M.A. de Bok
Please Note
50 records found
1
The URBANE Innovation Transferability Platform
Learnings for Decarbonising Last-Mile Delivery Networks
Logistics plays a crucial role in modern society, particularly in densely populated urban areas, facilitating the transportation of goods. Last-mile e-commerce deliveries are emissions-intensive, contributing significantly to CO2 levels and traffic congestion. Addressing this challenge requires systemic changes in last-mile delivery ecosystems. Based on this observation, in alignment with the EU decarbonisation goals, the URBANE project (GA101069782) aims to promote the adoption of sustainable and environmentally friendly last-mile delivery solutions by introducing a collaborative layered “Platform as a Service” (PaaS) paradigm. The initiative focuses on establishing Physical Internet (PI) inspired interventions combined with the implementation of innovative tools, such as agent-based and AI models, employing a Digital Twin platform addressing the operational and strategic planning challenges of city logistics networks. A multi-factorial impact assessment radar further enhances the evaluation of the PI interventions’ effectiveness. The platform fosters collaboration among urban logistics stakeholders governed through “green” smart contracts, addressing security and privacy concerns by using a blockchain infrastructure and digital IDs, creating a trustworthy system for collaboration. The paper showcases the applicability of the URBANE Innovation Transferability Platform in designing, measuring, testing, and validating targeted logistics interventions in Lighthouse Living Labs. Cities and logistic operators receive suggestions for informed data-driven decision-making coupled with integrated and transferable applications that can be standardised and structured, aligned with the targets set in a citie’s Sustainable Urban Logistics Plan (SULP).
The growing demand for parcel delivery contributes to traffic congestion, high emissions, and rising costs of freight logistics, particularly in urban areas. To address these issues, new and sustainable last-mile delivery methods must be implemented. However, estimating the impact of different logistics systems is complex, as it depends heavily on consumer adoption of these new delivery methods. This paper presents a simulation model that captures and explores the interconnections between multiple last-mile delivery methods and corresponding consumer preferences. Two key factors affecting consumer preferences are simulated: (1) consumers’ response to the performance and availability of delivery methods, and (2) the sharing of knowledge through word of mouth and familiarisation. System dynamics is applied at the aggregate level to simulate the evolution of consumer preferences for last-mile delivery across multiple methods. At the disaggregate level, an agent-based model simulates the operational performance of these delivery methods, which in turn influences consumer preferences in the system dynamics model. This integrated approach allows for the observation of the evolving interaction between urban logistics supply and demand, providing key performance indicators on consumer preferences and the delivery method operations at consecutive time points. The developed simulation model is applied to a case study in the Rotterdam-The Hague region, a highly urbanised region in The Netherlands. Results show that consumer preferences strongly depend on the carriers’ ability to fulfil the demand. The dynamic interaction between supply and demand creates a reinforcing feedback loop, where the adaptability of carriers is crucial for the long-term success of a delivery method. Additionally, the spatial results reveal that there are zonal differences in the performance of the delivery methods. Further findings indicate that, while total vehicle kilometres and CO2 emissions will rise due to increasing parcel demand in all scenarios, the average number of van kilometres and CO2 emissions per parcel will decrease as demand grows.
Large-scale social digital twinning projects are complex with multiple objectives. For example, a social digital twinning platform for innovative last-mile delivery solutions may aim to assess consumer delivery method choices within their social environment. However, no single tool can achieve all objectives. Different simulators exist for consumer behavior and freight transport. Therefore, we propose a high-level architecture and present a blueprint for a generic modelling framework. This includes defining modules, input/output data, and interconnections, while addressing data suitability and compatibility risks. We demonstrate the framework’s effectiveness with two real-world case studies.
