N.J. Clarke
Please Note
26 records found
1
The CMP provides advice to all parties concerned, based on studies of the building concerning the Cultural Building History; Use and Safety; Concrete Structures and Surfaces; Energy and services; and Public (Outdoor) Spaces.
The CMP however is not a plan for renovation, restauration or modernization of the Aula Building. The advice provides considerations and principles to be used when a plan for the building is developed.
...
The CMP provides advice to all parties concerned, based on studies of the building concerning the Cultural Building History; Use and Safety; Concrete Structures and Surfaces; Energy and services; and Public (Outdoor) Spaces.
The CMP however is not a plan for renovation, restauration or modernization of the Aula Building. The advice provides considerations and principles to be used when a plan for the building is developed.
Disease and design in twentieth-century South Africa
Exploring the consequences of the 1918–19 Spanish Flu pandemic through contributions of émigré Dutch architects
Acknowledging the Dignity of Architectural Heritage
Adding a Fourth Virtue to the Vitruvian Triad
KaDEr | rEflectie
Eindrapportage KaDEr Gelderland project | fase 1 en 2 | 2017 - 2021
Two Pioneering Female Architects in South Africa
Gertruida Brinkman and Eleanor Ferguson
Heritage as commons
Implications for classification, design, and management
Karakteristiek Duurzaam Erfgoed in Gelderland: KaDEr-stellingen
Ervaringen en stellingnames na een vierjarige samenwerking tussen de Provincie Gelderland en de TU Delft faculteit Bouwkunde 2017 - 2021
Het KaDEr-project omvatte na een intensieve voorbereiding vier kalenderjaren. We denken dat op het onderdelen nog een vervolg behoeft. KaDEr staat dus voor Karakteristiek Duurzaam Erfgoed en in het project is gewerkt aan energetische duurzaamheid, financieel gezond perspectief, functioneel gebruik en het borgen kennis op lange termijn. Het project zelf werd opgebouwd rond vier Living Labs om theorie en praktijk aan elkaar te koppelen:
Living Lab XL-Stad: Zutphen, Winterswijk en Elburg. Daarbij droegen we vanuit KaDEr bij aan een onderzoek naar Kerkenvisies en de Energietransitie voor diverse gemeenten;
Living Lab L-Stad: Landgoederen, waar het Baaksebeek-gebied en Gelders Arcadië centraal stonden en het onderzoek resulteerde in de betreffende Ontwerpatlas;
Living Lab M-Typologie: Kerken. Nationaal en regionaal een opgave die veel aandacht kreeg de afgelopen vier jaar. Specifiek keken wij vanuit KaDEr naar het functioneren van Energiescans en de Financiële Duurzaamheid aan de hand van de Eusebiuskerk in Arnhem en de Stevenskerk in Nijmegen;
Living Lab S-Gebouw: Reuversweerd. Een (bouw)locatie die we vier jaar lang intensief hebben gevolgd en waar alle partijen veel van hebben geleerd. We hebben daarnaast onderzoek gedaan naar Afwegingsmodellen voor het verduurzamen van monumenten en de Gevolgen van het na-isoleren van monumenten met binnenisolatie.
Er werden binnen de Living Labs en deelonderzoeken diverse overkoepelende thema’s aan de orde gesteld en beproefd en daar is lering uitgetrokken. Dit heeft zich ook vertaald in het gaandeweg aanpassen van de aanpak en in de voorbereiding van nieuw beleid. Het geeft ook aanleiding om op lange termijn zaken anders te gaan doen. Wat er is geleerd en waar bijgestuurd kan worden is in acht hoofdstukken samengevat. We reflecteren op het proces van het KaDEr-project. We geven adviezen voor het bijsturen van beleid. Een visie op de toekomst, vanuit de provincie zelf, komt vervolgens aan de orde. Tijdens de vier jaren van uitvoering van het project is er op diverse schaalgebieden geacteerd.
Op het grote schaalgebied is met het Living Lab L-Gebied (Landgoederen), een koppeling met het Europese Innocastle project gemaakt. Daar hebben ook ontwerpprojecten met studenten plaatsgevonden en er is een Ontwerpatlas samengesteld.
