in de betreffende Ontwerpatlas;
Living Lab M-Typologie: Kerken. Nationaal en regionaal een opgave die veel aandacht kreeg de afgelopen vier jaar. Specifiek keken wij vanuit KaDEr naar het functioneren van Energiescans en de Financiële Duurzaamheid aan de hand van de Eusebiuskerk in Arnhem en de Stevenskerk in Nijmegen;
Living Lab S-Gebouw: Reuversweerd. Een (bouw)locatie die we vier jaar lang intensief hebben gevolgd en waar alle partijen veel van hebben geleerd. We hebben daarnaast onderzoek gedaan naar Afwegingsmodellen voor het verduurzamen van monumenten en de Gevolgen van het na-isoleren van monumenten met binnenisolatie.
Er werden binnen de Living Labs en deelonderzoeken diverse overkoepelende thema’s aan de orde gesteld en beproefd en daar is lering uitgetrokken. Dit heeft zich ook vertaald in het gaandeweg aanpassen van de aanpak en in de voorbereiding van nieuw beleid. Het geeft ook aanleiding om op lange termijn zaken anders te gaan doen. Wat er is geleerd en waar bijgestuurd kan worden is in acht hoofdstukken samengevat. We reflecteren op het proces van het KaDEr-project. We geven adviezen voor het bijsturen van beleid. Een visie op de toekomst, vanuit de provincie zelf, komt vervolgens aan de orde. Tijdens de vier jaren van uitvoering van het project is er op diverse schaalgebieden geacteerd.
Op het grote schaalgebied is met het Living Lab L-Gebied (Landgoederen), een koppeling met het Europese Innocastle project gemaakt. Daar hebben ook ontwerpprojecten met studenten plaatsgevonden en er is een Ontwerpatlas samengesteld.
Het leren van elkaar stond van het begin af aan bij het KaDEr-project centraal Samen met het Gelders Restauratie Centrum en de Monumentenwacht Gelderland zijn er onderwerpen via kennisoverdracht en workshops uitgewerkt. Via de koppeling van onderwijs aan bijvoorbeeld de stad werd in het Living Lab XL-Stad tussen studenten, gemeenteambtenaren en gebouweigenaren samengewerkt om van elkaar te leren.
Bijzonder is het kerkelijk erfgoed en de wijze waarop de Kerkenvisie als instrument een rol zal spelen bij de herontwikkeling van kerken. Dit is in de praktijk samen met drie gemeenten uit de Oost-Achterhoek uitgewerkt. In het KaDEr project komen zo theorie en praktijk mooi samen. Concreet kunnen en zullen beslissingen op het schaalgebied van gebouw en materiaalgebruik belangrijke gevolgen hebben voor opdrachtverlening, uitvoering, instandhouding en subsidieverstrekking aan erfgoed.
Door alle schalen heen richtten we steeds de blik op de toekomst. Daarbij kunnen we aan de energietransitie, die steeds urgenter wordt, niet voorbijgaan. Daar ligt zeker voor historische binnensteden een uitdaging. In twee gemeenten is hiervoor een inspirerende driedaagse ‘roadshow’ gehouden en is een energietransitie roadmap uitgewerkt.
Het KaDEr-project heeft geleid tot een veelheid aan leerzame ervaringen die nu in de nabije de toekomst kunnen inspireren en hun weerslag krijgen in provinciaal beleid dat een duurzame instandhouding van monumentaal erfgoed binnen de provincie Gelderland een stap verder brengt. Duurzame instandhouding biedt een visie op de lange termijn en is de basis voor een maatschappelijk verantwoorde werkwijze.
Het KaDEr-project kon alleen tot stand komen door een goede samenwerking tussen en vele krachtsinspanningen van vele partijen en personen. Namens de TU Delft bedankt de redactie van de publicatie KaDEr-stellingen alle betrokken personen bij de provincie Gelderland, de gemeenteambtenaren in Zutphen, Elburg, Winterswijk, Aalten en Oost-Gelre, de partners van de Gelderse Erfgoed Alliantie, de monumenteneigenaren en hun architecten, adviseurs en projectleiders op locatie en met name die op Reuversweerd. Daarnaast was het succes van KaDEr niet mogelijk geweest zonder de inzet van docenten, onderzoekers vanuit drie afdelingen van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft en de vele studenten die vier jaar lang aan het project hebben gewerkt en het tot een inspirerend en leerzaam geheel hebben gemaakt.
State of Conservation of Concrete Heritage Buildings
A European Screening
Quality of restoration of monuments
The role of Monumentenwacht
Age and ageing can be felt as negative occurrences. For monuments, however, old age is traditionally considered to be a positive quality. Without a certain age, the designation "monument" hardly applies. Ageing can be seen as the work of time, which has always been valued: ageing was sometimes even artificially induced in the past. In this paper, we will discuss the meaning of ageing in monumental buildings. The fact that, in the case of interventions in monuments, a perpetual service life is strived for, but restoration ethics clearly put limitations on what can be done can lead to dilemmas and can make it difficult to make decisions. Cases will be discussed to derive some criteria to base interventions upon, seeking a balance between merely preventive conservation and rejuvenating practices.