Kwetsbaarheid voor het goederenvervoer gaat om de leveringszekerheid van goederen: dus hoe kwetsbaar zijn vervoerssegmenten voor stremmingen in het netwerk. In deze rapportage hebben we een kwetsbaarheidsindicator gemaakt voor regio’s. De kwetsbaarheid is een functie van twee deelaspecten:
(I) De afhankelijkheid van een regio van een goederenknelpunt, en
(II) De substitutiemogelijkheden
Afhankelijkheid en substitutiemogelijkheden zijn ook weer opgebouwd uit verschillende deelaspecten. De kwetsbaarheidsindicator meet voor een regio een combinatie van de mate waarin een knelpunt invloed heeft op het goederenvervoer en de substitutiemogelijkheden. Door de combinatie van afhankelijkheid van knelpunten en beschikbaarheid van alternatieven ontstaat een goed beeld van de zwakke plekken in het netwerk. Dit helpt beleidsmakers bij het nemen van gerichte maatregelen om de impact van verstoringen te verminderen. In deze bijdrage bespreken we de opbouw van deze indicator. ...
Kwetsbaarheid voor het goederenvervoer gaat om de leveringszekerheid van goederen: dus hoe kwetsbaar zijn vervoerssegmenten voor stremmingen in het netwerk. In deze rapportage hebben we een kwetsbaarheidsindicator gemaakt voor regio’s. De kwetsbaarheid is een functie van twee deelaspecten:
(I) De afhankelijkheid van een regio van een goederenknelpunt, en
(II) De substitutiemogelijkheden
Afhankelijkheid en substitutiemogelijkheden zijn ook weer opgebouwd uit verschillende deelaspecten. De kwetsbaarheidsindicator meet voor een regio een combinatie van de mate waarin een knelpunt invloed heeft op het goederenvervoer en de substitutiemogelijkheden. Door de combinatie van afhankelijkheid van knelpunten en beschikbaarheid van alternatieven ontstaat een goed beeld van de zwakke plekken in het netwerk. Dit helpt beleidsmakers bij het nemen van gerichte maatregelen om de impact van verstoringen te verminderen. In deze bijdrage bespreken we de opbouw van deze indicator.
Optimizing demand-responsive IoT-based waste collection services
A two-step clustering technique
Bij de analyse is een unieke methodiek toegepast, waarbij twee nationale transportmodellen – BasGoed en LMS – zijn gecombineerd. Hierdoor kan de wisselwerking tussen veranderende bereikbaarheid en verschuivende vervoerspatronen iteratief worden doorgerekend.
In de analyse is een selectie gemaakt van een zestal knelpunten die de komende jaren op de planning staan voor groot onderhoud. De afsluiting van deze weggedeelten is als case doorgerekend. De veerkracht van het systeem is geanalyseerd met de veerkrachtsdriehoek (‘resilience triangle’). De mogelijke gedragsreacties van de vervoerssector die kunnen worden meegenomen zijn verandering van routekeuze, keuze toeleverancier en de modaliteitskeuze.
De resultaten laten zien dat routekeuze de belangrijkste gedragsreactie is: veel vrachtvervoerders kiezen bij een verstoring simpelweg een andere route. Hierdoor worden de effecten van afsluitingen op langeafstandsvrachtverkeer deels beperkt. In regio’s met goede alternatieven, zoals spoor- of binnenvaartterminals, is te zien dat ook de modaliteitskeuze verschuift. Het aandeel vracht op spoor en binnenvaart neemt daar aanzienlijk toe. Toch is er sprake van een waterbedeffect: regio’s die verder van het knelpunt liggen ondervinden indirecte negatieve gevolgen, doordat verkeer zich verplaatst en nieuwe knelpunten ontstaan.
Op nationaal niveau blijkt de veerkracht van het systeem relatief beperkt: hoewel sommige regio’s de initiële verslechtering van bereikbaarheid deels kunnen opvangen door andere vervoerwijzen te gebruiken, blijft er een aanzienlijk restverlies bestaan dat niet volledig te compenseren is. De mate van veerkracht verschilt sterk per regio, afhankelijk van de beschikbaarheid van alternatieve routes en modaliteiten.
Aanbevelingen omvatten het verbeteren van de integratie tussen LMS en BasGoed en het verminderen van modelruis in de RGM-procedure. ...
Bij de analyse is een unieke methodiek toegepast, waarbij twee nationale transportmodellen – BasGoed en LMS – zijn gecombineerd. Hierdoor kan de wisselwerking tussen veranderende bereikbaarheid en verschuivende vervoerspatronen iteratief worden doorgerekend.