Het leren van elkaar stond van het begin af aan bij het KaDEr-project centraal Samen met het Gelders Restauratie Centrum en de Monumentenwacht Gelderland zijn er onderwerpen via kennisoverdracht en workshops uitgewerkt. Via de koppeling van onderwijs aan bijvoorbeeld de stad werd in het Living Lab XL-Stad tussen studenten, gemeenteambtenaren en gebouweigenaren samengewerkt om van elkaar te leren.
Bijzonder is het kerkelijk erfgoed en de wijze waarop de Kerkenvisie als instrument een rol zal spelen bij de herontwikkeling van kerken. Dit is in de praktijk samen met drie gemeenten uit de Oost-Achterhoek uitgewerkt. In het KaDEr project komen zo theorie en praktijk mooi samen. Concreet kunnen en zullen beslissingen op het schaalgebied van gebouw en materiaalgebruik belangrijke gevolgen hebben voor opdrachtverlening, uitvoering, instandhouding en subsidieverstrekking aan erfgoed.
Door alle schalen heen richtten we steeds de blik op de toekomst. Daarbij kunnen we aan de energietransitie, die steeds urgenter wordt, niet voorbijgaan. Daar ligt zeker voor historische binnensteden een uitdaging. In twee gemeenten is hiervoor een inspirerende driedaagse ‘roadshow’ gehouden en is een energietransitie roadmap uitgewerkt.
Het KaDEr-project heeft geleid tot een veelheid aan leerzame ervaringen die nu in de nabije de toekomst kunnen inspireren en hun weerslag krijgen in provinciaal beleid dat een duurzame instandhouding van monumentaal erfgoed binnen de provincie Gelderland een stap verder brengt. Duurzame instandhouding biedt een visie op de lange termijn en is de basis voor een maatschappelijk verantwoorde werkwijze.
Het KaDEr-project kon alleen tot stand komen door een goede samenwerking tussen en vele krachtsinspanningen van vele partijen en personen. Namens de TU Delft bedankt de redactie van de publicatie KaDEr-stellingen alle betrokken personen bij de provincie Gelderland, de gemeenteambtenaren in Zutphen, Elburg, Winterswijk, Aalten en Oost-Gelre, de partners van de Gelderse Erfgoed Alliantie, de monumenteneigenaren en hun architecten, adviseurs en projectleiders op locatie en met name die op Reuversweerd. Daarnaast was het succes van KaDEr niet mogelijk geweest zonder de inzet van docenten, onderzoekers vanuit drie afdelingen van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft en de vele studenten die vier jaar lang aan het project hebben gewerkt en het tot een inspirerend en leerzaam geheel hebben gemaakt.
...
Het KaDEr-project omvatte na een intensieve voorbereiding vier kalenderjaren. We denken dat op het onderdelen nog een vervolg behoeft. KaDEr staat dus voor Karakteristiek Duurzaam Erfgoed en in het project is gewerkt aan energetische duurzaamheid, financieel gezond perspectief, functioneel gebruik en het borgen kennis op lange termijn. Het project zelf werd opgebouwd rond vier Living Labs om theorie en praktijk aan elkaar te koppelen:
Living Lab XL-Stad: Zutphen, Winterswijk en Elburg. Daarbij droegen we vanuit KaDEr bij aan een onderzoek naar Kerkenvisies en de Energietransitie voor diverse gemeenten;
Living Lab L-Stad: Landgoederen, waar het Baaksebeek-gebied en Gelders Arcadië centraal stonden en het onderzoek resulteerde in de betreffende Ontwerpatlas;
Living Lab M-Typologie: Kerken. Nationaal en regionaal een opgave die veel aandacht kreeg de afgelopen vier jaar. Specifiek keken wij vanuit KaDEr naar het functioneren van Energiescans en de Financiële Duurzaamheid aan de hand van de Eusebiuskerk in Arnhem en de Stevenskerk in Nijmegen;
Living Lab S-Gebouw: Reuversweerd. Een (bouw)locatie die we vier jaar lang intensief hebben gevolgd en waar alle partijen veel van hebben geleerd. We hebben daarnaast onderzoek gedaan naar Afwegingsmodellen voor het verduurzamen van monumenten en de Gevolgen van het na-isoleren van monumenten met binnenisolatie.