In de analyse is een selectie gemaakt van een zestal knelpunten die de komende jaren op de planning staan voor groot onderhoud. De afsluiting van deze weggedeelten is als case doorgerekend. De veerkracht van het systeem is geanalyseerd met de veerkrachtsdriehoek (‘resilience triangle’). De mogelijke gedragsreacties van de vervoerssector die kunnen worden meegenomen zijn verandering van routekeuze, keuze toeleverancier en de modaliteitskeuze.
De resultaten laten zien dat routekeuze de belangrijkste gedragsreactie is: veel vrachtvervoerders kiezen bij een verstoring simpelweg een andere route. Hierdoor worden de effecten van afsluitingen op langeafstandsvrachtverkeer deels beperkt. In regio’s met goede alternatieven, zoals spoor- of binnenvaartterminals, is te zien dat ook de modaliteitskeuze verschuift. Het aandeel vracht op spoor en binnenvaart neemt daar aanzienlijk toe. Toch is er sprake van een waterbedeffect: regio’s die verder van het knelpunt liggen ondervinden indirecte negatieve gevolgen, doordat verkeer zich verplaatst en nieuwe knelpunten ontstaan.
Op nationaal niveau blijkt de veerkracht van het systeem relatief beperkt: hoewel sommige regio’s de initiële verslechtering van bereikbaarheid deels kunnen opvangen door andere vervoerwijzen te gebruiken, blijft er een aanzienlijk restverlies bestaan dat niet volledig te compenseren is. De mate van veerkracht verschilt sterk per regio, afhankelijk van de beschikbaarheid van alternatieve routes en modaliteiten.
Aanbevelingen omvatten het verbeteren van de integratie tussen LMS en BasGoed en het verminderen van modelruis in de RGM-procedure.
MASS-GT
An empirical model for the simulation of freight policies
MASS-GT
An empirical model for the simulation of freight policies
As the rapid growth of urban e-commerce increases the volume of last-mile deliveries, logistics service providers have difficulty in meeting the demand of on-demand consumer requests. This increase in demand challenges traditional delivery, with some parcels becoming disproportionately costly to deliver to their destinations. To address this, we introduce a cost-based outlier parcel selection mechanism that identifies parcels with a high negative impact on the marginal delivery costs. These outlier parcels are then eliminated from their tours and outsourced to a crowdshipping market, where individuals combine the delivery task with their already planned trips. We use unique data on delivery tours of six service providers for the province of South Holland in the Netherlands. The cost-based decision rule for identifying outlier parcels results in a low proportion of outsourcing to the crowdshipping market compared to earlier literature. We identify only about 1 % of the total parcel demand as outliers across all carriers combined. Of these outlier parcels, the proportion selected for crowdshipping based on their cost efficiency ranges from 42.78 % to 3 %, depending on the scenario. While crowdshipping provides a viable solution for handling a small portion of last-mile deliveries, its environmental and economic sustainability is restricted by factors such as compensation rates and the delivery mode used. This study demonstrates that outsourcing high-cost outlier parcels to crowdshipping can be cost-efficient and reduce emissions of last-mile logistics companies; however, the proportion of these parcels is very small, limiting the overall impact on sustainability.
Het onderzoek maakt gebruik van het stadslogistieke simulatiemodel MASS-GT, uitgebreid met een fietsnetwerkmodel, om de bereikbaarheid en netwerkprestaties van cargobikes te evalueren. De simulatie is gebaseerd op een agent-gebaseerde benadering en maakt onderscheid tussen verschillende gebruikersklassen, waaronder een specifieke klasse voor cargobikes. Deze klasse houdt rekening met voertuiggrootte, snelheid en voorkeuren voor wegtype en infrastructuur.