Er werden binnen de Living Labs en deelonderzoeken diverse overkoepelende thema’s aan de orde gesteld en beproefd en daar is lering uitgetrokken. Dit heeft zich ook vertaald in het gaandeweg aanpassen van de aanpak en in de voorbereiding van nieuw beleid. Het geeft ook aanleiding om op lange termijn zaken anders te gaan doen. Wat er is geleerd en waar bijgestuurd kan worden is in acht hoofdstukken samengevat. We reflecteren op het proces van het KaDEr-project. We geven adviezen voor het bijsturen van beleid. Een visie op de toekomst, vanuit de provincie zelf, komt vervolgens aan de orde. Tijdens de vier jaren van uitvoering van het project is er op diverse schaalgebieden geacteerd.
Op het grote schaalgebied is met het Living Lab L-Gebied (Landgoederen), een koppeling met het Europese Innocastle project gemaakt. Daar hebben ook ontwerpprojecten met studenten plaatsgevonden en er is een Ontwerpatlas samengesteld.
Het leren van elkaar stond van het begin af aan bij het KaDEr-project centraal Samen met het Gelders Restauratie Centrum en de Monumentenwacht Gelderland zijn er onderwerpen via kennisoverdracht en workshops uitgewerkt. Via de koppeling van onderwijs aan bijvoorbeeld de stad werd in het Living Lab XL-Stad tussen studenten, gemeenteambtenaren en gebouweigenaren samengewerkt om van elkaar te leren.
Bijzonder is het kerkelijk erfgoed en de wijze waarop de Kerkenvisie als instrument een rol zal spelen bij de herontwikkeling van kerken. Dit is in de praktijk samen met drie gemeenten uit de Oost-Achterhoek uitgewerkt. In het KaDEr project komen zo theorie en praktijk mooi samen. Concreet kunnen en zullen beslissingen op het schaalgebied van gebouw en materiaalgebruik belangrijke gevolgen hebben voor opdrachtverlening, uitvoering, instandhouding en subsidieverstrekking aan erfgoed.
Door alle schalen heen richtten we steeds de blik op de toekomst. Daarbij kunnen we aan de energietransitie, die steeds urgenter wordt, niet voorbijgaan. Daar ligt zeker voor historische binnensteden een uitdaging. In twee gemeenten is hiervoor een inspirerende driedaagse ‘roadshow’ gehouden en is een energietransitie roadmap uitgewerkt.
Het KaDEr-project heeft geleid tot een veelheid aan leerzame ervaringen die nu in de nabije de toekomst kunnen inspireren en hun weerslag krijgen in provinciaal beleid dat een duurzame instandhouding van monumentaal erfgoed binnen de provincie Gelderland een stap verder brengt. Duurzame instandhouding biedt een visie op de lange termijn en is de basis voor een maatschappelijk verantwoorde werkwijze.
Het KaDEr-project kon alleen tot stand komen door een goede samenwerking tussen en vele krachtsinspanningen van vele partijen en personen. Namens de TU Delft bedankt de redactie van de publicatie KaDEr-stellingen alle betrokken personen bij de provincie Gelderland, de gemeenteambtenaren in Zutphen, Elburg, Winterswijk, Aalten en Oost-Gelre, de partners van de Gelderse Erfgoed Alliantie, de monumenteneigenaren en hun architecten, adviseurs en projectleiders op locatie en met name die op Reuversweerd. Daarnaast was het succes van KaDEr niet mogelijk geweest zonder de inzet van docenten, onderzoekers vanuit drie afdelingen van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft en de vele studenten die vier jaar lang aan het project hebben gewerkt en het tot een inspirerend en leerzaam geheel hebben gemaakt.