In de usecase worden twee scenario’s vergeleken: één met individuele microhubs per vervoerder en één met gedeelde hubs. Beide scenario’s simuleren bezorgroutes en het gebruik van het fietsnetwerk door cargobikes. Het gedeelde hubscenario leidt tot minder cargo bike bewegingen, minder stops en lagere parkeerdruk. De simulaties tonen ook verschillen in netwerkbelasting en knelpunten, vooral in drukke gebieden zoals het Centraal Station. De resultaten laten zien dat gedeelde hubs efficiënter zijn in termen van netwerkbelasting en parkeerdruk. Knelpunten worden geïdentificeerd op basis van intensief gebruik door zowel cargobikes als reguliere fietsers. Heatmaps tonen de parkeerdruk, waarbij gedeelde hubs minder impact hebben op de openbare ruimte.
Gedetailleerde simulaties zijn essentieel voor het evalueren van stedelijke logistieke strategieën. De gepresenteerde aanpak biedt beleidsmakers inzicht in de effecten van cargobike-integratie en ondersteunt de optimalisatie van de planning van hublocaties. Toekomstig onderzoek richt zich op validatie van routevoorkeuren van cargo bike bezorgers, operationele strategieën van de bezorgdiensten, en verdere verfijning van het fietsnetwerkmodel.
...
Het onderzoek maakt gebruik van het stadslogistieke simulatiemodel MASS-GT, uitgebreid met een fietsnetwerkmodel, om de bereikbaarheid en netwerkprestaties van cargobikes te evalueren. De simulatie is gebaseerd op een agent-gebaseerde benadering en maakt onderscheid tussen verschillende gebruikersklassen, waaronder een specifieke klasse voor cargobikes. Deze klasse houdt rekening met voertuiggrootte, snelheid en voorkeuren voor wegtype en infrastructuur.
In de usecase worden twee scenario’s vergeleken: één met individuele microhubs per vervoerder en één met gedeelde hubs. Beide scenario’s simuleren bezorgroutes en het gebruik van het fietsnetwerk door cargobikes. Het gedeelde hubscenario leidt tot minder cargo bike bewegingen, minder stops en lagere parkeerdruk. De simulaties tonen ook verschillen in netwerkbelasting en knelpunten, vooral in drukke gebieden zoals het Centraal Station. De resultaten laten zien dat gedeelde hubs efficiënter zijn in termen van netwerkbelasting en parkeerdruk. Knelpunten worden geïdentificeerd op basis van intensief gebruik door zowel cargobikes als reguliere fietsers. Heatmaps tonen de parkeerdruk, waarbij gedeelde hubs minder impact hebben op de openbare ruimte.
Gedetailleerde simulaties zijn essentieel voor het evalueren van stedelijke logistieke strategieën. De gepresenteerde aanpak biedt beleidsmakers inzicht in de effecten van cargobike-integratie en ondersteunt de optimalisatie van de planning van hublocaties. Toekomstig onderzoek richt zich op validatie van routevoorkeuren van cargo bike bezorgers, operationele strategieën van de bezorgdiensten, en verdere verfijning van het fietsnetwerkmodel.
De buisleidingenmodule
Een prototype voor het goederenvervoermodel BasGoed
een kwantitatief buisleidingenmodel zijn een gebrek aan gedetailleerde data, beperkte
toekomstscenario’s en dat de buisleiding als modaliteit sterk afwijkt van conventionele
goederenvervoerswijzen. Uitgangspunten voor het prototype zijn (1) dat deze goed aansluit bij de huidige versie van BasGoed en (2) flexibel kan omgaan met verschillende detailniveau’s van de invoerdata. In dit paper wordt het ontwerp van het prototype en haar 4 submodules beschreven. Daarnaast wordt de praktische toepassing van het prototype getoetst aan de hand van twee uitgewerkte use cases. We laten zien dat het - ondanks zeer beperkte data - mogelijk is een kwantitatief buisleidingenmodel te ontwerpen dat consistente resultaten geeft in samenspraak met de huidige goederenvervoersmodellen in Nederland.