How Heritage Learns
Dutch Public Housing Heritage Evolution in Ecosystemic Perspective
Tracing tectonic wilhelmiens
Dutch-South African heritage and modernity
The newly created Union of South Africa attracted over seventy Dutch-born architects and civil engineers who migrated to practice their profession there, when the country was still part of the British Commonwealth (1910-1961). These Hollanders brought with them knowledge on both modern technologies and global values of modernity, but they also struggled with the special conditions of a deeply divided society. Their legacy is subject of a transcontinental research and dissemination project, 'Tectonic ZA Wilhelmiens'. This explores their hitherto unrecognised contribution to the globalisation of the Modern Movement, their built residue and its local relevance for today and the future in a vastly changed environment. This paper presents the legacy of two Dutch modernists in South Africa, Henk Niegeman and Jaap van Niftrik. Their oeuvres present not only a geographic translocation and assimilation of ideas, but have also survived into a new South African era.
Continuity and change have become crucial themes for the built environment and heritage buildings; also in the education and practice of architects. Embedding built heritage values into studio-based design education is a daunting new challenge that demands new didactic perspectives and tools. To address the dilemmas that come with design assignments for adaptive reuse, an experiment with new didactic analytical tools has been conducted in the Heritage & Architecture (H&A) architectural design studios at the Delft University of Technology. The analysis attempts to connect matter—physical structures—and meaning in a structured graphical process through predefined mapping exercises. Our aim is to introduce a step-by-step method for exploration that can form the foundation of values-based design from built heritage. Central to our multifaceted approach is a specially developed matrix that is meant to support design-oriented analysis of heritage buildings. This paper situates the H&A perspective on the adaptive reuse of valorised buildings within the heritage discourse and architectural design education in general and further gives insight into the didactics, the tools, their uses and initial results. After a critical reflection on our points of departure, based in an evaluation of results, peer discussion and student evaluation, we conclude that the applied methodology is instructive to the educational goals but also merits further development. One of the lessons learnt for future teaching includes allowing students freedom to discover values themselves. An important conclusion is that an earlier and broader foundation that engages the continuation of tangible and intangible heritage values in the ever-changing built environment is required in architectural educational practice.
Cultural resilience and the Smart and Sustainable City
Exploring changing concepts on built heritage and urban redevelopment
Design/methodology/approach – SSC concepts in the global literature are studied to define a new reference framework for integrated urban planning strategies in which cultural resilience and co-creation matter. This framework, augmented by UNESCO’s holistic recommendation on the Historic Urban Landscape (HUL), was tested in two investigative projects: the historic centre of South Africa’s capital Tshwane and the proximate former Westfort leprosy colony.
Findings – The research confirms that SSC concepts need enlargement to become more inclusive in acknowledging “cultural diversity” of communities and engaging “chrono-diversity” of extant fabric. A paradigm shift in the discourse on integrated urban (re)development and adaptive reuse of built heritage is identified, influenced by resilience and sustainability thinking. Both projects show that different architectural intervention strategies are required to modulate built fabric and its emergent qualities and to unlock embedded cultural energy.
Originality/value – Together with a critical review of SSC concepts and the HUL in relation to urban (re) development, this paper provides innovative methodologies on creative adaptation of urban heritage, reconciling “hard” and “soft” issues, tested in the highly resilient systems of Tshwane. ...
Design/methodology/approach – SSC concepts in the global literature are studied to define a new reference framework for integrated urban planning strategies in which cultural resilience and co-creation matter. This framework, augmented by UNESCO’s holistic recommendation on the Historic Urban Landscape (HUL), was tested in two investigative projects: the historic centre of South Africa’s capital Tshwane and the proximate former Westfort leprosy colony.
Findings – The research confirms that SSC concepts need enlargement to become more inclusive in acknowledging “cultural diversity” of communities and engaging “chrono-diversity” of extant fabric. A paradigm shift in the discourse on integrated urban (re)development and adaptive reuse of built heritage is identified, influenced by resilience and sustainability thinking. Both projects show that different architectural intervention strategies are required to modulate built fabric and its emergent qualities and to unlock embedded cultural energy.
Originality/value – Together with a critical review of SSC concepts and the HUL in relation to urban (re) development, this paper provides innovative methodologies on creative adaptation of urban heritage, reconciling “hard” and “soft” issues, tested in the highly resilient systems of Tshwane.