...
een kwantitatief buisleidingenmodel zijn een gebrek aan gedetailleerde data, beperkte
toekomstscenario’s en dat de buisleiding als modaliteit sterk afwijkt van conventionele
goederenvervoerswijzen. Uitgangspunten voor het prototype zijn (1) dat deze goed aansluit bij de huidige versie van BasGoed en (2) flexibel kan omgaan met verschillende detailniveau’s van de invoerdata. In dit paper wordt het ontwerp van het prototype en haar 4 submodules beschreven. Daarnaast wordt de praktische toepassing van het prototype getoetst aan de hand van twee uitgewerkte use cases. We laten zien dat het - ondanks zeer beperkte data - mogelijk is een kwantitatief buisleidingenmodel te ontwerpen dat consistente resultaten geeft in samenspraak met de huidige goederenvervoersmodellen in Nederland.
This paper first provides a general overview of freight transport in the Netherlands. This overview covers all modes of transport, shipping, road transport, rail transport, inland navigation and pipelines. This overview is followed by a more detailed description of pipeline transport. We address the current use of pipelines, looking at the operational range, the existing infrastructure and the types of goods currently transported via pipelines, such as liquids and gases. With a SWOT analysis, we evaluate the strengths, weaknesses, opportunities and threats of pipeline transport. This analysis helped to prepare the functional and technical design of a pipeline module for BasGoed.
We then present the conceptual design and technical implementation of the pipeline transport module in BasGoed. The considerations behind the architecture and design are described. Modelling challenges include limited data availability, forecasting potential modal shift and potential demand for new transport due to energy transition (hydrogen, CO2). Use cases have been developed to ensure that the model properly reflects these developments in pipeline transport demand.
We further describe the technical integration into BasGoed, addressing the aspects of data integration and ensuring data accuracy and consistency. The paper discusses how the integration of pipeline transport leads to a better representation of freight transport within the Netherlands, by improving the BasGoed model.
The paper concludes with some conclusions and recommendations for including freight transport via pipelines in freight transport models.
...
This paper first provides a general overview of freight transport in the Netherlands. This overview covers all modes of transport, shipping, road transport, rail transport, inland navigation and pipelines. This overview is followed by a more detailed description of pipeline transport. We address the current use of pipelines, looking at the operational range, the existing infrastructure and the types of goods currently transported via pipelines, such as liquids and gases. With a SWOT analysis, we evaluate the strengths, weaknesses, opportunities and threats of pipeline transport. This analysis helped to prepare the functional and technical design of a pipeline module for BasGoed.
We then present the conceptual design and technical implementation of the pipeline transport module in BasGoed. The considerations behind the architecture and design are described. Modelling challenges include limited data availability, forecasting potential modal shift and potential demand for new transport due to energy transition (hydrogen, CO2). Use cases have been developed to ensure that the model properly reflects these developments in pipeline transport demand.
We further describe the technical integration into BasGoed, addressing the aspects of data integration and ensuring data accuracy and consistency. The paper discusses how the integration of pipeline transport leads to a better representation of freight transport within the Netherlands, by improving the BasGoed model.
The paper concludes with some conclusions and recommendations for including freight transport via pipelines in freight transport models.
In deze bijdrage presenteren wij de resultaten van een data gedreven onderzoek waarbij ‘big’ tripdata van transporteurs zijn geanalyseerd op distributiestructuren. Uitdaging daarbij is de transport data te verrijken met logistieke informatie: vond deze rit plaats vanuit een multimodale terminal, een distributiecentra, of kwam deze vanaf een producent? Op de TU Delft hebben we een effectieve methode opgezet om structurele distributiepatronen te ontdekken, ondanks de data-inefficiënties.
De resultaten geven een relevante inkijk in distributiestructuren voor verschillende segmenten in het goederenvervoer: informatie die tot nog toe nog ontbreekt. ...
In deze bijdrage presenteren wij de resultaten van een data gedreven onderzoek waarbij ‘big’ tripdata van transporteurs zijn geanalyseerd op distributiestructuren. Uitdaging daarbij is de transport data te verrijken met logistieke informatie: vond deze rit plaats vanuit een multimodale terminal, een distributiecentra, of kwam deze vanaf een producent? Op de TU Delft hebben we een effectieve methode opgezet om structurele distributiepatronen te ontdekken, ondanks de data-inefficiënties.
De resultaten geven een relevante inkijk in distributiestructuren voor verschillende segmenten in het goederenvervoer: informatie die tot nog toe nog ontbreekt.